`Hockey is een mooie, maar onveilige sport'

Hoe gevaarlijk is hockey? Hanneke van de Voort (38) raakte onlangs zwaar gewond en sloeg alarm bij de bond. ,,Men onderschat de gevaren.''

Laat niemand haar wijsmaken dat hockey géén gevaarlijke bezigheid is. ,,Hockey is een prachtige sport, daar geen misverstand over. Maar veilig? Spelers die volledig onbeschermd als een schietschijf op de doellijn staan? Het is, zeker bij een strafcorner, de goden verzoeken.''

Hanneke van de Voort raakte eind oktober zwaar gewond op het hockeyveld, en weet waarover ze praat. Tijdens een wedstrijd van de veteranen van MOP ging de office-manager uit Vught tegen de vlakte, nadat een op ongeveer zes meter afgevuurde maar afgeketste bal per abuis op haar slaap was beland. Gevolg: een hersenkneuzing en ,,een kommetje in mijn schedel''. Van de Voort (38) mag van geluk spreken. ,,Eén centimeter naar links of naar rechts en wij hadden dit gesprek niet gevoerd.''

Zeven dagen verbleef Van de Voort in het ziekenhuis. Artsen vreesden voor het ergste, toen het slachtoffer kort na het ongeval haar spraakvermogen (tijdelijk) verloor, en haar rechterarm en -been verlamd raakten. Daarbovenop kwam een epileptische aanval. Inmiddels is ze, wonder boven wonder, hersteld. ,,Hoewel ik nog altijd last heb van hoofdpijn, nek- en rugklachten en niet in staat ben om exact datgene op te schrijven wat ik in mijn hoofd heb.''

Het ongeval was voor Van de Voort aanleiding om eind november ,,een brief met vragen en suggesties'' te schrijven naar de Nederlandse hockeybond (KNHB). ,,Omdat ik het onaangename gevoel heb dat men de gevaren onderschat en geen enkel zicht heeft op wat zich wekelijks zoal afspeelt op de velden. Domweg omdat blessures en ongevallen niet geregistreerd worden op het wedstrijdformulier, zoals in het rugby bijvoorbeeld wel het geval is.''

Antwoord heeft Van de Voort nog niet gehad. ,,Of het desinteresse is, weet ik niet, maar het lijkt er wel op.'' Maar van desinteresse is geen sprake, bezweert Joep Brenninkmeijer, lid van de medische commissie van de KNHB. Integendeel: ,,We zijn momenteel met het bestuur hardop aan het nadenken over een manier om blessures die veroorzaakt worden door bal en stick in kaart te brengen. Daar willen we zo snel mogelijk mee beginnen. Verplichte registratie op het wedstrijdformulier is een optie.''

Vooruitlopen op dat onderzoek wil en kan de huisarts uit Amstelveen niet, maar één ding staat wat hem betreft op voorhand vast: van ontoelaatbare risico's is beslist geen sprake. ,,Alle contactsporten dragen een zeker risico met zich mee, en dus ook hockey. Maar in vergelijking met sporten als voetbal, basketbal of handbal is hockey niet gevaarlijker, in de zin van meer blessures en ongevallen.''

Het laatste serieuze onderzoek naar de aard van hockeyblessures dateert uit 1991. Daaruit bleek onder meer dat slechts één procent van alle kwetsuren een verwonding aan het hoofd betreft. Brenninkmeijer: ,,Mijn gevoel zegt dat er sindsdien weinig veranderd is, afgaande op wat ik links en rechts hoor. Ook al is het stickmateriaal verbeterd, waardoor er harder geslagen kan worden, en hebben we sinds een paar jaar natuurlijk die backhandslag, waarmee de top weliswaar uit de voeten kan, maar alles wat daaronder zit meer moeite heeft.''

Het was uitgerekend de onvoorspelbare backhandslag, die international Karel Klaver bijna twee jaar geleden fataal werd na een uithaal met de rand van de `omgekeerde' stick (zie foto) van ploeggenoot Remco van Wijk. Klaver kreeg de bal op zijn slaap, raakte in coma maar herstelde, net als Van de Voort.

In de nasleep van het veelbesproken ongeval laaide de discussie over de (on)veiligheid van de hockeysport hoog op. Zo pleitte onder anderen oud-international Ties Kruize voor een verbod op de ,,op het oog mooie maar in de praktijk levensgevaarlijke backhandslag''. Anderen, onder wie Van Wijk, drongen aan op het verplicht stellen van een helm. Brenninkmeijer heeft begrip voor de bezorgde reacties, maar waakt voor ,,emotionele beslissingen op basis van incidenten''. Sussend: ,,Laten we eerst inventariseren en pas dan conclusies trekken.''

Die heeft Van de Voort al getrokken. Navraag in haar naaste omgeving heeft haar geleerd dat ongelukken op het hockeyveld eerder regel dan uitzondering zijn. ,,Onze oppas is pas veertien, maar is al drie keer aan haar oog geopereerd, nadat ze een bal in haar oog had gekregen. Verder ken ik inmiddels twee mensen die ooit hun oog hebben verloren.'' Brenninkmeijer twijfelt niet aan de uitkomsten van het privé-onderzoekje van Van de Voort, maar: ,,Ik loop als medicus als 35 jaar mee in het hockey, en zoveel gevallen ken zelfs ik niet. Dat zegt niet alles, maar toch.''

In haar schrijven aan de bond pleit Van de Voort voor een aanpassing van de spelregels (,,Hoge ballen zouden verboden moeten worden'') en preventieve maatregelen. `Het is toch van de gekke dat een keeper volledig beschermd is en een lijnstopper zonder enige bescherming daar rustig naast staat', schrijft ze.

Ook het dragen van een gebitsbeschermer is niet verplicht, tot verbazing van Van de Voort. ,,Men houdt het op eigen verantwoordelijkheid. Het verplicht stellen van een bitje stuit volgens de bond op een praktisch bezwaar: die zijn niet voorhanden voor kinderen met een beugel. Terwijl er voor kinderen met `plaatjesbeugels' wel degelijk bitjes bestaan.''

Met verbijstering las Van de Voort onlangs het relaas van Minke Booij, de international van Den Bosch die bijna twee maanden geleden een bal in haar gezicht kreeg en daarbij onder meer haar neus brak. ,,Ongelukjes horen bij het hockey'', betoogde Booij kort daarop in deze krant. Die stelling betwist Van de Voort niet. ,,Maar juist daarom zeg ik: waarom neemt de bond geen maatregelen om het aantal ongevallen te beperken, en dus de risico's in te dammen? Laatst las ik dat in Italië kinderen tot veertien jaar verplicht zijn een helm te dragen bij het skiën. Daar zou de hockeybond een voorbeeld aan kunnen nemen.''