Goes - Wemeldinge

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Zuid-Beveland.

Tegen het onbeschaamd hemelse koudblauw steken ze vorstelijk af: het roodbelegde koepeltje en de twee spitsen, één kopergroen, één leigrijs, van de pal tegenover elkaar gelegen Maria Magdalena-kerken. Naar boven kijken is het beste. Goes heeft een mooi antiek centrum maar is zo druk beparkeerd dat zijn schoonheid zwaar gesluierd gaat. Pas aan de oude stadshaven laat zich de grandeur onderscheiden van de gevels. Of meet ik met twee maten? Immers, de kinderhoofdjes zijn (altijd? alleen vandaag? bij toeval?) autovrij, maar de gevels moeten hun trappetjes en vierkante venstertjes tussen de aangemeerde plezierjachten in het rimpelende water spiegelen. Het valt me gemakkelijker vrede te hebben met plezierjachten die `Waltzing Matilda' heten en uit Hellevoetsluis komen dan met al die inwisselbare auto's in hun anonieme lakjasjes die me op de Grote Markt het zicht benemen op zaken als Hotel-Café Bolsjoi. (Die naam. Die naam!)

Langs het kanaal en een aangename gribus met bergen verwrongen staal, ontroerend verroeste containers, loodsen, pallets, hopen zand en zorgvuldig opgekalkte, allang gedateerde telefoonnummers, verlaten we Goes. Op een voetbalveld heeft zich een leger scholeksters gegroepeerd rondom en tussen een eskader zware wulpen. Ze pikken en eten en talen niet, waarom niet? geen idee, naar de andere velden die er eenzaam bijliggen.

,,Een stad uit lopen is meestal leuk'', zegt man en gooit een op het asfalt verdwaalde regenworm veilig in de berm.

Via het groenhouten Wilhelminadorp passeren we enorme butterscotch-kleurige akkers. Het zicht reikt zo ver als je kijken kunt, dat wil zeggen zo'n twee kilometers ver, want daar is de dijk. Die dijk bereiken we door middel van een smal pad langs een wei vol schapen. Sinds de film Babe kijk ik anders naar schapen. Ze zijn geen oliedomme tuthola's en ik mag ze niet uitlachen om de paniek waarmee ze nu, wemelend als een school vissen, wegdraven, hun springende konten groen of blauw of geel: allemaal genomen en gestempeld.

We beklimmen de dijk en staan paf van de Oosterschelde, vervaarlijk mild geluimd in dit winterlicht, vol metaalblauwe golfjes onder het bleu met de duifgrijs geborstelde wolken erboven. In het westen een visioen van zwevende witte bogen: de Zeelandbrug. Beneden enkele gebukte silhouetten met emmers: Belgen aan de mosselpluk. In het oosten stoere baaien tussen bepokte en met zwart wier bepukkelde pieren. In het zuiden het wijde akkerland met vogelverschrikvaantjes waar de kraaien zich gek om lachen.

De wind trekt aan en duwt me over de dijk die mij nooit verveelt. Het is eb en alles beweegt, het water in geulen en poeltjes, en van de golven, het porseleinen licht, de trage schuiten die dat licht opvangen op hun flank, en tenslotte de zon die onder de wolken uitkomt en goud in het rond klatert.

14 km. Kaarten 6, 5, 4, 3 uit: Oosterscheldepad.

Uitg. NIVON, Amsterdam, 2003.

Tussen Goes NS en Wemeldinge-Dorpsplein rijdt bus nr. 27.

Inl. www.9292ov.nl of tel. 0900 9292.