Expres tussen draf en galop

De koeriersdienst per paard was eeuwenlang op dezelfde manier georganiseerd. In estafettesysteem en met een gemiddelde snelheid van 14 tot 16 kilometer per uur.

DOOR DE eeuwen en millennia heen zijn paarden-expresdiensten op tal van plaatsen op aarde steeds op nagenoeg identieke wijze ingericht. Koeriers en ordonansen in geregelde postdiensten wisselden om de 20 à 25 kilometer van paard. De koeriers zelf wisten hun rit meestal maar over vijf van zulke trajecten vol te houden. Na zo'n 110 kilometer (een uur of zeven) stegen ze af en droegen de post over aan een uitgeruste koerier.

Dit gold net zo goed voor de laatste paardenexpresdienst die rond 1860 nog functioneerde in de VS (de `Overland Pony Express') als de snelle Perzische postdienst die omstreeks 550 jaar vóór Christus was opgezet en liep van Griekenland naar Babylon en verder. Doelbewuste experimenten en een systeem van `schade en schande' hebben uiteindelijk overal nagenoeg hetzelfde optimum opgeleverd: in China, Mongolië, Klein-Azië, West-Europa en Noord-Amerika.

Dat is de uitkomst van een kleine maar verrassende studie die is gepubliceerd in Nature (8/25 december 2003). Auteur Alberto Minetti, verbonden aan de Manchester Metropolitan University, publiceerde eerder over het gebruik van halters bij het nummer verspringen van de klassieke Olympische Spelen.

De lengte van de in estafette-systeem opgezette snelle koeriersdiensten die hij nu analyseerde varieerde van een paar duizend tot tienduizenden kilometers. Daarbij werden volgens zijn berekening gemiddelde snelheden gehaald van zo'n 14 tot 16 kilometer per uur. Dat is een vreemde tussenmaat omdat een paard ofwel in draf loopt (met een snelheid van zo'n 11 km/h) ofwel in galop (met een snelheid van 20 km/h). Al eerder is door Hoyt en Taylor aangetoond (Nature, 1981, vol. 292, blz. 239) dat paarden automatisch bij elke gang (lopen, draven, galopperen) precies die snelheid aanhouden waarbij het energieverbruik per afgelegde meter minimaal is.

Minetti leidt eruit af dat de koeriers hun paarden overdag in galop lieten lopen en 's nachts draf aanhielden (want er werd op de lange trajecten dag en nacht doorgereden). De afstanden tussen de stations waar verse paarden klaar stonden was gebaseerd op de galop van overdag. Die galop werd nooit langer volgehouden dan anderhalf uur. Dat was precies voldoende kort om te voorkomen dat het paard zijn `turbo-systeem' (zoals Minetti dat noemt) te lang in werking hield. Paarden die onder druk worden gezet kunnen hun `vermogen' (energieverbruik per minuut) sterk opvoeren door de milt extra rode boedlichaampjes in de bloedbaan te laten persen en door ook nog over te gaan op een anaerobe stofwisseling (vergisting en verzuring). Maar wordt het langs deze weg sterk verhoogde energieverbruik per tijdseenheid te lang volgehouden, dan dreigt onder meer een gevaarlijke oververhitting die het organisme blijvende schade kan toebrengen.

Napoleon

De adjudant van de Prins van Oranje die in de bloedhete nacht van 15 juni 1815 het bericht van Napoleons aankomst ten zuiden van Quatre Bras binnen anderhalf uur van Braine naar het bal in Brussel bracht, hield een gemiddelde snelheid van bijna 25 km/h aan: `Een der schoonste praestaties op hippisch gebied uit de Nederlandsche krijgsgeschiedenis.' Wat de volbloed van kapitein Webster er zelf van vond blijft te bezien.

Met vallen en opstaan is tussen China en Amerika een systeem ontwikkeld waarbij het bereiken van de hoogste snelheid is gekoppeld aan een goede bescherming van de gezondheid van de paarden. Het is opmerkelijk, schrijft Minetti, hoe verschillende beschavingen in de geschiedenis van de snelle koeriersdiensten op precies hetzelfde systeem uitkwamen.