Een meisje nafluiten: op de bon

Rotterdam is veiliger geworden, zegt korpschef Meijboom. Zeker op het Centraal Station. Maar de zero tolerance-aanpak heeft een keerzijde: de dealers zijn uitgeweken.

Zolang ze naast de uitgang van het station staan, bij de kaartautomaten, is er niets aan de hand. Een groepje jongens in sportjacks hangt al de hele avond rond op Rotterdam Centraal Station. Druk telefonerend verzamelt de langste van de groep meer vrienden.

Een paar meter verderop staan, ook al de hele avond, drie agenten en twee beveiligingsmedewerkers. De agenten praten met een jongen en een meisje die van hun portemonnee beroofd zijn. Dan verlaat de groep jongens de stationshal om in een smal gangetje te gaan staan. De agenten lopen er meteen naartoe. ,,Willen jullie hier weggaan?'', vraagt één van hen. De jongens protesteren, want ,,oude dames kunnen er nog best langs''. De agent kijkt streng. ,,Ik geloof dat ik duidelijk was''. De groep druipt af.

Rotterdam, zei korpschef Meijboom van de politie Rotterdam-Rijnmond deze week, is ,,objectief veiliger'' geworden. Ten opzichte van 2002 werden 6.000 meer verdachten aangeleverd bij het OM. Vooral voor geweldsmisdrijven werden meer verdachten opgepakt, met circa 7.000 ruim vijftig procent meer dan in 2002. Het aantal aangiften van overvallen daalde met 23 procent, van straatroof met 11 procent, van woninginbraken met 11 procent en van zakkenrollerij met 26 procent. In totaal daalde het aantal aangiften in Rotterdam in de afgelopen twaalf maanden van 123.000 naar 120.000. De politie moet sinds begin dit jaar een zero-tolerancebeleid voeren. Iedere overtreding wordt zoveel mogelijk bekeurd.

Symbool van het nieuwe beleid is Rotterdam Centraal Station. De circa 200.000 bezoekers worden sinds dit jaar in de gaten gehouden door tientallen camera's. De politie zet iedere alcoholist, bedelaar en junk het station uit. En wie op het perron fietst of een meisje nafluit, krijgt ook een boete. In de stationshal patrouilleren dag en nacht agenten. Burgemeester Opstelten zegt in een gemeenteblad: ,,We kunnen weer trots zijn op deze toegangspoort naar de stad.''

Het werkt, zeggen de winkeliers op het station unaniem. ,,Het is prettig dat als je 's morgens om zes uur de rolluiken opent, er geen mensen naar binnen tuimelen die liggen te slapen'', zegt een medewerker van de Bruna-boekwinkel. Toiletjuffrouw Annemarie Tiernagan - alleen bereikbaar nadat je 50 eurocent in een automaat hebt gegooid waarna de plexiglas deurtjes heel even open floepen - heeft een stuk minder junks op haar wc's. ,,Donderdagochtend kregen ze geld van de sociale dienst en dan kwamen ze bij mij spuiten. Nu komen ze niet meer.'' Waar ze heen zijn, weet ze niet.

Er wordt minder gestolen, bijna niemand durft meer een blikje op de grond te gooien. Na jarenlange verwaarlozing ziet de stationshal er weer netjes uit. Sophie van Hooijdonk loopt sinds een half jaar elke dag door de fietstunnel naast het station naar haar werk aan de andere kant van het spoor. ,,Een half jaar geleden durfde ik dat absoluut niet.'' Het aantal aangiften van zakkenrollerij en vernieling op het Centraal Station is in een jaar tijd bijna gehalveerd.

Maar de cijfers bedriegen, vindt Hans Visser, predikant van de Pauluskerk. Hij vangt dagelijks enkele honderden verslaafden op in zijn kerk vlakbij het Centraal Station. Ook deze ochtend lopen junks in en uit. ,,De handel in drugs heeft zich verplaatst'', zegt hij. ,,Vroeger stonden ze op het station, nu zijn de dealers uitgeweken naar de metrostations, het centrum en Rotterdam-Zuid.'' Ook hebben enkele groepen de wijk genomen naar andere grote steden. Daardoor, zegt Visser, is het probleem onzichtbaarder geworden. ,,De drugshandel is ondergronds gegaan, maar niet verdwenen. Het is voor hulpverleners en politie moeilijker geworden er nog zicht op te houden.''

,,Daar staan er meestal twee.'' Taxichauffeur R. Hassel, breed postuur en een kaal hoofd, wijst naar de ingang van Centraal Station. Al twaalf jaar staat hij met zijn taxi voor het station. Hij weet precies waar de drugsdealers staan, hij kent ze allemaal. ,,Natuurlijk wordt er nog steeds op het station gedeald'', zegt hij, ,,alleen de overlast hebben ze teruggedrongen.''

Het is tien uur. De internationale trein is net aangekomen. De hal vult zich met reizigers. Een groep agenten loopt rond op het stationsplein, om op zakkenrollers te letten. Ook rijdt er een busje rond. De meeste drugsdealers, zegt taxichauffeur Hassel, zijn nu geraffineerder. ,,Ze sms-en elkaar door waar de agenten lopen. En als de politie de hoek om is, komen ze weer tevoorschijn. Het is een kat-en-muisspel geworden.''

Dominee Visser: ,,De drugshandelaars spelen in op de politie. Als de politie strenger wordt, worden zíj handiger om hun handel te verbergen. Met name Marokkaanse jongens zijn een ster in de persoonsverwisseling. Af en toe houden ze zich schuil en laten ze iemand anders het werk doen. De politie loopt zo achter de feiten aan.''

De aanpak van drugsrunners is lastig, zegt politieman Jan de Looze, coördinator van het toezicht op het Centraal Station in het kantoorje in in het metrostation onder het spoor. ,,Die bellen elkaar mobiel. Daar heb je geen vat op. Wij dringen de zíchtbare overlast terug. Voor een deel gaan mensen naar andere wijken in de stad. Maar het station had ook een enorme aanzuigende werking. Er kwamen hier junks vanuit heel Nederland. Groepen Antilliaanse jongeren uit Amsterdam troffen elkaar hier. Die blijven nu lekker in hun eigen stad.''

Daarom hebben reizigers nu een veiliger gevoel, zegt De Looze. En daarvoor doen we het. Het geheim, zegt Jan de Looze, is de samenwerking met de spoorwegpolitie, de RET (bussen, trams, metro`s), de medewerkers van Stadstoezicht, de NS, een particulier beveiligingsbedrijf en de Marokkaanse buurtvaders. ,,Vroeger wisten we niet van elkaar wat we deden. We gebruiken nu bijvoorbeeld allemaal dezelfde portofoons.'' Als stadstoezichthouders zien dat iemand wordt bestolen, durven ze in te grijpen omdat wij er zo bij zijn, zegt De Looze. ,,Gasten die jatten weten nu dat ze gepakt kunnen worden. Ze hebben weer respect voor uniformen. Je moet wel uit een ei komen om nog een fiets te gaan pikken op CS.''

Het is een vaste groep politieagenten die op het station rondloopt. Politieman Joop Witkamp: ,,We weten precies wie hier vaak rondhangen en kennen ze bij naam. Dat vinden ze onprettig.'' De agenten kennen ook de psychisch gestoorden en de daklozen die in het station komen schuilen. Witkamp: ,,Die sturen we ook weg, dat is wel triest. Zeker met deze kou. We kunnen alleen maar doorverwijzen naar een zorgmakelaar of naar de Pauluskerk.'' Daar neemt de drukte alleen maar toe sinds het nieuwe stationsbeleid. Dominee Visser: ,,Het wegsturen van verslaafden en daklozen lost niets op. Ze worden alleen maar opgejaagd.''