Eclectische flair van Ineke Hans

,,In 1980 wordt de laatste Nederlandse cent geslagen'', staat er naast de afbeelding van de stokstoel die Bruno Ninaber van Eijben 23 jaar geleden ontwierp. Zo zijn alle voorwerpen uit de tentoonstelling True Life in de catalogus voorzien van een begeleidend tekstje. We komen te weten dat Piet Zwart zijn vurenhouten linnenkast maakte in het jaar – 1917 – waarin zeep vervangen werd door synthetisch wasmiddel. En in 1920, het bouwjaar van de Curver-afvalbak `Foetsie', kwamen de eerste aluminium bierblikjes op de markt. De feitjes in de catalogus trekken de gebruiksvoorwerpen het echte leven in en geven ze een referentiekader buiten het verstilde designuniversum. En dat is precies wat Ineke Hans heeft beoogd met haar herinrichting van de stijlkamers van het Haags Gemeentemuseum.

De zeventiende- en achttiende-eeuwse uitstallingen, die tussen 1912 en 1941 door oud-directeur Van Gelder zijn ingericht, zijn statisch en in museaal opzicht bijna een anachronisme geworden. Het zijn laboratoriumopstellingen die in het echt nooit zo bestaan hebben: monostilistisch en afkomstig uit een zorgvuldig afgebakend tijdvak. Hans breekt bewust met die praktijk. In haar stijlkamers staan antieke stoelen naast hedendaagse plastic gebruiksartikelen, designklassiekers van de afgelopen eeuw en eigen ontwerpen. Het is een beetje zoals de gemiddelde woonkamer er uitziet: gammele erfstukken zij aan zij met persoonlijke prullaria en hypermodern design.

Voor de tentoonstelling liet Hans zich inspireren door het stijlkamertje dat de Italiaanse ontwerpers Achille en Pier Giacomo Castiglioni in 1956 inrichtten in Villa Olmo. De overgeleverde foto's tonen een bonte verzameling meubels uit verschillende tijdvakken. Het is bijna een uitdragerij, maar je kan je wel voorstellen dat iemand er daadwerkelijk zou wonen. Hetzelfde geldt voor Hans' kamers. De ontwerpster, die in haar meest recente boek Black Bazaar ageert tegen de blinde vlek voor realiteit in de designwereld, dook in de depots van het museum en sleepte eigen huisraad naar Den Haag. Ze plaatste een oude Braun pick-up uit 1958 bovenop een halve eeuw ouder Haags theetafeltje. Het metalen bed dat Auping ontwikkelde in 1954 wordt vergezeld door een negentiende eeuws Chinees tabouretje en de rode PVC opblaasstoel die eind jaren zestig populair was.

Behalve dat deze manier van combineren verlevendigend werkt, worden historische verbindingslijnen in een oogopslag zichtbaar. De vurenhouten kinderstoel van Rietveld en Hans' eigen kinderstoel Superman van recycled plastic worden historisch gescheiden door vele decennia maar zijn directe familieleden. Het lijnenspel van de Aquila-keuken van Kho Liang Ie uit 1965, de Bruynzeelkeuken van Piet Zwart uit 1938 en Rietvelds buffet uit 1919 loopt regelrecht in elkaar over. Hans' zoektocht tot in de donkerste hoekjes van het museumdepot levert bovendien verrassende en soms grappige vondsten op. Wie had ooit draadijzeren onderzetters of foeilelijke plastiekjes uit de jaren vijftig in de collectie vermoed?

Maar Hans' grootste verdienste is dat zij True Life tot een echt geheel heeft weten te smeden. De spullen staan niet lukraak door elkaar opgesteld. De zes stijlkamers plus twee verbindingsgangen zijn omgebouwd tot een stereotiep woonhuis met entree, hal, keuken, kinderkamer, werkkamer, slaapkamer, woonkamer en buitenplaatsje. De uitgestalde voorwerpen weerspiegelen de functies van de ruimtes. Per kamer heeft Hans gekozen voor een basiskleur waarop alle voorwerpen zijn afgestemd. Zo is de tot slaapkamer getransformeerde Lodewijk XV- of Roccocokamer uitgevoerd in boudoirrood en is blauw de grondtoon van de neoclassicistische Lodewijk XVI-zaal, die dienst doet als keuken.

In enkele gevallen paste de ontwerpster kunstgrepen toe. Dwars door de Gobelinzaal hangt een knalgeel zeil dat keihard contrasteert met de originele stoffen wandbedekking. En in de Japanse Lakkamer wuift een gordijn van roodkoperen schakelkettingen dat glinsterend de concurrentie aangaat met de gelakte panelen.

Maar de originele stijlkamers blijven altijd herkenbaar. Hans moffelt ze niet weg zoals haar voorganger Jan Cremer in 2001 deed door de stijlkamers te degraderen tot een doolhof van schotten. Zij stofte de tijdcapsules af, liet de geschiedenis ontstollen. En bewees hiermee dat er nog een toekomst is voor de stijlkamer.

Tentoonstelling: True Life - De stijl(kamers) van Ineke Hans. T/m 15 februari in Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41. Di t/m zo11-17 uur. Inl.: 070-338 1111, www.gemeentemesueum.nl