Dollargevoelig en dividendgericht

De Amsterdamse beurs was een van de meest teleurstellende markten van 2003. Zou het dividendgerichte en dollargevoelige Damrak het in 2004 daarom juist beter kunnen doen dan de rest?

In de startblokken maar, voor het jaar 2004. Anders dan in de beleving van veel Europese beleggers, stegen de aandelenkoersen vorig jaar wereldwijd in lokale valuta gemeten het sterkst sinds begin jaren tachtig. Dat mocht ook wel, na drie noodlottige beursjaren daarvóór, maar het is spijtig voor met name Nederlandse beleggers dat het fortuin niet overal in gelijke mate neerdaalde. Geplaagd door het schandaal rond Ahold, en hypergevoelig voor de dalende dollar, deed de Amsterdamse beurs het beroerd. Op Finland na was Amsterdam zo'n beetje de slechtste plek waar een belegger had kunnen zijn.

Kan er op voorhand al iets gezegd worden over 2004? Net als alle andere jaren zal het koersverloop van de Amerikaanse dollar van groot belang zijn. Maar omdat valutakoersen, in weerwil van de voorspelindustrie die er omheen is gebouwd, niet voorspelbaar zijn, kan er ook niets over worden gezegd. Er zijn zat redenen aan te voeren waarom de Amerikaanse dollar nog verder kan wegzakken in 2004. Maar mocht de munt de andere kant op gaan, dan zal blijken hoe creatief analisten werkelijk zijn: het zal plots uitstekende argumenten regenen die de onverwachte wending van de dollarkoers verklaren.

Voor het overige hebben beleggers weinig anders dan de situatie zoals die nu is: een palet van beurzen en sectoren waarvan de uitgangpositie sterk verschilt. Zoals in bijgaande tabellen te zien is, loopt de waardering van de verschillende beurzen nogal uiteen. Wie kijkt naar de gemiddelde koers-winstverhouding, het aantal malen de winst per aandeel dat voor aandelen wordt betaald, moet concluderen dat de beurzen in de Verenigde Staten na hun opmars van het afgelopen jaar, duur zijn. De 23,1 die vandaag de dag in de VS gemiddeld geldt voort aandelen, is een stuk minder dan de waarden van rond de 30 die tijdens de beurshype van 1999 en 2000 gewoon waren. Maar bedenk wel dat in 1987, toen de aandelenkoersen eerst fors opliepen en daarna instortten, de koers-winstverhouding op Wall Street op het hoogtepunt minder dan 19 bedroeg. Zo bezien zijn aandelen in de VS nog steeds duurder dan aan de vooravond van de krach van 1987. Het brengt sommige analisten er toe de opleving van 2003 te zien als een korte, opgaande fase in een langduriger neergaande markt.

Hoe zit dat in Europa? Dat is lager gewaardeerd. Dat is niet alleen het gevolg van `tradities': Japan bijvoorbeeld heeft hoge koers-winstverhoudingen omdat de gerapporteerde bedrijfswinsten er relatief laag worden gehouden. De Europese praktijk lijkt meer op de Amerikaanse, en het verschil in beurswaardering hangt dan ook nauwer samen met de economische groeiverwachtingen op de langere termijn.

Het waarderingsverschil is vooral goed te zien als gekeken wordt naar een andere maatstaf: het dividendrendement, het percentage dat het uitgekeerde dividend uitmaakt van de aandelenkoers. Nederlandse aandelen ogen zo bezien zeer aantrekkelijk: een dividendrendement van 3,57 procent doet niet zo gek veel onder voor het rendement op een tienjarige staatslening. Vorig jaar zijn er maanden geweest dat het dividendrendement zelfs hoger was dan de rente op staatsobligaties.

Het hoge Amsterdamse dividendrendement heeft niet alleen te maken met de magere koersstijgingen van het afgelopen jaar. Amsterdam is een van de weinigde (deel-)beurzen waar meer dan 50 procent van de gemaakte bedrijfswinsten als dividend wordt uitgekeerd. Met de name de invloed van zwaargewicht Koninklijke Olie is daar debet aan. De Koninklijke/Shell Groep betaalt op dit moment zo'n zestig procent van zijn winst uit in de vorm van dividend.

Het deel van de winst dat als dividend wordt uitbetaald heet in beurskringen de pay out, en ook in de Verenigde Staten wordt in de toekomst een wat hogere pay out verwacht. De verlaagde belasting op dividend, door de regering-Bush vorig jaar doorgevoerd, slaat dit voorjaar pas goed aan als de dividenden wover 2004 worden uitgekeerd. De pay out in de VS is nu gemiddeld 36 procent, en kan dus wat oplopen.

Blijft het feit dat Amerikaanse aandelen, met een dividendredement van 1,55 procent, aan de dure kant zijn. Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de pay out er zou stijgen tot Amsterdams niveau, zou het dividendrendement in de VS nog steeds maar 2,3 procent bedragen.

Amsterdam was vorig jaar dan wel een slechte plek voor beleggers, het kan zijn dat 2004 het jaar van de revanche wordt. Een herstellende dollar zou verhoudingsgewijs wonderen doen voor de Europese beurskoersen. Bij een verder dalende dollar zouden beleggers gecompenseerd kunnen worden door een renteverlaging door de Europese Centrale Bank die de stijging van de euro een halt toe wil roepen. Het hoge dividendrendement, de dollargevoeligheid en een eventueel inhaalfeffect uit 2003 maken juist Amsterdam, de verliezer van 2003, geen slechte kandidaat om het in 2004 juist beduidend beter te doen dan veel andere Westerse beurzen.