`De vraag is nu: gaat die bastard ons op termijn kwaad doen?'

Samantha Power onderzocht hoe de Amerikanen in de twintigste eeuw streden tegen genocide en maakt inzichtelijk hoe het buitenlands beleid van een supermacht als de Verenigde Staten tot stand komt. Over holocaustcultuur versus recessie, de moralist Bush en de zwakte van beleidsmakers: `De mensen die zich het meest druk maakten, verdwenen snel op de achtergrond, omdat ze niet dachten dat ze iets konden bereiken.'

Eindelijk, de Amerikanen komen! Op 29 juli 1994 stuurt de Amerikaanse president Clinton 200 soldaten naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda. De Hutu's in dat land hebben in een paar maanden tijd omstreeks 800.000 Tutsi's vermoord. De Tutsi's hebben daar zelf een einde aan gemaakt. Een VN-legertje onder leiding van de Canadese kapitein Romeo Dallaire, met soldaten uit derdewereldlanden, zonder uitrusting, heeft machteloos toegekeken. Als de slachting voorbij is, komen de Amerikanen – om humanitaire hulp te verlenen, benadrukt Clinton. Kort voordat ze landen krijgt kapitein Dallaire een telefoontje van een Amerikaanse ambtenaar die wil weten hoeveel Rwandezen er nu precies zijn gestorven. ,,We maken hier onze berekeningen'', zegt de ambtenaar, ,,en een Amerikaans sterfgeval is ongeveer 85.000 Rwandese doden waard.''

Wat is een Amerikaans leven waard? Voor welke waarden staat Amerika? Wat is de plek van Amerika in de wereld? Het zijn veelgestelde vragen sinds 11 september, en meer nog, sinds de Verenigde Staten tegen de zin van de wereld minus een paar landen een oorlog begonnen in Irak. De wereld probeert Amerika te begrijpen – en Amerika zichzelf ook. Dat is bijvoorbeeld te zien in de boekwinkel, waar wekelijks een nieuwe stapel boeken over het land ligt. Zoals Een probleem uit de hel, Amerika, het Westen en het tijdperk van de genocide van de juriste Samantha Power, waaruit bovenstaande anekdote afkomstig is.

Het boek van Samantha Power is anders dan veel andere boeken over Amerika. Die staan vaak vol grote woorden en waardeoordelen – prettig voor wie nog eens wil lezen waarom hij ook al weer voor of tegen Bush is, maar niet veel meer dan dat. Powers boek gaat op het eerste gezicht niet eens over Amerika. Het gaat over genocide in de twintigste eeuw. Maar het is zeer inzichtelijk als je wilt weten hoe het buitenlandse beleid van een supermacht tot stand komt.

Power laat zien hoe politiek gemaakt wordt. Op basis van archiefonderzoek en driehonderd interviews beschrijft ze gedetailleerd wat voor discussies werden gevoerd in het Amerikaanse Congres, in de regering en vooral op het State Department ten tijde van de Armeense volkerenmoord, de Holocaust, het regime van Pol Pot, de gasaanvallen op Iraakse Koerden onder Saddam Hussein, de oorlogen in het voormalige Joegoslavië, en de genocide in Rwanda. Power laat zien waar die discussies toe leidden. En vooral: waarom die discussies meestal nergens toe leidden. Want ze heeft één hele duidelijke mening: Amerika, vindt ze, doet te weinig om mensenrechten in de wereld te bevorderen.

Samantha Power, 33 jaar slechts, doceert mensenrechten aan Harvard University. Ze is een wereldverbeteraar. Maar ze is niet soft. De wereld is ingewikkelder geworden sinds de jaren '60, met make love not war kom je er niet meer. Macht is niet vies, vindt deze humanitaire havik, ook militaire macht niet. Zo lang die macht maar een goed doel dient. In de bibliotheek van een Amsterdams hotel vertelt ze hoe haar boek – onderscheiden met een Pulitzer-prijs voor non-fictie – is ontstaan. Ze is een paar dagen in Nederland om Een probleem uit de hel te promoten en om het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag te bezoeken. Power deed verslag van de oorlog in Bosnië voor The Boston Globe en The Washington Post.

Power: ,,Begin twintig was ik, ik kwam net van de universiteit. Ik ben geboren in Dublin, Ierland. Ik verhuisde naar de VS toen ik negen was. Ik had het optimisme van een immigrant. In de VS hoor je heel vaak: never again, never again, never again. Ik dacht daarom dat de VS iets zouden doen aan het afschuwelijks op de Balkan. Er vlogen NAVO-vliegtuigen boven mijn hoofd. Ik vroeg me af: wat doen die gasten? Toen ik terugkwam in de VS, dacht ik niet aan een boek. Ik besloot dat ik zou proberen voor de regering te werken en ging rechten studeren. Om van binnenuit dingen gedaan te krijgen.

,,Overal waar ik kwam hoorde ik weer: never again, never again, never again. De film Schindler's List was net uit. Op de Mall in Washington was het Holocaust Museum geopend. Ik dacht: als we zoveel moeite doen om ons de lessen van de Holocaust te herinneren, waarom doen we dan zo weinig tegen hedendaagse genocide? En: waarom weten we dat niet? We leken ons niet bewust te zijn van wat we zojuist hadden laten gebeuren in Rwanda en in Bosnië.''

Ze gluurt in het glas cola dat een medewerker van het hotel voor haar heeft neergezet en holt weg. Er zitten geen ijsklontjes in. Even later, verontschuldigend: ,,Ik kan het niet drinken zonder. Ik ben een Amerikaan nu.''

Waarom besloot u zich te concentreren op de VS? Waarom niet de Verenigde Naties of het Westen?

,,De VN zouden niet interessant zijn geweest. De beslissingen die dicteren wat er uit de VN komt, zijn de beslissingen van lidstaten. Ik had `het Westen' kunnen nemen, of Europa en de VS. Maar het nadeel van veel onderzoek is dat iedereen verantwoordelijk wordt gemaakt, en daarom niemand. En ik wist: the devil is in the detail. Ik moest achter de interne processen van een regering komen. Het zou ongekend ambitieus zijn dat voor drie, vier of vijf landen te doen. Ik koos Amerika, omdat het mijn land is. Omdat het het land is waar, met uitzondering van Duitsland en Israël, de Holocaustcultuur het sterkst is. En omdat het het land is met de meeste macht.''

Vindt u dat Amerika een grotere morele verantwoordelijkheid heeft, omdat het zo machtig is?

,,Ja, zeker. Maar belangrijker dan dat: Amerika kan meer bereiken met minder. Een veroordeling van een Ierse diplomaat heeft geen betekenis. Economische sancties van Ierland hebben geen betekenis. Alleen de woorden van Amerika kunnen effect hebben. Meer dan van welk ander land.''

De kracht van het boek is dat het gaat over concrete mensen in concrete situaties, niet over landen, legers of volken. Een van haar hoofdpersonen is de Poolse jood Raphael Lemkin. Hij vluchtte aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten, waar hij als jurist werk vond op het ministerie van Oorlog. Terwijl zijn familie werd vergast, probeerde hij de Amerikaanse regering ervan te doordringen dat de nazi's bezig waren de joden te vernietigen. De Verenigde Staten, vond Lemkin, moesten een verdrag aannemen tegen `barbarij' en alle oorlogsinspanningen richten op het voorkomen daarvan.

Lemkin vond geen gehoor. Toen hij zich afvroeg hoe dat kwam, dacht hij aan Churchill die eens had gezegd dat de nazi's zich schuldig maakten aan een ,,misdrijf zonder naam''. Lemkin besloot een woord te bedenken voor dat misdrijf, ,,misschien dat dan het volk en ook de politici meer geneigd zouden zijn het te laten ophouden''. Daartoe bestudeerde hij linguïstische en semantische theorieën. Hij las beschouwingen van George Eastman, de bedenker van `Kodak'. Zoiets wilde Lemkin ook. Een naam die nergens anders mee geassocieerd kon worden, behalve met de gruweldaden van Hitler. Het werd genocide, naar het Griekse `genos' (ras of volksstam) en het Latijnse caedere (moorden).

In 1948 kwam er ook een verdrag, het Genocideverdrag, eveneens door toedoen van de Pool. Maar het levensverhaal van Lemkin is geen success story. Hij stierf ruim tien jaar later als een verbitterd man, op zijn begrafenis kwamen zeven mensen. Amerika weigerde het verdrag te ratificeren, veertig jaar lang. Volksvertegenwoordigers vreesden voor een inbreuk op de soevereiniteit van de VS – dezelfde angst die de Amerikanen nu koesteren voor het Internationale Strafhof in Den Haag.

Uiteindelijk was het Ronald Reagan die ervoor zorgde dat de VS het verdrag ratificeerden. Hij ergerde zich aan de sovjets, die het verdrag wél hadden ondertekend en daarmee makkelijk propaganda maakten. Iedere keer dat een vertegenwoordiger van de VS in internationaal verband, bijvoorbeeld in de VN-Commissie voor de Mensenrechten, klaagde over de behandeling van minderheden in de Sovjet-Unie, kreeg die als repliek: ,,Wie bent u dat u zich beroept op een verdrag waarvan u zelf geen partij bent?''

Het was september 1984, Reagan werkte aan zijn herverkiezing. Zijn adviseurs dachten dat hij extra joodse stemmen kon binnenhalen door zich tijdens een bijeenkomst van de joodse gemeenschap uit te spreken voor het Genocideverdrag. De aanname zou toch pas kunnen plaatsvinden ná Reagans herverkiezing. Samantha Power citeert een medewerker van de Senaat, die destijds zei: ,,Dit was een slimme zet van de regering. Er is geen tijd om een debat te voeren waarbij de president het tegen de conservatieven zou moeten opnemen, maar wel tijd om de president politieke voordelen op te leveren.''

Harold Koh was toen 29 en werkte op het ministerie van Justitie. Hij had een analyse gemaakt voor het Witte Huis waaruit bleek dat de VS het Genocideverdrag met weinig risico's voor Amerikaanse burgers konden ratificeren. Koh hoorde niets. ,,Er was geen enkele belangstelling om het verdrag erdoor te krijgen'', zegt Koh in het boek. Maar in het voorjaar van 1985 kreeg hij plotseling een telefoontje: Reagan wilde dat het verdrag onmiddellijk werd geratificeerd. Reagan, inmiddels herkozen, had op dat moment een publicitair probleem. Hij zou op reis gaan naar West-Duitsland en was van plan een krans te leggen op de begraafplaats van Bitburg. Toen bekend werd dat daar ook leden van de Waffen SS waren begraven, kreeg Reagan zware kritiek, vanuit de Senaat, de media en van Amerikaanse oorlogsveteranen. Maar Reagan wilde niet de indruk wekken dat hij boog voor kritiek. Hij toonde liever daadkracht door zich opnieuw sterk te maken voor het Genocideverdrag. ,,Bitburg'', zegt Harold Koh, ,,was niet een reden voor de omslag. Het was de enige reden.''

De ratificatie van het Genocideverdrag in 1986 was – uit oogpunt van mensenrechten – niet meteen een verbetering, aldus Power. Sindsdien dachten Amerikaanse politici nóg langer na voordat ze het woord genocide in de mond namen. Ook ambtenaren werden voorzichtig. Power citeert een discussiestuk over Rwanda van het ministerie van Defensie: ,,Wees voorzichtig. De juridische afdeling was hier gisteren ongerust over: een genocide-uitspraak zou [de Amerikaanse regering] ertoe kunnen verplichten om feitelijk `iets te doen'.''

Power beschrijft hoe regeringsfunctionarissen zich tijdens de oorlog in Bosnië in bochten wrongen om het woord genocide niet te hoeven gebruiken, ook nadat ze al hadden erkend dat sprake was van ,,etnische zuiveringen'' en ,,genocidale handelingen''. ,,Bij Bosnië'', vertelt veiligheidsadviseur Brent Scowcroft aan Power, ,,raakten we allemaal de draad kwijt tussen etnische zuivering en genocide.''

Opeenvolgende Amerikaanse presidenten zagen af van actie wanneer elders in de wereld een volkerenmoord werd gepleegd, niet omdat ze dat niet wisten. Ze grepen niet in, concludeert Power, omdat ze niet wílden ingrijpen. Amerikaanse politici – Democratische net zo goed als Republikeinse – hanteerden een smalle definitie van Amerikaanse belangen. Ze probeerden slechts ,,het morele stigma te vermijden dat samenhing met het toestaan van genocide''. Dat deden ze vaak door te benadrukken dat een conflict het gevolg was van eeuwenoude stammentwisten. En dat het onmogelijk was agressor van slachtoffer te onderscheiden. Uitzondering op deze regel was de Kosovo-oorlog, maar die had dan ook een lange voorgeschiedenis van Servische argressie, onder meer in Srebrenica.

Lager geplaatste beleidsmakers hadden vaak de neiging net zo te gaan denken als hun chefs. Slechts een enkele keer kwamen ze daarmee in conflict. Power citeert Mike Habib, directeur van de afdeling Bosnië op Buitenlandse Zaken. Die had woorden met zijn supervisor. Die wilde, vertelt Habib, ,,niet dat men kon zien dat wij beschuldigingen uitten zonder dat we er iets tegen ondernamen. Dus zei hij: `Hoe weet je zo zeker dat de Serviërs dat hebben gedaan?' Ik antwoordde dat de Serviërs met zwaar geschut buiten de stad lagen en dat de stad werd beschoten, met andere woorden dat de Serviërs de stad aan het beschieten waren. Maar daar nam hij geen genoegen mee. Ik moest schrijven: `Er waren beschietingen' of `Er zijn beschietingen gerapporteerd'. Alsof in Bosnië spontane zelfontbranding plaatsvond.''

Wat voor beeld had u van politici voordat u begon? Mensen met goede bedoelingen? Immorele wezens?

,,Ik dacht dat ze min of meer waren als u en ik: goed, slecht, beperkt, aan het rationaliseren, bang. Als ik had gedacht dat het alleen maar slechte mensen waren, als ik die linksige houding had gehad, dan zou ik geen vraag hebben gehad, geen boek hebben geschreven. Als mensen slecht zijn: natuurlijk staan ze dan toe dat genocide gepleegd wordt.''

Is dat beeld veranderd door het schrijven van dit boek?

,,Ik heb een beter idee gekregen van de zwakte van beleidsmakers. Het is zo moeilijk iets gedaan te krijgen. Met als gevolg dat mensen tegen zichzelf zeggen: in je eentje kun je niet zo veel doen. De mensen die zich het meest druk maakten, verdwenen snel op de achtergrond omdat ze niet dachten dat ze iets konden bereiken. Ik ben ze daardoor minder als individuen gaan zien, en meer als onderdeel van een groot systeem.''

Heeft u het nu over politici of over ambtenaren?

,,Over de bureaucraten. Maar zelfs op het hoogste niveau zie je een weerzin om de eenzame dissident te zijn. Neem Rwanda, niemand in de regering maakte zich daar druk om. Iemand als Tony Lake, de nationale veiligheidsadviseur van Clinton, is eerlijk. Die vraagt zich nu ook af: wáárom maakte ik me niet druk? In zijn geval was het een internalisering van wat hij dacht dat de prioriteiten van de president waren. Natuurlijk, een president mag prioriteiten stellen. Maar Tony Lake was waarschijnlijk de op een na machtigste man in het land. En zelfs hij vluchtte achter zijn status als nummer twee.''

Wat zegt dat over Carter, Reagan, Bush Sr. en Clinton, al die Amerikaanse presidenten die, concludeert u, wisten wat er aan de hand was maar niets deden? Zijn dat slechte mensen?

,,Je moet erkennen – en dat is moeilijk in Europa – dat er concurrerende versies zijn van een morele buitenlandse politiek. Ik kan een morele buitenlandse politiek zien die nauwkeurig omschrijft wie de leden zijn van de gemeenschap die die politiek moet dienen. De reden dat weinig presidenten iets hebben gedaan is: het is de functie van Amerikaans buitenlands beleid om de economische belangen en de veiligheidsbehoeften van Amerikaanse burgers te bevorderen. Ik denk niet dat er iemand naar de president kwam en zei: `Maak een prioriteit van genocide'. En dat de president toen zei: `Nee!' Die politici hadden niet de mentale houding van moordenaar. Het was vaak meer een kwestie van veronachtzaming. Het kwam niet in hun hoofd op.''

Wat wilt u? Een bewustzijn creëren?

,,Ja, een bewustzijn dat `geen beslissingen nemen' ook `beslissingen nemen' is. Non-prioriteiten hebben grote gevolgen. Het is te makkelijk om te zeggen: het was niet in het nationale belang. Alsof het nationale belang iets anders is dan een concept dat is gemaakt. Veel Amerikanen doen dat: het is niet in het nationale belang. Elke president krijgt een kans opnieuw te definiëren wat het nationale belang is.''

Maakt het uit dat Bush op dit moment president is en niet Al Gore?

,,Het is dat het zo slecht gaat in Irak. Anders zou ik zeggen dat Bush sneller dan zijn voorgangers geneigd is iets te doen tegen genocide. Bush is een moralist. Hij is niet iemand die, zoals Clinton, voortdurend de peilingen in de gaten houdt. Hij staat in een lange traditie van mensen die vinden dat het Amerika's taak is om de inboorlingen te beschaven. En inboorlingen beschaven betekent soms dat je onze jongens in een gevaarlijke situatie brengt. Bush heeft een vastbeslotenheid en dat waardeer ik in hem.''

De regering-Bush noemde mensenrechten als een van de redenen om een oorlog in Irak te beginnen. Gelooft u dat?

,,Ik denk dat het een vergissing is – en ik hoor dit veel in Europa – om te zeggen dat het geen factor was. Maar het stond onderaan de lijst. De bevrijding van het volk van Irak zou nooit genoeg zijn geweest, het was noodzakelijk noch voldoende als argument. Hij zou ook zonder dat argument ten oorlog zijn getrokken. En als enig argument zou het nergens toe hebben geleid. Het gaat over economische onzekerheden en belangen.''

Maar dan is het toch geen reden?

,,Nee, het ís een reden. Als je overtuigd bent van een koers, dan nog kan de diepte van je overtuiging veranderen. Ik denk dat hij echt gelooft dat hij iets goeds doet, absoluut, in een religieuze, messianistische zin. Ik denk dat hij echt gelooft, en hij is de eerste president die dat doet, dat je belangen en waarden niet kunt scheiden. Dat is een grote stap. Als dat de erfenis is van deze regering, dan zou dat positief kunnen zijn. De erkenning dat de afwezigheid van democratie en gebrek aan respect voor mensenrechten op de lange termijn een bedreiging kunnen zijn voor Amerikaanse veiligheid.''

De regering-Bush werkt toch nog steeds samen met regeringen die weinig respect hebben voor mensenrechten?

,,Absoluut. Ik zeg alleen: dat wordt nu erkend. Er is een bewustzijn van die selectiviteit, van die hypocrisie. In de Koude Oorlog was het simpelweg: het is een bastard, maar het is onze bastard. Nu is het: het is een bastard, gaat ons dat op de lange termijn schaden? Het gaat nog steeds over ons. Maar deze vraag wordt toegestaan.''

U beschrijft in uw boek hoe de Iraakse Koerden onder Saddam werden vergast. En u neemt het de Amerikaanse regering kwalijk dat die toen niets deed. Toch heeft u zich tegen de huidige oorlog in Irak verklaard. Waarom?

,,Je moet altijd een kosten-baten-analyse maken. Je moet rekening houden met het welzijn van de mensen om wie het gaat, met de regio, met je plek in de wereld. Als de Russen genocide zouden plegen in Tsjetsjenië, dan zou ik me bekommeren om de Tsjetsjenen. Maar ik zou niet pleiten voor een oorlog tegen Rusland, vanwege de kosten. Dit is niet zo extreem. Maar we hadden het niet `verdiend' om oorlog te voeren. We werden zo gehaat in de wereld, ik had het gevoel dat het de veiligheid van de VS zou ondermijnen. En het feit dat mensenrechten onderaan de lijst stonden om te gaan, was een goede aanwijzing voor de mate waarin de Amerikaanse regering de gevolgen voor de mensenrechten had doordacht. Je motief is heel belangrijk, omdat dat duidelijk maakt wat de prioriteiten zullen zijn in de planning. Hoe ga je het doen? Ga je het ziekenhuis bewaken of het ministerie van Olie?''

Hoe cynisch bent u geworden tijdens het schrijven van dit boek?

,,Ik ben helemaal niet cynisch, gek genoeg. Ik accepteer dat genocide plaatsvindt. Ik accepteer dat het moeilijk is het Amerikaanse volk te mobiliseren. Maar ik accepteer het, om vervolgens te zeggen: oké, dus wat gaan we eraan doen? Het schrijven van dit boek hield ik emotioneel vol omdat ik, toen ik eraan werkte, ook steeds mensen tegenkwam die de genocide probeerden te stoppen.''

Op welke manier denkt u dat in de toekomst te doen: als journalist, als wetenschapper of als politicus?

,,Ik wil graag voor [de Democratische presidentskandidaat] Wes Clark werken, als hij de verkiezingen wint. Maar het hangt ervan af. Op een laag niveau voor de regering werken is geen goede manier om iets gedaan te krijgen. En je moet het geduld hebben om op een hoger niveau te komen. Verder denk ik na over een tweede boek. Het is moeilijk om de wereld te veranderen. Maar je moet het proberen, wat je ook doet.''