De sparende consument wordt weer shopper

De overheidsuitgaven waren vorig jaar de kurk waarop de economie dreef. Dit jaar krijgt de consument de rol van aanjager. Maar heeft die er wel zin in?

In het komende jaar zal de Nederlandse consument moeten tonen wat hij waard is. Terwijl de Amerikaanse burger het afgelopen jaar onverstoorbaar doorging met consumeren en daar ook zijn spaargeld voor aansprak, hield de Nederlander de hand op de knip. Naar het zich nu laat aanzien daalden de consumptieve bestedingen van huishoudens in 2003 met rond een procent ten opzichte van het jaar daarvoor. De kwakkelende export en aarzelende bedrijfsinvesteringen lieten nog maar één stimulerende factor over in de Nederlandse economie, en dat was de overheid.

Aan die overheidsimpuls komt, nu de in het afgelopen najaar aangekondigde recordbezuinigingen van het kabinet-Balkenende in werking treden, een einde. Over de vooruitzichten van de overheidsfinanciën bestaan grote verschillen van mening. Het Centraal Planbureau schatte onlangs dat het begrotingstekort van de overheid volgend jaar stijgt naar 3,25 procent. Een ander gezaghebbend instituut, De Nederlandsche Bank, stelt dat het tekort onder de 3 procent blijft. Hoe dan ook, de rol van de overheid als groeifactor in de economie is uitgespeeld. Zalm heeft gezegd te willen wachten tot de Voorjaarsnota, die uiterlijk 1 juli naar de Tweede Kamer wordt gestuurd maar in de praktijk vrijwel altijd veel eerder, om te bekijken of er extra bezuinigingsmaatregelen nodig zijn. Zelfs als die uitblijven, mag worden verwacht dat de minister meevallers in het begrotingssaldo zal willen laten lopen. Het tekort over 2004 zou dus, bij een hoger dan verwachte economische groei, relatief nog wel eens kunnen meevallen.

Of er inderdaad sprake is van een economisch herstel zal al moeten blijken uit de economische groei over de eerste twee kwartalen van dit jaar. De meeste instituten en banken verwachten dat de handelsbalans verbetert als gevolg van een aantrekkende economie in het buitenland. En zij verwachten dat de groei vooral van de particuliere consumptie komt. Maar waarom zou de consument volgend jaar zijn bestedingen opvoeren als bezuinigingsmaatregelen juist zijn koopkracht drukken? Het antwoord moet liggen in anticiperend gedrag. De burger kijkt vooruit. In het afgelopen jaar was hij of zij beducht voor mogelijke werkloosheid, voor een krach op de huizenmarkt, voor de bezuinigingen die er aan zouden komen. Er is daarom een groot aantal euro's niet uitgegeven. Die euro's kunnen alsnog loskomen als het optimisme over de toekomst stijgt.

Van doorslaggevend belang daarbij is het consumtenvertrouwen en, in het kielzog daarvan, de ontwikkeling van de werkloosheid. Het vertrouwen vertoonde de afgelopen twee maanden een stijgende lijn, zij het nog steeds op een zeer laag niveau. Van de consumptieve bestedingen mag daarom geen wonder worden verwacht. Zelfs als de burger, tegen zijn koopkrachtverlies in, zijn bestedingen opvoert, blijft de economische groei waarschijnlijk ver achter bij wat in de rest van Europa gangbaar zal zijn. Gemiddeld verwachten instituten en banken een groei van rond de 1 procent. Mocht dat in de loop van het jaar blijken mee te vallen, dan heeft dat mogelijk politieke gevolgen. Na de draconische bezuinigingen van dit jaar kan de verleiding groot worden om de pijn voor sommige groepen in de samenleving enigzins te verlichten. Verwacht in dat geval, met het CDA op Sociale Zaken en de VVD op Financiën, een interessante aanloop naar prinsjesdag 2004.