De lezer schrijft over het gebruik van anonieme bronnen... ...de krant antwoordt

Het citeren van anonieme bronnen in NRC Handelsblad neemt epidemische vormen aan. Wel erg bont maakte Brussel-correspondente Caroline de Gruyter het (`Kabinet paait eurosceptische burger', 12 december). Zij citeert achtereenvolgens: `bronnen bij de Europese Commissie', `een Brusselse ingewijde', `een betrokkene', `een insider' en `een Commissieambtenaar'. Bij die laatste krijg ik tenminste nog een vage indicatie wat de functie van de geciteerde is, bij de anderen tast ik volledig in het duister.

,,Het achterhouden van de identiteit van een bron is alleen toegestaan indien de bron ernstige beroepsmatige of fysieke schade zou kunnen oplopen bij het bekend worden van zijn naam'', stelt het Stijlboek van NRC Handelsblad. Van die gedragscode is in de praktijk niets te merken. Vooral in de berichtgeving uit Den Haag en Brussel wemelt het van niet nader genoemde bronnen. Waarom deze lieden niet met naam en toenaam in de krant willen en welk gevaar zij lopen, is volstrekt onduidelijk.

Anonieme citaatjes scoren is een luie en kritiekloze vorm van journalistiek.

Jasper van de Kerkhof, Rotterdam

Deze kwestie heeft meer kanten. Na de geciteerde zin uit het Stijlboek volgt een verduidelijking van het begrip schade en de conditie waaronder anonieme informatie kan worden afgedrukt. Het moet gaan om `ontslag' of `bedreiging met geweld'. En: ,,Het moet gaan om informatie die niet op een andere manier kan worden verkregen. De juistheid en de controleerbaarheid ervan zijn bepalend voor de vraag of de informatie afgedrukt kan worden. De hoofdredacteur en de rubriekschef moeten weten wie de bron is, uit een oogpunt van rechtsbescherming van de krant.''

Het is niet ondenkbaar dat een (Europese) ambtenaar zijn baan op het spel zet als hij `on the record' met de pers praat. Er zijn vaak strikte interne dienstvoorschriften die contact met de pers verbieden en die de ambtenaar verplichten journalisten te verwijzen naar de officiële voorlichting of woordvoering, waar vaak nogal algemene verklaringen genoteerd kunnen worden. Journalisten die juist niet lui of kritiekloos zijn pogen daarentegen toch de personen te spreken die op de eerste rij zitten, de ambtenaar of werknemer zelf.

De prijs die daarvoor soms wordt betaald is een artikel dat makkelijk kan vollopen met `bronnen', `ingewijden' en andere anonymi. Daarom luiden de laatste regels van het stijlvoorschrift ook: ,,De lezer moet duidelijk zijn hoe en waarvoor een anonieme bron is gebruikt en waarom de identiteit is achtergehouden. Uiterste terughoudendheid is geboden want verificatie wordt erdoor belemmerd en manipulatie van de verslaggever wordt makkelijker.''

Hier heeft de briefschrijver dan ook een goed punt. In veel artikelen wordt te weinig moeite gedaan om uit te leggen waarom anonimiteit de enige mogelijkheid was om betrouwbare eerstelijns informatie te verkrijgen. Met name in politieke berichtgeving veronderstellen verslaggevers deze omstandigheid bij de lezer te vaak bekend.

Toch heb ik uiteindelijk liever een artikel waar op verantwoorde wijze anonieme, maar authentieke bronnen in worden geciteerd die echt weten hoe het zit, dan de met naam en toenaam genoemde woordvoerders die zich moeten beperken tot de gewenste versie van de feiten.