Bokje

Stille, grijze mist hangt boven de Ooijpolder bij Nijmegen. Vroeger werd hier `geticheld', dat wil zeggen: klei gewonnen. De putten die zo zijn ontstaan bieden schuilplaats aan een geheimzinnige watervogel die bokje (Lymnocryptes minimus) heet, de kleinste snip. Mijn voetstappen alarmeren hem en hij vliegt uit de dekking op, zwijgzaam en in rechte vlucht. Meteen valt hij weer neerwaarts, deze halve snip ofwel doverik, zelfs Gerrit genoemd en ook pink.

's Winters is hij in Nederland talrijk te gast. Hij heeft een gestreept bruin verenkleed met twee lichte lijnen over de rug. Het bokje meet slechts 18 centimeter. Met zijn scherpgepunte snavel zoekt hij langs de Waaloever zijn voedsel dat bestaat uit kleine land- en zoetwaterslakjes, zaden, kevers. Zijn vlucht is niet zigzaggend, wel maakt hij een wijkende, omtrekkende beweging. Het bokje is een solitaire vogel, en daar houd ik van. Een kleine, eenzame verschijning in het gras en tussen het riet. Het is mooi dat hij de Ooijpolder tot verblijfplaats kiest, anders moeten we hem tijdens het winterseizoen in tropische streken zoeken.

freriks@nrc.nl