Antisemitisme-spook

Oscar Garschagen schreef over de Rambo Jood: `Onbegrepen, onbemind en verguisd: joden over het nieuwe antisemitisme'. (Z, 6 december) De door hem genoemde Israëlische professor Kimmerling zegt terecht dat de Israëlische minister Sharansky het antisemitisme-spook oproept voor manipulatieve doeleinden.

Hij misbruikt een woord, `antisemitisme', dat gedurende bijna tweeduizend jaar, in de westers-christelijke wereld, steeds gedefinieerd is geweest als discriminatie, vervolging, minachting en haat van een joodse minderheid zonder enige politieke macht. Inderdaad, gedurende de Holocaust is totaal niets gebeurd om het lot van de joden te verlichten. Nu heeft de joodse staat een van de sterkste legers van de wereld en is hij de beste vriend van de sterkste macht, de VS. Daardoor alleen al is dit woord tegenwoordig alleen bruikbaar voor demagogische doeleinden. Bovendien is het door de Holocaust voor altijd vergiftigd met het vergif van Auschwitz.

Hieruit volgt dat de meeste joden nog steeds hypergevoelig en bang zijn voor dit woord alsook voor alles dat met anti-joods en/of anti-Israël in verband gebracht kan worden. Dus het opplakken van het etiket `antisemitisme' kan angst opwekken. Dit mengsel van angst en relatief onbeduidende onvriendelijke uitingen aan het adres van joden of de staat Israël, het `antisemitisme-spook', kun je misbruiken om mensen te manipuleren.

Dat doet minister Sharansky, al ontkent hij dat in het interview met Oscar Garschagen. Maar eerder schreef dezelfde Sharansky: ,,Het nieuwe antisemitisme verschijnt in de vermomming van `kritiek op de politiek van Israël', bestaand uit een discriminerende benadering van de joodse staat en hantering van een dubbele standaard waarbij tevens zijn recht van bestaan wordt betwist.'' M.a.w.: ,,...het recht van de joodse natie om in zijn land een bestaan te leiden als elke andere natie.''

Alsof het 36 jaar lang voortdurende bezettings-, apartheids- en onderdrukkingssysteem door Israël een vergelijking zou toelaten met het bestaan dat beschaafde naties leiden.

Ten tweede is ook de beschuldiging dat kritiek op Israël gebaseerd zou zijn op antisemitische motieven uiterst zwaar, en eenmaal geuit nauwelijks meer uit te poetsen. Ook hieraan kleeft het vergif van Auschwitz waardoor de beschuldigde in de categorie van potentieel moordenaar wordt geplaatst. Niets is effectiever om iemand tot antisemiet te maken dan hem/haar of hun land ten onrechte zo te beschuldigen.

Alle zogenaamde of eventueel echte antisemitische uitingen na de Tweede Wereldoorlog zijn in West-Europa voor het allergrootste deel gepleegd door leden van groepen aan de rand van de samenleving. Hiervan zei reeds de Nederlandse schrijver Abel Herzberg: ,,Antisemitisme geuit door individuen behorend tot randgroepen is geen probleem dat joden zich moeten aantrekken; het is een problemen van die randgroepen.''

Buiten West-Europa gebruiken Arabische en/of islamitische staten in hun anti-Israëlpropaganda veel beelden en clichés uit het oude antisemitisch arsenaal. Dat is dom, contraproductief en misdadig. Hierin verschillen ze dus niet zoveel van Israëlische politici à la Shimon Peres en Nathan Sharanski die kritiek op Israël gelijk stellen aan antisemitisme. Immers ook Israëls vijanden vermengen zo hun kritiek op een land met het met massale genocide verbonden begrip antisemitisme.

De beschuldiging echter dat de Arabische landen vanwege antisemitisme en niet wegens afkeurenswaardig gedrag van een bezettende mogendheid anti-Israël-propaganda voeren, is manipulatief. Zoals de door Garschagen aangehaalde Israëlische professor Kimmerling zegt: ,,Sharansky en Sharon verschuilen zich veel te snel achter dat ridicule argument van het nieuwe antisemitisme. Dat is verkeerd en manipulatief, dat is een instrument om de critici van Israëls onderdrukkend beleid monddood te maken.'' Bovendien dient het om het antisemitisme in Europa aan te wakkeren en sommige toch al bange joden nog banger te maken om ze te verleiden naar Israël te emigreren.