48 uur in Chicago

Tracy Metz bezoekt `The Windy City' en kijkt voortdurend omhoog.

WAAROM NU GAAN?

Chicago is dé metropool van de Midwest – groot geworden in industrie, vlees en graan – maar ziet zichzelf liever als de westrand van de oostkust. Als de eeuwige concurrent van New York, maar dan zonder de kapsones en het gejakker. Bovendien is de koers van de euro nu hoog. Maar neem wel een dikke jas mee.

MAFIA

Van de nood een geuzennaam maken, dat kunnen ze goed in Chicago. Deze stad die zich uitstrekt langs Lake Michigan en de oevers van de Chicago River, heeft zichzelf alvast de bijnaam `The Windy City' gegeven. En dan is er ook het bloedige maar tot de verbeelding sprekende maffiaverleden. Tijdens de Drooglegging, tussen de Eerste Wereldoorlog en 1933, was gangster Al Capone heer en meester in de stad. Die was zo corrupt dat de integere politie-eenheid die de macht van Capone moest breken, van de weeromstuit de bijnaam `The Untouchables' kreeg.

ARCHITECTUUR

Eind achttiende eeuw is het als handelspost met de indianen ontstaan, in de negentiende eeuw werd dit de stad van de rijke industriëlen en de arme immigranten uit talloos verschillende landen, om in de twintigste eeuw de stad van de vernieuwende architectuur te worden, in het bijzonder van Frank Lloyd Wright. De voor Amerikaanse begrippen oude stad heeft een dichtbebouwd centrum dat voor Europeanen vertrouwd aanvoelt. Het opvallendste van dat centrum is de metro op poten die er dwars doorheen loopt, liefkozend de `El' genoemd, als afkorting van elevated. De El maakt een lus door downtown, de `Loop' genoemd.

Het geratel van de metro boven je hoofd is hét karakteristieke geluid van downtown Chicago. De straten eronder, met hun arcades van ijzeren stutten met klinknagels, zijn het perfecte decor voor een wilde achtervolging in een actiefilm. Zittend in de verhoogde metrostellen voel je je soms een voyeur, zo direct kijk je door de ramen van woningen en kantoren. Het hele verhaal van de Loop en zijn geschiedenis kun je horen als je een tour neemt met de Chicago Architecture Foundation (www.architecture.org). De trein is ook voor de bezoeker een uitstekend vervoermiddel: een rit kost ongeacht de afstand 1,50 dollar, ook die van ongeveer driekwartier van en naar het vliegveld O'Hare. De tocht is meteen een kennismaking met enkele minder bedeelde buurten van de stad. Dat levert soms onvergetelijke beelden op, bijvoorbeeld van een afbraakpand waar alle ramen met triplex zijn dichtgetimmerd, op één na – zonder glas – waar over een touwtje een groezelige onderbroek is gedrapeerd.

GROTE BRAND

Net als Rotterdam heeft Chicago een wederopbouw gekend – niet na een oorlog maar na een grote brand, in 1871. Volgens de overlevering schopte een koe een lantaarn omver; in de vlammen die onbeheersbaar door de van hout opgetrokken stad raasden, verloren honderden mensen het leven en 90.000 hun onderdak. Nog maar 14 jaar later, in 1885, verrees het negen verdiepingen hoge Home Insurance Building, dat wat betreft bouwtechniek de grondlegger was voor de wolkenkrabber. En net als in Rotterdam bogen zich vooruitstrevende planners en architecten over een plan voor de nieuw te bouwen stad, dat genoemd werd naar Daniel Burnham, stadsontwerper en architect van onder andere de White City, de `stad' die Chicago speciaal liet bouwen voor de wereldtentoonstelling van 1893.

LUSTMOORDENAAR

Burnham is een van de twee hoofdpersonen in het boek The Devil in the White City, dat in grote stapels overal in de stad ligt. Daarin verweeft auteur Erik Larson de twee – waargebeurde – verhalen van Burnhams perikelen bij de totstandkoming van The White City en van lustmoordenaar H.H. Holmes. Holmes lokte zijn slachtoffers naar zijn World's Fair Hotel, dat behalve met kamers ook was uitgerust met een gaskamer, een snijtafel en een crematorium.

Burnhams naam is tegenwoordig ook verbonden aan een hotel. Oorspronkelijk in 1895 als kantoor gebouwd voor een verzekeringsmaatschappij, stond het jarenlang leeg en dreigde gesloopt te worden. Toen ontstond er zo veel protest, dat de gemeente het zelf maar kocht en tot monument verklaarde om het veilig te stellen terwijl er verder naar een nieuwe bestemming werd gezocht, na een restauratie van 27,5 miljoen dollar nu dus als `boutique hotel' (1 W. Washington, www.burnhamhotel.com). Als je onderweg naar je kamer kijkt naar de mozaieken in de vloeren, de marmeren muren en de siergrilles in de liften kun je alleen maar blij en opgelucht zijn.

HIGH TEA

Wie van de hoge eurokoers wil profiteren om luxe te logeren, gaat naar het Four Seasons hotel in het hart van Chicago's winkelparadijs de Magnificent Mile. De locatie is typisch Chicago: het hotel zit in een vertical mall, waar de winkels niet naast elkaar liggen maar op elkaar zijn gestapeld. Je neemt de roltrap naar de tweede en vervolgens een lift naar de lobby op de zesde – die bijna obsceen ruim is als je stilstaat bij de vierkante meterprijs. Wie alleen aan de luxe wil snuiven, kan er high tea nemen met uitzicht over de krioelende drukte van de auto's en het winkelend publiek beneden. Om de hoogtijdagen van het weelderige warenhuis te beleven ga je naar Marshall Field's uit 1887 (111 N. State Street, tegenover het Burnham Hotel), dat één heel reusachtig stadsblok in beslag neemt, om naar de fontein te kijken onder een koepel van Tiffany-glas.

SEARS TOWER

Een bezoek aan Chicago betekent veel omhoog kijken. De liefdesaffaire met de wolkenkrabber, die eind negentiende eeuw begon, is de hele volgende eeuw met passie voortgezet. In 1973 werd de Sears Tower gebouwd, die tot 1997 de hoogste ter wereld was (toen gingen de Petronas-torens in het Maleisische Kuala Lumpur met de eer strijken) en nog altijd de hoogste in Noord-America is (zegt Sears zelf). De Sky-deck op de 103e verdieping, 412 meter boven de grond, biedt een prachtig uitzicht over de stad. Om te weten waar je naar kijkt kun je terecht bij de Prairie Avenue Bookstore (418 S. Wabash, www.pabook.com) en bij de onvolprezen Chicago Architecture Foundation, die per bus, boot, fiets en te voet tours over elk denkbaar thema organiseert met deskundige en bevlogen gidsen, lezingen organiseert en een goed gesorteerde winkel heeft. Op loopafstand kun je ook hip, lekker en betaalbaar Japans eten in Oysy (S. Michigan Ave en 9th Street, www.oysysushi.com), met een interieur van de hot architect Doug Garofalo.

UITSTAPJE

Neem de tijd voor een uitstapje naar Oak Park, een welvarende buitenwijk van de stad (per metro bereikbaar, dwars door gruwelijke getto's heen) waar de architect Frank Lloyd Wright zijn carrière begon (veel later zou hij het Guggenheim Museum in New York ontwerpen) en waar Ernest Hemingway is geboren. Hemingways geboortehuis is dagelijks te bezoeken en er tegenover ligt het museum (www.ehfop.org). Maar het lommerrijke plaatsje staat vooral in het teken van de – uitstekend georganiseerde – Wright-mania. Zowel Oak Park zelf (www.oprf.com/flw/) als de Frank lloyd Wright Preservation Trust (http://www.wrightplus.org/tours/) organiseren tours naar Wrights studio, een aantal woonhuizen in zijn beroemde Prairie-stijl, en Unity Temple (1908), het enige openbare gebouw uit zijn vroege jaren dat nog altijd in gebruik is.

REM KOOLHAAS

Tegenwoordig zoekt Chicago het niet zo zeer in de hoogte als in de bijzondere ontwerpen. Dit najaar kwam het studentencentrum gereed dat Rem Koolhaas ontwierp voor het Illinois Institute of Technology.

Nogal controversieel is de uitbreiding van het stadion Soldier Field, waarbij de nieuwe tribunes hoog boven de buitenring uittorenen van het oude stadion – volgens sommige critici net een dikke man die zich in een te kleine onderbroek wil persen. Tussen downtown en Lake Michigan in, naast het neoklassieke Chicago Art Institute, wordt al een paar jaar gewerkt aan Millennium Park met een openluchtpodium van Frank Gehry. Dit is een spectaculair geval van grote stalen krullen rond een podium waar 120 musici op kunnen; het publiek zit straks onder een buizenstelsel waarin de luidsprekers zijn verwerkt. Zoals uit de naam blijkt had het park begin 2000 klaar moeten zijn; vermoedelijk wordt dat dit voorjaar.