Wij leven dankzij een vergeten koffer

Tegen het einde van Oracle Night, de elfde roman van Paul Auster, krijgt de verteller een brief van zijn beste vriend. `Ik wil niet dat je gedwongen bent om je tijd te verknoeien met het piekeren over films,' luidt de boodschap die een chèque van 36 duizend dollar vergezelt. `Hou je bij boeken. Daarin ligt je toekomst, en ik verwacht grote dingen van je.'

Het is niet uitgesloten dat Paul Auster een jaar of wat geleden ook zo'n advies heeft gekregen – was het niet van een vriend, dan toch zeker van een goedbedoelende recensent. De auteur van The New York Trilogy (1985-86) en The Music of Chance (1990) raakte aan het eind van de jaren negentig het spoor bijster, waarschijnlijk omdat zijn carrière als scenarist en regisseur van succesrijke films als Smoke en Blue in the Face hem volledig in beslag nam. Maar na een aantal halfgelukte tussendoortjes trok hij zich terug uit de filmwereld en maakte hij vorig jaar zijn literaire comeback met The Book of Illusions, een spannende roman over een stomme-filmheld waarin alle vertrouwde Auster-thema's een nieuwe invulling kregen. Austers toekomst ligt in de literatuur, en zijn nieuwe roman is daar de beste getuigenis van.

Overigens is de geciteerde briefpassage ook op een andere manier veelzeggend: Oracle Night is namelijk een typisch Auster-boek, waarin de schrijver een vrolijk spel speelt met alter ego's, dubbelgangers en spiegeleffecten. De hoofdpersoon is Sidney Orr, een romancier van Austers leeftijd die twintig jaar na dato vertelt over een aantal gebeurtenissen in september 1982 die zijn leven veranderden. `Ik was lange tijd ziek geweest', begint hij zijn verslag; en: `ze hadden me opgegeven.' Waarna hij vertelt hoe hij, worstelend met revalidatie en writer's block, in een geheimzinnig winkeltje van een Chinese immigrant een blauw notitieboek koopt. Het luxeschrift stimuleert hem tot schrijven, en op weg geholpen door een idee van zijn vriend en collega Trause (een wel heel opzichtig anagram van `Auster') werkt hij koortsachtig aan een verhaal over een literair redacteur die na een brush with death vrouw en werk achter zich laat om in Kansas City een nieuw leven te beginnen.

Het verhaal-in-het-verhaal is een favoriete truc van Auster – in The Book of Illusions manifesteerden ze zich als navertelde filmscripts. In de nieuwe roman komt er nog een laag bij, omdat de redacteur vertrekt met in zijn bagage het manuscript van een in de jaren dertig geschreven roman over een oorlogsslachtoffer dat te gronde gaat aan voorspellende dromen. Titel van dit boek, waarvan we ook een samenvatting te lezen krijgen, is Oracle Night. Vanzelfsprekend keert het motief van de verschrikkelijke voorspelling op verschillende manieren terug, en wordt het door Auster bovendien verbonden met bespiegelingen over de macht van het geschreven woord (iets wat Harry Mulisch ooit `de magische hand van de schrijver' heeft genoemd): het angstaanjagende gegeven dat je dingen laat gebeuren door ze op te schrijven.

Het klinkt allemaal schematisch, maar zo leest het niet. Laat het maar aan Paul Auster over om een aantal losse verhalen op een spannende manier met elkaar te vervlechten. De lezer roetsjt langs de bladzijden, niet alleen dankzij de heldere, functionele en op den duur hypnotiserende stijl, maar ook doordat de grote lijn van de roman blijft intrigeren. Sidney Orr is, zoals zoveel personages uit Austers boeken, een man in crisis: alle schrijfprojecten waaraan hij werkt komen na een voorspoedig begin knarsend tot stilstand (`the notebook was a place of trouble for me'). En tot overmaat van ramp worstelt zijn vrouw Grace met een geheim, dat hij pas lijkt te ontsluieren wanneer hij zijn fantasie de vrije loop laat en een plausibele verklaring voor haar raadselachtige gedrag verzint.

Iets verzinnen, en daarmee aan de waarheid raken – dat is Austers opvatting van de taak van de schrijver. In een doorgeslagen vorm leeft dat idee ook bij zijn tweede alter ego, John Trause. Die vertelt aan Orr het verhaal van een Franse schrijver die een gedicht schreef waarin een kind verdronk, om twee maanden later zijn driejarig dochtertje te verliezen in de branding van het Kanaal. `Gedachten zijn echt,' zegt Trause. `Woorden zijn echt. Al het menselijke is echt, en soms weten we dingen voordat ze gebeuren, zelfs zonder dat we ons daarvan bewust zijn. We leven in het heden, maar de toekomst zit op ieder moment binnenin ons. Misschien is dat waar schrijven over gaat, Sid. Niet het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden, maar het laten gebeuren van dingen in de toekomst.'

Orr verzet zich tegen deze vorm van magisch denken. Hij ziet Trause's uitspraken als `een weigering om de macht te aanvaarden van de willekeurige, puur toevallige krachten die ons lot bepalen'; maar aan het eind van de door hem beschreven rampzalige septembermaand, vol toevalligheden die geen toeval blijken te zijn, denkt hij daar heel anders over. En Auster? De man die in zijn romans zo graag de muziek van het toeval laat klinken? Die in een interview met deze krant zei dat ieder mens het gevolg is van een vergeten koffertje, van de willekeurige manier waarop zijn of haar ouders elkaar hadden ontmoet? Auster bewaart het midden tussen zijn twee alter ego's in Oracle Night. Zijn geloof in het toeval wankelt, maar hij heeft het nog niet ingeruild tegen een blind vertrouwen in de voorzienigheid.

Auster is niet het soort schrijver dat ieder los draadje in zijn verhaal keurig afhecht; er blijven na het lezen van Oracle Night genoeg vragen over om nog een tijdje over na te denken, en zelfs een paar die niet afdoende beantwoord kunnen worden. Maar op een dak zo vol geladen mist men een, twee musjes niet. Een schrijver kan zich meer veroorloven dan een scenarioschrijver. Auster realiseert zich dat ongetwijfeld, en ook Orr wordt door schade en schande wijs. Halverwege Oracle Night schrijft hij om snel geld te verdienen een H.G. Wells-achtig script over twee tijdreizigers – een uit het verleden en een uit de toekomst – die elkaar rondom de moord op John F. Kennedy ontmoeten. Hij krijgt het per ommegaande van de studiobazen in Hollywood terug, met als commentaar: `te cerebraal'. Van zijn lezende fans zal Paul Auster dat niet gauw te horen krijgen.

Paul Auster: Oracle Night. Faber and Faber, 244 blz. euro 21,80 (gebonden). Een Nederlandse vertaling (van Ton Heuvelmans) verschijnt deze maand bij De Arbeiderspers.