Wat te doen

Het afgelopen jaar was een goede voor de sportgeschiedenis. Met veel terugkijken en goede boeken. En met de wetenschap dat Nederland komend jaar twee sporthoogleraren krijgt. Aan de VU in Amsterdam een professor Sportgeschiedenis en in Groningen een bijzonder hoogleraar sporteconomie. Beide benoemingen moeten in 2004 komen.

Het was goed in 2003, omdat het veertig jaar na de Elfstedenoverwinning van Reinier Paping was en precies een halve eeuw na de Watersnoodwedstrijd, die de doorbraak betekende voor het betaalde voetbal in Nederland. In het Olympisch Stadion was een tentoonstelling, omdat het deze zomer zijn 75ste verjaardag vierde. Verder hoorden we veel over korfbal en de Tour de France, omdat beide het al een eeuw volhouden. Door dat al dat terugblikken ontstond een hausse aan sportboeken en -reportages, die steeds historischer van aard worden. Het lijkt of sportgeschiedenis meer is geworden dan plakboeken uit de jeugd in het hoofd stampen en daar interessant mee doen in de kroeg. Dat is hét verschil tussen geschiedenis en statistiek. Wie wanneer welke overwinning boekte, is leuk om te weten, maar de context waarin dat plaatsvond boeit pas echt. Vergelijk het met politieke geschiedenis: leuk om te weten hoeveel zetels de VVD in de jaren vijftig had, maar dat zegt niets over de toenmalige machtsverhoudingen. Sportgeschiedenis is net als politieke geschiedenis, alleen gaat het over sport.

Natuurlijk was niet alles even goed, waarbij het wel grappig is om te zien hoe een sportboek toch veel aandacht kan krijgen. Zo gaat het verhaal dat sportjournalisten onderling uitmaken wie over welke voetballer een boek mag schrijven, waarna de collega's vriendelijke recensies publiceren. Iemand die het lef heeft zich daar al dan niet bewust aan te houden, kan op hevige kritiek rekenen. Dat zou één van de redenen zijn waarom een boek over Dennis Bergkamp de grond werd ingestampt: een andere journalist zou in dit schaduwoverleg deze voetballer al toegewezen hebben gekregen. Maar de biografie over Fanny Blankers-Koen van Kees Kooman viel hier gelukkig buiten: het was meteen één van de beste sportboeken van het jaar.

Voor 2004 staat er al het een en ander op de agenda. Het betaalde voetbal viert dan zijn vijftigste verjaardag. Onder meer Langs de Lijn bereidt een historische serie hierover voor. Auke Kok heeft zich op Nederlands grootste trauma gestort: komende zomer is het exact dertig jaar na de verloren WK-finale in en tegen West-Duitsland. Over enkele maanden verschijnt zijn boek, waarvoor mede historisch onderzoek wordt verricht in Nederland én Duitsland. Tot slot de thuiskomst van de Olympische Spelen in Griekenland, wat nu al veel deining veroorzaakt op de verschillende redacties in dit land.

Het jaar 2003 is nu geschiedenis, in 2004 wordt die hopelijk weer uitbundig geschreven. Want een land dat zijn sportgeschiedenis niet kent, kan nieuwe successen niet in perspectief plaatsen.

jurryt@xs4all.nl