Uitslag Nationale Wetenschapsquiz JUNIOR 2003

Vraag 1 Waarom spugen lama's?

a) Omdat ze spuug overhouden als ze te weinig eten.

b) Omdat ze de baas willen zijn.

c) Omdat ze zich vervelen.

Het goede antwoord is b. Spugen is voor een lama een vorm van zelfverdediging. Of beter gezegd een communicatiemiddel dat ze in de kudde gebruiken om ruzies uit te vechten, om te laten zien wie er de baas is en om hun jongen op te voeden. Vrouwtjes maken door een mannetje te bespugen duidelijk dat zij zwanger zijn of in ieder geval niet gediend zijn van liefdesverklaringen. Lama's spugen eigenlijk alleen naar andere lama's. Als ze al naar mensen spugen doen ze dat meestal als ze groot geworden zijn in gevangenschap. Ze denken dan dat de mens die voor hen staat ook een lama is.

Vraag 2 Waarom is de Noordzee niet blauw zoals de Middellandse Zee?

a) In de Noordzee zitten veel meer planten.

b) De Middellandse Zee is zouter dan de Noordzee.

c) De lucht boven de Middellandse Zee is meestal blauw.

Het goede antwoord is a. Schoon, puur water is blauw. Dat zie je bijvoorbeeld in een zwembad. Het chloor in zwembadwater zorgt dat er geen plantjes en beestjes in het water zitten. Dat is precies wat er bij de Middellandse Zee aan de hand is. Er zitten bijna geen plantjes, beestjes en zand in de Middellandse Zee. De Noordzee zit wel vol met hele kleine beestjes en plantjes. Die kun je met het blote oog niet zien, maar onder de microscoop wel. Vooral de groene en bruine algen maken het water groenbruinig gekleurd.

Vraag 3 Als je lang in bad zit gaat je huid rimpelen. Baby's liggen negen maanden in het vruchtwater. Waarom worden zij niet helemaal gerimpeld geboren?

a) Die rimpels worden gladgetrokken tijdens de geboorte.

b) Het zuur in het vruchtwater trekt de huid strak.

c) Een ongeboren baby heeft een beschermende vetlaag.

Het goede antwoord is c. Als je zelf een tijdje in bad ligt, krijg je rimpelige handen en voeten. Dit komt doordat de buitenste laag van je huid een beetje op een spons lijkt. Dit laagje neemt vocht op en wordt daardoor groter en weker. Je huid is dan wat te groot voor je vingertoppen en gaat rimpelen. Een baby in de baarmoeder wordt beschermd door een vettig wit laagje bovenop zijn huid. Dit laagje heet vernix. Omdat vet water afstoot, kan zijn huid het water niet opnemen en wordt hij niet rimpelig. Vlak voordat het kindje geboren moet worden, laat het laagje los. Soms als een baby'tje te vroeg geboren wordt, zit er nog iets van dat vet op zijn huid.

Vraag 4 Kan het 1000 graden onder nul zijn?

a) Ja, maar alleen diep in het heelal waar geen zonlicht komt.

b) Ja, maar alleen in een speciaal laboratorium.

c) Nee.

Het antwoord is nee, dat kan niet. Duizend graden onder nul bestaat helemaal niet. Er is een punt waarop het niet meer kouder kan worden en dat is om precies te zijn 273,15 graden onder nul. Hoe kan dat? Temperatuur is beweging. Dat klinkt raar. Maar als je zelf hard gaat rennen of op en neer gaat springen krijg je het warm. Hoe meer beweging hoe warmer je het krijgt. Andersom geldt: hoe minder je beweegt, hoe kouder je het krijgt. Afkoelen is dus iets minder laten bewegen. Nu is alles om ons heen opgebouwd uit hele kleine deeltjes, atomen genaamd. Die atomen zijn normaal altijd aan het bewegen. Als je nu iets zover afkoelt dat alle atomen stilstaan, ben je op het koudste punt gekomen. Stiller dan stilstaan kan niet. Dus kouder kun je het niet maken. Als alle atomen stilstaan is het 273,15 graden onder nul. Dat heet het absolute nulpunt.

Vraag 5 Waarom krijg je vaak een slapende voet als je er op zit, maar bijna nooit slapende billen?

a) Er zitten geen botten in je billen.

b) De zenuwen in je billen zitten heel diep.

c) Je voeten zitten veel verder van je hart af.

Het goede antwoord is b. Vlak onder de huid van je voet lopen zenuwen. Dat zijn een soort elektriciteitskabels die je hersenen verbinden met de rest van je lichaam. Door die zenuwkabels lopen stroompjes van en naar je hersenen. Als je op je voet gaat zitten, knel je die zenuwen af en kan er geen stroom meer doorheen. Je voet voelt dan een tijdje niets, hij gaat slapen. Als je anders gaat zitten, houdt het afknellen op. Het duurt dan een tijdje voordat je zenuwen weer goed werken. Dat veroorzaakt het tintelend gevoel. In je bil zitten ook zenuwen. Je voelt het toch als iemand je in je bil knijpt? Alleen zitten die zenuwen zo diep onder een laag vlees en vet dat ze niet zo snel afgekneld raken. Het kan wel. Als je ontzettend lang op je billen blijft zitten, krijg je uiteindelijk een slapende kont.

Vraag 6 Waarom kun je vuur met water blussen?

a) Omdat water de vlammen goed afsluit.

b) Omdat water nat is.

c) Omdat water veel warmte opneemt.

Het goede antwoord is c. Water sluit de vlammen niet af, het is niet een soort deken die je er overheen gooit. Dat het nat is heeft er ook niets mee te maken. Benzine is ook nat en dat kan je toch beter niet op een vuurtje gooien. Water kan zo goed blussen omdat het enorm veel warmte kan opnemen. Hout bijvoorbeeld gaat bij 273 graden branden. Als je nou bij een bosbrand zoveel warmte weghaalt dat de temperatuur onder de 273 graden komt, dan houdt de brand op. En die warmte weghalen kan met water. Water zuigt als het ware de warmte op. En water kan heel veel warmte opzuigen en vasthouden. Je kunt zelfs water koken in een papieren bakje, zonder dat het papieren bakje verbrandt!

Vraag 7 Waarmee kun je een deel van je lichaam, bijvoorbeeld een arm, wegen?

a) Met een weegschaal en water.

b) Met twee weegschalen.

c) Met een weegschaal in een ruimteschip.

Dat kan simpelweg met een weegschaal en water, antwoord a is dus goed. Je lichaam bestaat voor ongeveer 65 procent uit water. Maar er zit ook bot in en spierweefsel. Een stuk van je lichaam, zoals een arm, weegt ongeveer tien procent meer dan een hoeveelheid water die precies hetzelfde volume (lengte, breedte en dikte) heeft. Dit kun je handig gebruiken. Neem een emmer en vul die precies tot aan de rand met water. Weeg nu wat de emmer en het water samen wegen. Stop daarna je arm er helemaal tot aan je oksel in. Omdat op de plaats die je arm inneemt geen ruimte meer is voor water, loopt er precies evenveel water over de emmer heen als er in je hele arm zou passen. Haal voorzichtig je arm weer uit de emmer en weeg hoeveel de emmer en het overgebleven water nu wegen. Trek nu het laatste gewicht van het gewicht van de volle emmer af en tel er tien procent bij op: daar is het gewicht van je arm!

Vraag 8 Hoe zorgt een kat dat hij altijd op zijn pootjes terechtkomt?

a) Hij ontspant zich waardoor zijn pootjes naar beneden gaan hangen.

b) Hij strekt zijn pootjes op het juiste moment.

c) Hij vouwt zich dubbel en draait met zijn pootjes.

Antwoord c is goed. Alles wat valt, blijft normaal gesproken gewoon vallen zoals het begonnen is. Tijdens een val kun je je draai niet veranderen. Een kat die met zijn rug naar beneden valt, gebruikt een handige truc om toch op zijn pootjes terecht te komen. Als hij valt, vouwt hij zich dubbel en draait zijn voor- en achterpoten tegengesteld aan elkaar. Dan staan zijn poten naar beneden en zet hij zich schrap om de klap op te vangen. Deze acrobatische beweging maakt hij pijlsnel, maar hij heeft daar toch wel even tijd voor nodig. Om precies te zijn 0,3 seconde. Als een kat valt vanaf een hoogte van veertig centimeter heeft hij geen tijd genoeg. Dan komt hij dus gewoon op zijn rug, en niet op zijn pootjes terecht.