Pensioen gered, winst gespekt

De dagen lengen, een nieuw beleggingsjaar ligt klaar om uitgepakt te worden. Hoop voor beleggers, optimisten van nature. Wie de toekomst niet zonnig tegemoet ziet, koopt geen effecten, zeker geen aandelen.

De echte optimisten zijn te vinden onder de financieel directeuren van grote ondernemingen. Elk jaar mogen zij kiezen: hoeveel rendement op het geld van het pensioenfonds kan ik dit jaar in de boeken zetten? Hoe meer aandelen in de pensioenbeleggingen, hoe meer rendement je mag verwachten. Zes procent? Acht? Waarom geen negen?

De dwingende keuze hoort bij het pensioenboekhouden op Amerikaanse grondslag, een rekenkunst die de afgelopen jaren onder grote Nederlandse bedrijven populair is geworden. Een ingewikkelde rekensom met verwachte rendementen en actuariële kosten levert lagere pensioenlasten op dan de traditionele Nederlandse methode. Vandaar de populariteit: hoe hoger het verwachte rendement, hoe lager de pensioenlasten, hoe mooier de winst.

Het uitgekookte van Amerikaans pensioenboekhouden is dat het verwachte rendement geen enkele relatie hoeft te hebben met de werkelijkheid. Kelderende koersen? Dat is geen reden om het verwachte rendement op het pensioengeld drastisch te verlagen. Diep verscholen in jaarverslagen gaapt de kloof tussen de verwachte opbrengst van honderden, soms miljarden euro, en het werkelijke rendement van honderden miljoenen, soms miljarden verlies.

In 2002 waren Ahold en Aegon de koningen van het optimisme. Zij hielden ondanks de sluipkrach vast aan een rendement op hun Amerikaanse pensioengeld van negen procent. Aegon heeft dat cijfer voor dit jaar verlaagd tot 8,25 procent, Ahold naar 8,7 procent. Voor de echte optimisten is nog meer winst te behalen. De Rabobank heeft vorig jaar 600 miljoen euro extra in haar pensioenfonds gestort, terwijl van een tekort geen sprake was. Het verwachte rendement op dat geld was in 2002 7,5 procent, terwijl de Rabo beleggers ruim 3 procent betaalt als zij geld leent.

Autofabrikant General Motors gaat nog verder. Het concern heeft afgelopen maand het complete tekort van zijn pensioenfonds aangevuld: 19,3 miljard dollar, een Amerikaans record. Het gat is vooral gedicht met de opbrengst van leningen die aan beleggers zijn verkocht. De rente op deze leningen ligt ver onder het verwachte rendement op het pensioengeld, dat General Motors op 9 procent handhaaft. Het concern zelf becijfert de positieve invloed op het resulaat op 550 miljoen dollar. Zo weet pensioenboekhouden zelfs van een reddingsactie nog een winstbron te maken.