Op golven van pijn, gemis en schuld

In een serie over vertaalde klassieken deze week `Het ernstige spel' van Hjalmar Söderberg en 'Marta Oulie' van Sigrid Undset (Het ernstige spel. Wereldbibliotheek, 220 blz. 17,90 euro; Marta Oulie. Atlas, 142 blz. 16,50 euro)

In 1912 verscheen in Zweden de roman Het ernstige spel van Hjalmar Söderberg (1869-1941). De auteur was een tijdlang journalist, voordat hij zich aan de literatuur wijdde. Hij verwierf bekendheid met romans, toneel en lyriek. Maar het verlangen naar de journalistiek, de geur van krantenpapier, de opwindende sfeer op de redactie heeft hem nooit verlaten. Zijn roman Het ernstige spel verhaalt de belevenissen van de journalist Arvid; in zijn werk is hij eerzuchtig, op de huwelijksmarkt kansrijk. Maar gelukkig is hij allesbehalve. Hij raakt verdeeld tussen twee vrouwen. Lydia, zijn prille verloofde, laat hij schieten voor het huwelijk met een rijke vrouw, Dagmar. Ze trouwen op 10 februari 1904, op dezelfde dag dat de krantenjongens in een sneeuwstorm het laatste nieuws uitventen: `Oorlog tussen Rusland en Japan.'

Ook Lydia sluit een verstandshuwelijk. Ondertussen blijft de verboden liefde tussen hen beiden bloeien. Ze ontmoeten elkaar in het geheim; Lydia stuurt Arvid briefjes waarin ze haar verlangen uitdrukt, ze schrijft: `Weg wil ik, weg, o, zo ver, ver weg'. Arvid, inmiddels vader geworden, raakt diep vertwijfeld tussen huwelijk en oprechte liefde, tussen plicht en passie. Hoewel mededogen met zijn vrouw hem verteert, kan hij Lydia niet vergeten. Ze maken afspraken, leven op de golven van pijn, gemis en schuld. Terecht merkte een Zweedse criticus bij verschijning op dat Het ernstige spel de `enige liefdesroman van betekenis is in onze literatuur'.

Subliem is vooral Söderbergs stijl. Zijn vertelwijze is beheerst en precies; hij vangt de passie in scherpe beelden en suggestieve zinnen. Hij verhult meer dan hij prijsgeeft. Soms breekt hij een passage met een korte zakelijke mededeling af, waardoor de emotionele lading des te groter wordt. Niet zozeer ontrouw is het werkelijke thema van het boek, het gaat erom dat de mens altijd in dromen blijft geloven en daarom het onbereikbare najaagt. Een van Arvids vrienden houdt er de volgende overtuiging op na: `De waarheid is schadelijk en illusies en dwalingen (zijn) de drijfveer achter al het groots dat ooit in de wereld is verricht, en zijn de kern van alles wat menselijk geluk heet.'

De Scandinavische letterkunde is als geen andere befaamd om familieromans en saga's. Thema's als overspel, ontrouw en verborgen liefde vormen daarvan een wezenlijk onderdeel, net zoals in het toneelwerk van bijvoorbeeld Ibsen en Strindberg. De Noorse schrijfster en winnares van de Nobelprijs Sigrid Undset (1882-1949) schreef met de novelle Marta Oulie (1907) een gewaagde, feministisch te noemen variatie op overspel. Haar hoofdpersoon is, net als Arvid, getrouwd en heeft met haar man drie kinderen. De vierde is niet van hem, maar van hun gezamenlijke vriend. In de vorm van een dagboek verhaalt Marta over haar verlangen naar Otto. De novelle begint met een nuchtere mededeling, die als een paukenslag aankomt: `Ik ben mijn man ontrouw geweest'.

Het `ernstige spel' dat Marta met de liefde speelt, is vergelijkbaar met dat van Arvid uit Söderbergs roman. Marta's man gaat, wegens tuberculose, een lang sterfbed tegemoet. Hierdoor lijkt de liefde weer nieuwe betekenis te krijgen, maar de eerste, brandende liefde voor Otto kan Marta niet uit haar hart bannen. Destijds is het boek vergeleken met Flauberts Madame Bovary. Net als Emma Bovary ervaart Marta Oulie de huwelijksconventies als beklemmend en benepen, maar Marta zou nooit zelfmoord plegen. Daarvoor is zij een te krachtige persoonlijkheid. Zij weigert de rol van slachtoffer te spelen. Meer dan Bovary vecht zij tegen zwakheid. Marta Oulie is strijdlustig, zoals de volgende opzienbarend openhartige passage getuigt: `Ik had iemand nodig om lief te hebben, iemand die ook mij liefhad geen man die me ,,begreep''. En wat had ik toen gelijk met mijn verachting voor het onnozele, onopgevoede gejengel van vrouwen om ,,begrip''– door hen die slechts een man nodig hebben als klokkenmaker voor het doodsaaie, vastgelopen raderwerk van hun piepkleine hersentjes en hem tijd laten verspillen met het in de watten leggen van hun ijdelheid. Ach, wij onbegrepen vrouwen je zou een heel regiment kunnen verslijten en nog zou het niet helpen; wanneer het hart verdort, wanneer we er zelf niets meer van begrijpen, dan schreeuwen we om begrip.'

Marta Oulie is Sigrid Undsets debuut; ze was vijfentwintig toen ze het schreef, nadat een eerder manuscript was afgewezen. Die uitgever wilde een eigentijds boek en geen historische roman. Deze afwijzing en tegelijk invitatie tot een modern werk heeft Undset tot dit sublieme Marta Oulie geïnspireerd; de korte roman is fel, hartstochtelijk, soms aanvallend van toon jegens vrouwen die zich willoos aan een man opofferen. Hedda Gabler van Ibsen was al geschreven en ongetwijfeld heeft zijn aanvallende kracht haar vleugels gegeven.

Aan deze eerste uitgave in het Nederlands is echter een nadeel verbonden: de door vertaalster Janke Klok gekozen toon is niet fraai, ze gebruikt storende uitdrukkingen zoals `te gek voor woorden'. Dat is jammer. De vertaling van Het ernstige spel door Bertie van der Meij is in elk opzicht voorbeeldig. Het Nederlands is een feest om te lezen. Het ritme van de zinnen die een wondere vorm van koele geëmotioneerdheid uitdrukken is prachtig. De slotregels van Het ernstige spel zijn onvergetelijk. Arvid is zijn Lydia kwijtgeraakt. Hij gaat weg, voorgoed. In de trein gezeten beeldt hij zich in dat zij samen met haar man op een landweg loopt: `De zon schijnt. En bij een bocht in de weg blijft ze staan en dan zegt ze tegen hem, met haar blik halfverborgen onder die lange wimpers van haar: ,,Daarnet ben ik de man tegengekomen van wie ik vroeger hield. En ik kon maar niet begrijpen dat ik ooit van hem heb gehouden''.' Meer woorden zijn voor een liefdestragedie niet nodig.