Omdat alles wat bestaat mooi is

In het Italiaanse filmtweeluik `La Meglio Gioventù' schaart regisseur Marco Tullio Giordana zich niet in het klaagkoor tegen de babyboomers. Zijn visie op de protestgeneratie is subtieler.

Zie ze nou met hun goede bedoelingen. Ze hebben een volwassen daad gesteld, het is misgegaan en nu zitten ze beteuterd als kinderen op het station. Het meisje dat ze zouden redden wordt weggevoerd en zij durven er niet eens naar te kijken. ,,Zullen we verdergaan met onze reis'', vraagt Nicola. ,,Dat is goed'', zegt Matteo.

De mislukte redding van Giorgia domineert het eerste deel van de Italiaanse filmserie La Meglio Gioventù (De beste jeugd) en omdat het fiasco zo bepalend is voor wie ze zijn, wat ze willen en wie ze worden, domineert het eigenlijk alle vier de delen, zes uur lang, de hele geschiedenis van de broers Matteo en Nicola Carati tussen 1966 en 2002. Dus is het goed eerst te vertellen wat er is gebeurd.

Matteo heeft haar gevonden. Hij krijgt in de zomer van 1966 een studentenbaantje in een psychiatrische kliniek in Rome (Villa Rust) en mag met Giorgia wandelen. Ze fascineert hem met haar norse zwijgzaamheid en met de schoonheid achter haar piekharen. Hij ziet littekens op haar slaap en begrijpt dat ze met elektroshocks werd behandeld. Ongehoord, vindt zijn broer Nicola, die medicijnen studeert. Daarom haalt Matteo haar 's nachts uit de kliniek.

Ze zouden de volgende dag met vrienden op reis gaan. Nu besluiten ze eerst Giorgia terug te brengen naar haar vader in Noord-Italië. Maar die ziet ze aankomen. Ze moet terug naar de kliniek, zegt hij, thuis is ze onhandelbaar, ze heeft verzorging nodig. Ze heeft liefde nodig, roept Matteo boos. En dan weten ze het eigenlijk niet meer.

Ze trekken met zijn drieën naar het strand, zien op een terras op tv hoe Italië op het WK voetbal verliest van Zuid-Korea (een moment in de Italiaanse geschiedenis dat vergelijkbaar is met Nederland-Duitsland 1974), Giorgia kiest met Matteo een zinderend plaatje uit de jukebox (A qui van Fausto Leali: `Naar wie kan ik lachen als het niet naar jou is?') en dan vindt Nicola dat Giorgia best een ijsje voor ze kan halen. Natuurlijk kan ze dat, zegt hij. Maar Giorgia raakt in de war als ze wisselgeld terugkrijgt en twee agenten die dat merken nemen haar mee. Ze kijkt nog even naar Matteo en Nicola, maar die zijn alle bravoure kwijt.

Jaren later zullen ze het er nog eens over hebben, de broers. De reis met Giorgia is hun laatste echt gezamenlijke ervaring geweest en weemoedig zeggen ze elkaar dat die zomer hun leven is veranderd en de hele wereld erbij.

Zelfs als die ondertitel, `zomer 1966', niet aan het begin had gestaan, en zelfs als de eerste dialoog van de film niet was geweest: vader zegt ,,Help je me even?'' Matteo antwoordt: ,,Nee, ik ben aan het studeren.'' Zelfs als in hun daad niet die ideologische component had gezeten van `een psychiatrische patiënt hoort evengoed in de wereld als jij en ik'. En zelfs als het gesprek er niet was geweest dat Nicola met zijn professor voert over het mooie, maar nutteloze Italië waar, zegt de hoogleraar, `vele te doden dinosaurussen rondlopen' en daarom zijn student aanraadt het land te verlaten. ,,En u dan, professor?'' ,,Ik? Jongen, ik ben een van de te doden dinosaurussen.''

Zelfs als die aanwijzingen er niet waren geweest, dan nog zouden we nu snappen met wie we te maken hebben. Matteo en Nicola verraden zichzelf. Niet door hun daad, maar in hun dubbele reactie daarop. Eerst doordat ze Giorgia laten vallen als ze met de consequenties van hun actie worden geconfronteerd. En later wanneer ze terugkijken op het jaar van hun volwassenwording als een glorieus moment voor de mensheid. Kinderlijk egocentrisme dat typerend is voor één generatie: Matteo en Nicola zijn babyboomers.

Arrogantie

Welke andere generatie heeft, als kind nog, zo brutaal haar ouders opgeschrikt met goede bedoelingen, keek zo massaal de andere kant op toen het allemaal anders uitpakte dan ze het bedoeld had en durft nu nog te beweren dat in hun jeugd, dóór hun jeugd, de wereld is veranderd? Mogen we hier wijlen Pim Fortuyn (1948) aanhalen? De babyboomer die zijn autobiografie Babyboomers (1998) afsloot met een krachtig (zelf)verwijt: ,,Tot nu toe is het een generatie van jongens en meisjes, kinderachtige jongens en meisjes.''

Wat zou het makkelijk zijn geweest als regisseur Marco Tullio Giordana (1950) zich met La Meglio Gioventù in het klaagkoor had geschaard dat de afgelopen jaren de stem verheven heeft tegen degenen die geboren zijn tussen ruwweg 1945 en 1955. Van alle kanten krijgt de protestgeneratie nu op haar lazer. Het overspel en de leugens erover van Bill Clinton, de eeuwig terugkerende tournees van de Rolling Stones, het autisme van de PvdA – om maar eens wat ongelijksoortige zaken te noemen – het heet allemaal typerend te zijn voor de arrogantie van een generatie die maar niet van wijken weet.

Er is tegen ze geschreven (Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq), tegen ze gefilmd (Forrest Gump van Robert Zemeckis), er is een politiek platform tegen ze opgericht (Niet Nix). In kranten en tijdschriften zijn stukken tegen ze geschreven, potsierlijke stukken als je die terugleest. ,,Jullie babyboomers hebben alle baantjes ingepikt en gunnen ons niks.'' ,,Jullie hebben al het geld opgemaakt in de jaren zeventig en nou hebben wij niks meer.'' ,,Jullie de rechten, wij de plichten.'' ,,Jullie hebben ons, je kinderen, onsmakelijke namen gegeven als Dieuwertje, Liesje of Wineke.'' (Deze laatste, zware aanklacht komt van Gouden-Ganzenveerdrager Michaël Zeeman, in de Volkskrant van april 2001.)

Koor: Jullie! Jullie! Jullie!

Maar La Meglio Gioventù laat zich niet in één toon meezingen. Zoveel facetten toont Giordana hier. Zo subtiel verweeft hij de individuele karakters van zijn hoofdrolspelers met het karakter van de tijd waarin zij `hun beste jeugd' beleefden. En zo groot is vooral zijn mededogen met degenen wier fouten en misrekeningen hij breed uitmeet in de delen twee en drie. Want sommige van hun goede bedoelingen zijn óók goede daden geworden.

Nicola, de jongste broer, de simpatico, zoals zijn professor opmerkte, gaat omwille van Giorgia de psychiatrie in en verandert het systeem werkelijk van binnenuit, bevrijdt geketende en mishandelde patiënten. En via zijn relatie met de radicale Giulia beïnvloedt hij ook nog de gewelddadige Rode Brigades. Giovanna, de oudste zus, wordt onderzoeksrechter en strijdt tegen milieucriminelen en maffiosi. En zelfs Matteo, de protesteerder die zoveel protesteert dat hij alleen nog met zichzelf kan leven en misschien zelfs dat niet meer, zelfs Matteo, moedig en droevig als Achilles, zoals zijn broer zegt, doet als politieman het goede, alleen hij doet het zo hard dat hij alles kapot maakt.

Ze wilden de wereld veranderen. Zo simpel was het. Of liever: zo simpel was het niet. Want dat wilde de vorige generatie, die van voor de oorlog, ook. En wat zei die achteraf (in C'Eravamo Tanto Amati van Ettore Scola)? ,,We dachten dat we de wereld konden veranderen, maar de wereld heeft óns veranderd.''

Maar terwijl de vooroorlogse generatie gedesillusioneerd en cynisch werd, behielden de babyboomers hun passie en energie, zo laat Giordana zien. Hij neemt het op voor de naïviteit van waaruit ze het steeds opnieuw proberen. ,,Waarom lijken slechte dingen altijd normaal en goede dingen niet?'' Giordana's optimisme strekt zich ook uit tot de generatie na de babyboomers. Die mag ten slotte van hem verder gaan waar hun ouders afhaakten. Tot aan de Noordkaap als het moet. Dan zien ze het zelf, wat Nicola die zomer op een postkaart schreef, toen hij de Noordkaap niet haalde: ,,Alles wat bestaat is mooi!!!'' (Dertig jaar later zegt hij: ,,Ik geloof alleen niet meer in die uitroeptekens.'')

Wat zo verschrikkelijk knap is van Giordana en zijn scenarioschrijvers Stefano Rulli en Sandro Petraglia (ook al babyboomers: 1949 en 1947) is dat zij nadrukkelijk iets met hun film willen zeggen, maar dat het er geen pamflet van is geworden. Het is ze gelukt om hun bijna provocerend optimistische boodschap onnadrukkelijk te verweven in een levensverhaal dat tragisch en ernstig en vrolijk is.

Aan alles kun je zien dat de talenten van deze drie mannen zijn gerijpt. Ze hebben in verschillende samenstellingen gewerkt aan films, over de maffia (I Cento Passi, afleveringen van La Piovra), over het linkse terrorisme van de Rode Brigades (La Mia Generazione), over psychiatrische zorg (Matti da Slegare). Al die elementen zijn prominent op de achtergrond aanwezig, terwijl op de voorgrond de familie Carati haar intrigerende gezinsspel uitspeelt, gedragen door een geweldige cast, met Luigi Lo Cascio (Nicola) en Alessio Boni (Matteo) voorop.

De drie auteurs kunnen in grote streken de geschiedenis van Italië neerzetten en daar met een fijn penseeltje de hoofdpersonen voor schilderen. Het wereldkampioenschap van het Italiaanse voetbalelftal in 1982 is de achtergrond van een dramatische (bijna-) hereniging van Nicola, Giulia en hun dochter. De moordaanslag op onderzoeksrechter Falcone in 1992 brengt Nicola in contact met de geliefde van zijn broer. Alle scènes dragen altijd meer in zich dan de hoofdzaak.

Sigaretten

Op een zonnige dag halverwege de jaren zeventig komt Nicola thuis van zijn werk. Zitten er in de woonkamer zwaar rokende mannen en vrouwen te vergaderen over de noodzaak van het communisme. ,,Je bent vroeg'', zegt zijn vrouw Giulia, betrapt. Nicola loopt meteen door naar zijn dochtertje en begint met haar luid grapjes te maken over mensen in bedompte kamers met bedompte ideeën. We zien hoe Giulia zich verbijt. ,,Mensen, wij gaan wat wandelen, wij groeten u'', zegt Nicola en hun dochtertje zegt het hem parmantig na. Giulia staat wel heel grimmig sigaretten te roken tegen de muur, maar je ziet wat haar ogen zeggen: ik moet met ze mee. Maar dan sist een van die sliertharige mannen: ,,Zeg...'' En dan is de ban verbroken en snerpt ze snel: ,,Jaja, ik doe er wel wat aan.''

Ander voorbeeld. Op nieuwjaarsavond 1982 viert de familie Carati samen feest. Onverwachts komt ook Matteo naar het ouderlijk huis. Hij is eenzaam, dat weten we, maar hij is te koppig om een krimp te geven. Hij houdt het aan tafel maar kort uit en zegt dat hij even moet bellen. Even later zoekt zijn moeder (Adriana Asti, die in 1964 haar eerste grote rol speelde in Bertolucci's Prima della Rivoluzione – als tante en geliefde van een babyboomer) hem op in zijn oude kamer. Daar zit hij te staren naar zijn rapporten die ze ingelijst aan de muur bewaart. ,,Tien, tien, tien, tien'', zegt zij trots. En dan zijn blik waar je alles in kunt lezen: het besef dat zijn beste jaren al achter hem liggen, de wanhoop dat hij niet gewoon terug kan naar deze kamer, het verlangen naar de liefde van zijn moeder, los van die briljante cijferlijsten. Dan sluipt hij het huis weer uit. Alleen zijn broer ziet hem gaan en probeert hem met een vragende oogopslag thuis te houden.

Er zitten veel blikwisselingen in La Meglio Gioventù, die verraden dat de film oorspronkelijk voor de televisie is gemaakt. Maar het werkt ook op het grote doek. De ogen van Giorgia die die van Matteo zoeken. Nicola die woordloos `wat is er' vraagt aan Matteo. Giulia die haar dochter van achteren aanstaart, tot het meisje zich omdraait.

Dat dochtertje, dat niet Dieuwertje maar Sara heet, krijgt uiteindelijk van Giordana symbolisch het lot van de babyboomers in handen. We hebben haar zien groot worden zonder haar moeder, die eerst onderduikt in een terroristische cel en later in een echte cel terechtkomt. Dat heeft Sara haar altijd kwalijk genomen, dat haar moeder zulke dingen deed terwijl ze een kind had.

Hier voert Giordana het jullie!-koor zijn film in. In zijn film zijn al verschillende momenten geweest waarop mensen vergeving vroegen en kregen, maar dit is het ultieme moment. Sara gaat juist trouwen als haar moeder, weer vrij, een brief schrijft. Of ze elkaar kunnen zien. Wat moet ik doen, vraagt Sara aan haar vader. ,,Ben je gelukkig'', vraagt hij. ,,Zeker'', zegt zij. ,,Dan is het nu tijd om genereus te zijn.''

`We are stardust, we are golden', zongen de babyboomers al vol en verrukt van zichzelf in Woodstock. En als je deze film ziet denk je, ze hadden ze gelijk. Want gezegend is de mens die kan vergeven, maar nog gezegender de generatie zo indrukwekkend vergiffenis kan krijgen als La Meglio Gioventù schenkt.

`La Meglio Gioventù' wordt in twee delen vertoond op het Rotterdams Filmfestival dat op 21 januari begint. Daarna komt de film ook in de gewone bioscoop. Een week draait dan deel I, de week erna deel II en in de weekeinden worden de delen achter elkaar vertoond.