Olieprijzen zijn niet te hoog

De olieprijzen zouden in 2003 dalen na de invasie van Irak, maar dat gebeurde niet. Ze zouden dalen na de gevangenneming van Saddam Hussein, maar stegen juist naar een hoger niveau dan vóór de invasie.

Dat waren dit jaar niet de enige eigenaardigheden op de oliemarkt. Ondanks de hoge prijzen voor ruwe olie gingen de aandelenkoersen van de oliemaatschappijen omlaag. De koers van Koninklijke Olie daalde bijvoorbeeld met 0,36 procent. Zou 2004 net zo'n ongerijmd jaar worden?

Velen menen dat het tijd is voor een daling van de olieprijzen, zeker nu de gemiddelde jaarprijs de hoogste is in twintig jaar. Dat zou de wereldeconomie goed uitkomen. Toch zijn er weinig tekenen dat de vraag zal inzakken. De Amerikaanse olievoorraden bevinden zich op het laagste peil sinds 1982 en zowel in de Verenigde Staten als in Europa herstelt de economie zich.

Bovendien is China in opkomst. Het land is na Japan de grootste olieconsument ter wereld. Iedere dertig dagen wordt in China een stad gebouwd ter grootte van het Amerikaanse Philadelphia. Daarvoor zijn veel grondstoffen nodig. Ondanks de sars-epidemie groeide de Chinese vraag naar olie het afgelopen jaar met 10 procent. De groei zou waarschijnlijk hoger zijn uitgevallen als energie niet zou zijn gerantsoeneerd.

Maar zullen de prijzen dan niet dalen door de stijging van het aanbod? Vorig jaar wist Opec, de organisatie van olie-exporterende landen, de olieprijzen dankzij een serie eenmalige meevallers nog bovenin de prijsmarge van 22 tot 28 dollar te houden. De ontwrichtingen van de olietoevoer uit Irak, Venezuela en Nigeria hadden volgens zakenbank Morgan Stanley dezelfde uitwerking als een productiebeperking van zo'n 1,6 miljoen vaten per dag. Het is onwaarschijnlijk dat Opec dit jaar weer zo gelukkig is.

Toch is de productie in Venezuela en Irak nog steeds niet volledig hersteld. Irak zal op de oliemarkt pas weer een rol van betekenis spelen als de grootste pijpleidingen in het noorden van het land veilig functioneren. Ze worden nu bewaakt door gedemoraliseerde stamleden die slechts 2 dollar per dag ontvangen. Iedereen die gelooft dat een prijsdaling onvermijdelijk is, moet ook rekening houden met Opec. Tot nu toe heeft het oliekartel de hoge prijzen verdedigd door marktaandeel te offeren. Hoewel dat nu is afgenomen tot 35 procent, tegen een langetermijngemiddelde van 42 procent, wijst niets erop dat Opec op het punt staat deze schijnbaar onhoudbare strategie te verlaten.

Een reden daarvoor kan zijn dat de groei van het aanbod uit de rest van de wereld de komende twee jaar naar verwachting zal afvlakken. Volgens het energie-agentschap van de Amerikaanse overheid zal Opecs marktaandeel zich in 2005 stabiliseren en vervolgens gestaag klimmen tot bijna 50 procent in 2025. Tegen die tijd zou de nominale olieprijs zo'n 52 dollar per vat bedragen.

Tegen die achtergrond is de huidige prijs van zo'n 30 dollar per vat niet eens zo slecht. De langetermijnprijs van 20 dollar per vat, die in de huidige aandelenkoers van de oliemaatschappijen is verdisconteerd, lijkt veel te laag. Als de olieprijzen in 2004 niet dalen, komt dat doordat ze eigenlijk helemaal niet zo hoog zijn.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.