Naar Marx en Jezus in de VS

Hoe reist de gemiddelde Amerikaan door eigen land? In een camper natuurlijk, met daarin volgens de Nederlandse leraar geschiedenis Marco Baars `minimaal' een afwasmachine, magnetron, airconditioning, elektrische blikopener, zonnebank, zonwering, schotelantenne en ingebouwde barbecue die plaats biedt aan (alweer: `minimaal') veertig hamburgers. `Het mag deze moderne toeristen aan niets ontbreken', analyseert Beers in Go West, een reisverslag van de Oost- naar de Westkust van de Verenigde Staten. Zo hoef je volgens hem als toerist je hoofd niet meer buiten je reiswagen te steken, terwijl je toch kampeert.

Gekker moet het natuurlijk niet worden, en Beers maakt zich in zijn personenauto snel uit de voeten. De boze herinnering aan de camper-karavaan op Skyline Drive in Shenandoah National Park wordt even later uitgewist door indianengids Jacob – Beers doet niet aan achternamen – die hem `vier heerlijke uren' bezorgt met een `prachtige verhalen' over de Cherokees. Een `heus interview', schrijft hij verrukt, waarvoor hij bovendien geen enkele moeite heeft hoeven doen.

Daarmee is de toon gezet. Beers reist 7.615 kilometer en 397 meter door Amerika, `in de voetsporen van de pioniers'. Domweg gelukkig is hij alleen in gezelschap van etnische en onderdrukte minderheden, bij het aanschouwen van de Rocky Mountains en in Berkeley, waar hij een progressieve boekhandel bezoekt en christelijke zendelingen hun `ordeverstorende' werk op straat ziet doen: `Marx en Jezus, zon en terras, hel en hemel op aarde. En dat allemaal in de Verenigde Staten', observeert hij in een restaurant ter plekke bij een `heerlijk kopje universiteitskoffie'.

Go West wordt op de achterflap aangekondigd als een `geheel nieuw genre reisboek' – en dat is het ook. Beers heeft naar eigen zeggen bewust niet gekozen voor een museumreis. In plaats daarvan trekt hij van New York, via Washington, diverse indianen-reservaten, St. Louis, de Rocky Mountains en Las Vegas (`voor mij is deze zinsbegoocheling not the place to be'), naar Californië. Onderweg verbaast hij zich vooral over de moordende hitte en weidt hij uit over Amerikaanse geschiedenis, waarbij het tragische lot van indianen, zwarten, Chinees-Amerikanen en Japans-Amerikanen hem bedrukt. Amerikanen zelf weten daar volgens Beers niets van, want zij zouden alleen geschiedenisonderwijs krijgen over hun presidenten en hun verdiensten. Hier wreekt zich dat hij niet even de moeite heeft genomen een doorsnee middelbare school te bezoeken. Amerikaanse presidenten hebben in het historisch onderwijs al jaren geleden het veld moeten ruimen voor minderheden en de gewone man.

`En toen kwam de elfde september 2001', schrijft Beers bij wijze van motto voor in het boek, om vervolgens driekwart van zijn reisverslag geen woord aan de gevolgen van de terreuraanslagen vuil te maken. Pas in het laatste hoofdstuk laat hij hierover enkele Amerikanen aan het woord. Leven we sinds elf september in een andere wereld? De een zegt van wel, de ander van niet. De auteur heeft het er maar moeilijk mee. `De waarheid ligt, zoals vaker, in het midden', concludeert hij. Beter bewijs dat Beers geen vat heeft gekregen op het land waar de waarheid per definitie niet in het midden ligt, is er niet.

Marco Baars: Go West. Van New York naar Los Angeles. Tirion, 190 blz. euro 15,98