Milieubeleid van overheid moet uitnodigen tot naleving

Het milieubeleid hoeft niet gebaseerd te zijn op verboden en geboden, maar kan blijvende winsten opleveren door het aanwenden van de kracht van de markt en de techniek, meent Jaap Jelle Feenstra.

Het milieubeleid is niet uit, merkte staatssecretaris Van Geel (Milieu) monter op bij de verdediging van zijn begroting in de Tweede Kamer. Burgers hebben volgens hem veel aandacht voor hun directe leefomgeving, voor veiligheid en gezondheid. Dat klopt: burgers en bedrijven zijn aanspreekbaar op het effectief tegengaan van verspilling van energie en grondstoffen, ten gunste van het veiligstellen van hoogwaardige omgevingskwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden voor toekomstige generaties.

Deze motivatie kan blijvend worden omgezet in milieuverantwoord handelen als de overheden het milieubeleid ook zo inrichten dat het uitnodigt tot naleving, dat inspanningen in Europees kader lonend zijn, dat achterblijvers aanspoort en overtreders aanpakt.

Gelukkig staat milieu niet op nummer één in het publieke en politieke debat. Dat zou immers betekenen dat we nog in het stadium zitten van schuimende beken, bruin-walmende schoorstenen, lekkende kerncentrales en olie op het strand. Er is sinds de publicatie van het eerste Nationale Milieubeleidsplan (NMP) in 1989 het nodige gebeurt en bereikt. De Milieubalans van het RIVM geeft aan dat het milieubeleid effect heeft: de milieudruk op met name lucht, water en bodem is verminderd, en bij de broeikasgassen is sprake van stabilisatie. De doelstellingen voor leefbaarheid en natuurherstel en de verdere route komen naderbij. Drie citaten uit de Milieubalans over klimaat, verkeer en landbouw bevestigen dit beeld.

Er zijn voldoende technologische middelen voorhanden om de CO2-emissie door energiegebruik in Nederland op termijn met enkele tientallen procenten te verlagen.

Europese normstelling is zeer effectief om het verkeer schoner, zuiniger, stiller en veiliger te maken.

Het mineralenproject laat zien dat aan de mestnormen kan worden voldaan met beperkte bedrijfseconomische gevolgen.

Het kan dus wel, mag de conclusie luiden, en dat motiveert om door te gaan.

In zijn rapport `Naar nieuwe wegen in het Milieubeleid' komt de WRR tot vergelijkbare constateringen. Volgens de WRR is de milieuschade dichtbij huis afgenomen. Zeker, maar de waardering voor de bereikte resultaten mag niet leiden tot tempoverlies in de uitvoering, want van de stedelijke bevolking heeft eenderde nog steeds te maken met overschrijdingen van de normen voor luchtkwaliteit en driekwart met te hoge geluidsniveaus. De WRR vraagt terecht aandacht voor de aanpak van de complexe mondiale vraagstukken van klimaat en biodiversiteit. Bestaande onzekerheden en lange tijdsdimensies laten onverlet dat voor de aanpak van deze `wicked' milieu-agenda een internationaal gecoördineerde aanpak moet worden gekozen. Momenteel bewegen gletsjers sneller dan internationale instituties. Kyoto, Rio, Marrakesh, Bonn, Johannesburg en Milaan zijn de jaarringen van de `broeikasdiplomatie'. Het beweegt, en soms kan het relatief snel gaan, zie het ozon-protocol van Montreal. Maar ondanks het bezwaar van traagheid is er geen andere keuze dan voor een internationale aanpak. Ook met betrekking tot klimaatvraagstukken, want of Rusland nu tekent, of een volgende Amerikaanse president, of dat een aanvulling moet worden overeengekomen – het klimaatvraagstuk vergt een internationaal gedragen en uitgevoerde aanpak.

Het milieubeleid moet dus krachtig worden voortgezet, waar het toereikend is met het bestaande instrumentarium, waar het nodig en meer doelmatig is met een vernieuwde aanpak. Milieubeleid moet de economische kracht van marktconforme instrumenten benutten. Het in een Europees kader instellen van emissieplafonds met verhandelbare rechten maakt het mogelijk om voor de grensoverschrijdende vraagstukken van klimaat en verzuring op een kosteneffectieve wijze de wereldtop te bereiken.

Bij de laatste begrotingsbehandeling van VROM heeft PvdA-Kamerlid Diederik Samson een pleidooi gehouden voor verhandelbare milieurechten, en terecht. Critici kunnen erop wijzen dat dit instrument ook al in het vierde Nationale Milieubeleidsplan (NMP4) is genoemd. Maar Amerika bestond ook al voordat Columbus het ontdekte, dus dat doet niets af aan de terechte aandacht die Samson hier voor vraagt en de steun die hij hiervoor van Van Geel verkreeg.

Ook een gericht aankoopbeleid door overheden mag een onderdeel van het marktgeoriënteerd milieubeleid zijn – dat maakt marktintroductie en daardoor serieproductie en kostprijsdaling van milieuproducten mogelijk.

Milieubeleid wint aan effectiviteit door een scherpe prioriteitstelling. Natuurlijk, alles is belangrijk, maar zolang nog 37.000 personen in Nederland binnen de plaatsgebonden `risicocontour' wonen, dreigt het debat over het vaststellen van een wettelijke groepsrisico-norm een vlucht naar voren te worden. Momenteel leveren bedrijven voor 800 personen een te hoog individueel risico op, spoorwegemplacementen voor 3.000, LPG-stations voor 14.000 en de luchtvaart voor 19.000 personen. Een doelmatig milieubeleid zou deze cijferreeks dan ook als een werkvolgorde mogen opvatten.

Daarnaast kan het milieubeleid preventief risicosituaties verminderen door het probleemoplossend vermogen van het ruimtelijk-ordeningsbeleid te benutten, niet via het minitieus mengen en stapelen van functies, maar door het consequent ontvlechten van functies, zodat ontwikkelingsmogelijkheden ontstaan voor echte woonlocaties, natuurgebieden, industrieterreinen en transportassen. Hierbij kan een vergelijkbare werkvolgorde worden gehanteerd, want de kans op tien dodelijke slachtoffers ligt bij luchthavens eens in de 700 jaar en bij spooremplacementen op 25.000 jaar.

Innovatie is de belangrijkste pijler onder onze welvaartsgroei, schrijft minister-president Balkenende in de Innovatiebrief. Tweederde van alle innovaties heeft betekenis voor het milieubeleid, aldus staatssecretaris Van Geel op de Nationale Milieudag. Uit beide opvattingen kan worden opgemaakt dat de sporten van de ladder naar een milieu-efficiënte samenleving worden gevormd door het snel en breed toepassen van milieu-innovaties.

Het organiseren van een doortastend veranderingsproces vergt het wegnemen van belemmeringen en het inbouwen van faire stimulansen. Met de vandaag beschikbare technieken wordt een autonome eco-efficiency-verbetering van 2 procent per jaar bereikt. Op basis van technologische innovaties kan dat worden opgevoerd naar 10 procent per jaar. Binnen deze versnelling is wederom een prioriteitstelling gerechtvaardigd, bijvoorbeeld richting waterstofeconomie. Het Innovatieplatform wil de economische structuur versterken; daarbinnen past dan wonderwel het organiseren van kosten-effectieve milieu-innovaties.

Het toekomstgerichte milieubeleid moet doelmatig worden ingericht; integraal en internationaal. Het milieubeleid hoeft niet gebaseerd zijn op het `njet-scenario' van verboden en geboden, maar kan blijvende milieuwinsten bieden door de kracht van markt en techniek aan te wenden. Immers, het tegengaan van verspilling is gezond voor economie en milieu.

Jaap Jelle Feenstra is voorzitter van de vereniging van milieuprofessionals.