Meer havengroei nodig

Bij alle gesomber over de nationale economie steken de cijfers die de Rotterdamse haven vorig jaar boekte positief af. 2003 was een recordjaar: in totaal werd 328 miljoen ton aan goederen overgeslagen, 2 procent meer dan in 2002. Dat geeft de burger moed, ware het niet dat Rotterdam als grootste haven ter wereld toch een probleem heeft. De overslag van massagoed, sinds lang de specialiteit van de Maasstad, stagneerde in 2003. De stukgoedoverslag steeg weliswaar, maar op dit belangrijke deelgebied steken de groeicijfers mager af tegen die van concurrenten als Hamburg en Antwerpen. Stukgoed komt tegenwoordig in containers aan – laadkisten die gestapeld worden verscheept en vanuit de haven per vrachtwagen naar de ontvangers gaan. In de containeroverslag beconcurreren de Noord-Europese havens elkaar het felst. Op dit gebied zal zich de komende jaren een interessante veldslag voltrekken tussen Rotterdam, Hamburg en Antwerpen, waarbij niet alleen havens, reders en verladers zijn betrokken, maar ook lokale en nationale overheden.

Rotterdam mocht zich vorig jaar verheugen in een groei van de containeroverslag van 7,4 procent. Als eerste niet-Aziatische haven doorbrak het in 2003 de grens van zeven miljoen laadkisten. Maar in Hamburg groeide de containeroverslag met 14,8 procent. De Hanzestad boekte begin december zijn zesmiljoenste container op jaarbasis. De totale Hamburgse goederenoverslag bedroeg dit jaar 105 miljoen ton, 8 procent meer dan in 2002. Deze groeipercentages liggen beduidend hoger dan in Rotterdam. In Antwerpen ging de vlag eveneens uit: daar werd na jaren van stormachtige groei onlangs de vijfmiljoenste container geregistreerd. De Antwerpse haven sloeg in 2003 in totaal 142 miljoen ton over, 8,3 procent meer dan in 2002.

Afgezet tegen de groei van concurrenten in de regio valt het Rotterdamse resultaat dus tegen. Dat betekent niet dat het hier slecht gaat – integendeel. Het betekent slechts dat Rotterdam op zijn hoede moet zijn. Goederenstromen nemen toe en af, en veranderen soms van richting. Een alerte haven moet daar prompt op kunnen reageren. Terecht wees eerder deze week de directeur van het Rotterdamse Havenbedrijf in dit verband op de expansie van Aziatische landen, China voorop. Klanten daar bepalen de toekomst van havens als Rotterdam en Hamburg. De concurrentie is moordend en inspirerend tegelijk. Hamburg claimt nu al dat het in Europa de belangrijkste haven voor het Verre Oosten is. Dat kan Rotterdam niet op zich laten zitten.

Elke haven doet zijn best om met zo gunstig mogelijke voorwaarden klanten aan te trekken. Geulen worden uitgediept, kades aangelegd en verbindingen naar het achterland doorgetrokken. Lokale en nationale overheden bepalen het tempo hiervan. Rotterdam heeft wat dat betreft reden om te klagen over de doortastendheid van de achterliggende kabinetten. Al jaren wordt gesproken over de aanleg van een tweede Maasvlakte, belangrijk om havenuitbreiding te realiseren. Het wordt tijd dat die er nu zo snel mogelijk komt. Anders gaan de concurrenten er met de nieuwe clientèle vandoor.

De tijd van zelfvoldaan de inkomende schepen tellen bij Hoek van Holland is voorbij. Rotterdam moet als grootste en best bereikbare haven de hoogste groeicijfers kunnen halen. Met minder mag de per 1 januari 2004 verzelfstandigde N.V. Havenbedrijf Rotterdam geen genoegen nemen.