In de verte sloft Van Gogh

Yolande Villemaire, schrijfster en dichteres geboren en getogen in Québec, schreef haar achtste roman in Amsterdam. Vorig jaar bracht ze, in het kader van een uitwisselingsproject tussen het Fonds voor de Letteren en zijn evenknie in Montréal, een paar maanden in Nederland door. Ze schreef er de aanzet tot het onlangs verschenen La déferlante d'Amsterdam, een prachtige kleine roman die niet alleen de crisis in het leven van een jonge vrouw tot onderwerp heeft, maar die ook in korte, rake beelden Nederland portretteert.

Villemaire (1949) doceert literatuur aan een hogeschool in Montréal. Zoals veel schrijvers op het Noord-Amerikaanse continent organiseert ze ook ateliers d'écriture en verzorgt ze poésies-performances, werkgroepen waarin het schrijven respectievelijk het voordragen van poëzie wordt beoefend. Ze publiceerde twaalf dichtbundels die in vele talen werden vertaald en waaruit een selectie werd gebundeld in D'ambre et d'ombre (2000). In haar voorlaatste roman, Des petits fruits rouges, een dagboek waarin veel literaire genres samenkomen, liet zij een hoogleraar letterkunde worstelen met vragen over haar afkomst. Voor het eerst verschijnt nu een van haar teksten ook in het Nederlands: Désirée Schyns vertaalde haar lange gedicht `Het Minneschild' (`L'armoure') voor het aan Québec gewijde voorjaarsnummer van het Vlaamse literaire tijdschrift Deus ex Machina.

Villemaire behoort tot degenen die wel liefkozend `les Filles d'Anne Hébert' worden genoemd: vrouwelijke auteurs die in het kielzog van de grootste schrijfster van Québec hun weg naar het grote publiek hebben gevonden. Net als haar collega's debuteerde Villemaire in de jaren zeventig, toen Québec zich in razendsnel tempo ontwikkelde van een gesloten, door de rooms-katholieke kerk beheerste maatschappij tot een opener, meer democratische samenleving met een scheiding tussen kerk en staat.

In La déferlante d'Amsterdam verblijft Villemaires alter ego, de schilderes Miliana Tremblay, een tijdje in Amsterdam om er een expositie van haar schilderijen voor te bereiden. Ze logeert in het huis van een vriendin aan de Herengracht, bezoekt kunstenaarssociëteit Arti, ontmoet dichters uit alle windstreken en gaat naar de nationale Gedichtendag in de Rode Hoed. Ze staart naar Het joodse bruidje in het Rijksmuseum, kijkt op televisie naar het koninklijk huwelijk en leert de oudste Nederlandse zin uit haar hoofd: `hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic enda thu', de slagzin van de boekenweek in het jaar dat Villemaire in Amsterdam verbleef.

Miliana is `amérindienne': zij groeide tot haar derde jaar op bij een autochtone, Noord-Amerikaanse stam en werd daarna geadopteerd `door de blanken'. Meer komen we over haar jeugd niet te weten, behalve dat zij zich de `geur van de dennenbossen' herinnert en `er de voorkeur aan geeft de rest te vergeten'. In Amsterdam ontdekt Miliana dat zij zwanger is van de man die zij net heeft verlaten. De intrige van het boek wordt niet veel verder uitgediept, afgezien van de mooie apotheose die het verhaal afrondt.

Het zijn vooral de taal en de vorm die La déferlante d'Amsterdam bijzonder maken. In een reeks korte scherpzinnige schetsjes zet Villemaire haar personages met enkele streken neer, terwijl ze tegelijkertijd haar gastland observeert: fietsers die in hun mobieltje schreeuwen, de stralende ogen van een meisje op straat, een foto in de Portugese synagoge, graffititeksten op een muur in het Vondelpark: `la réalité est énorme'. Villemaire doet met taal wat haar personage, de schilderes, met haar tekenpotlood doet: observeren en schetsen, gespitst op de raadselen van het Nederlands, bij Villemaire `la néerlangue' genoemd. Wat is een `doorzonkamer'? En wat zijn `ijsheiligen'?

De grootste charme van deze kleine roman is dat er zoveel te raden blijft. Door haar woelen in heden en verleden ontwikkelt Miliana Tremblay een zesde zintuig dat haar in staat stelt haar omgeving met ongewone, onthechte helderheid te bekijken. Ze visualiseert de woelige historische lagen van de Kalverstraat in Amsterdam; ze ziet de vele, in kalfsleer geschoeide voeten van vissers, wevers en kooplui door de eeuwen heen; ze hoort Van Gogh sloffen naar het huis van zijn nicht en, uiteindelijk, de voetstappen van joden, die tijdens de oorlog uit het openbaar vervoer werden geweerd. Het gist en het kolkt in het binnenste van Villemaires hoofdpersoon. Precies die associatie roept de titel, een niet-bestaand, door Villemaire verzonnen woord, op. La déferlante – voorbode van zwaar weer.

Yolande Villemaire: La déferlante d'Amsterdam. Le Castor Astral, 93 blz. euro 12,-

Deus ex Machina is te bestellen via www.deusexmachina.be. euro 7,50