Het vlinderalfabet

Hoe ontstaan de kleurpatronen op vlindervleugels? Aan de Universiteit Leiden wordt er onderzoek naar gedaan. Kunstenaars experimenteren met die levende patronen.

Op de zolder van het Smithsonian Institute in Washington vond de Noorse onderzoeker Kjell B. Sandved op een dag in een sigarenkistje een letter. Het was een zilveren F op een roze achtergrond. Ook onder de microscoop bleef de F een F. Hij was geschreven op een vlindervleugel.

Op het idee gebracht door de F ging Sandved op zoek. Misschien vlogen er nog wel meer letters rond. Met een door hemzelf gemaakte camera reisde hij naar regenwouden en moerassen, op zoek naar alle letters van het Latijnse alfabet. Hij had er 25 jaar voor nodig. Hij vond een P in Amerika, een R op Nieuw-Guinea, de S en de Z in Brazilië. Op Madagaskar was een mot zo goed op zijn fel gekleurde vleugels (purper, goud en groen) zes verschillende letters te herbergen. Van de meeste letters vond Sandved meer exemplaren. Ook cijfers en leestekens vond hij dubbel.

Alleen de ampersand heeft Sandved maar één keer gevonden. De `&' op een vlindervleugel. Sandveds project moet wel een van de meest letterlijke & krankzinnige toepassingen zijn van het oude idee dat de natuur een door god geschreven boek is waarin wij mensen kunnen lezen. ,,U zult leren inzien dat ook het geringste onderdeel van de schepping door de Natuur niet zonder bedoeling werd gemaakt'', schreef Jacob van Maerlant in zijn boek Der naturen bloeme. ,,Geen schepsel is zo onaanzienlijk of het is wel van enig nut: het is immers ondenkbaar dat de alwijze God iets zou hebben geschapen zonder reden.'' Zouden die vlinders op Madagaskar wel eens samen een woord vliegen? `Hallo? Nectar?' Een romantisch gedicht? En in welke taal? Zouden alle vlinders Engels spreken? Met Sandveds vlinderalfabetboeken en -posters leren kinderen in de Verenigde Staten lezen en schrijven. `On wings aloft across the skies/ an alphabet of butterflies'.

De schoonheid van vlinders is vaak gebruikt om het bestaan van God te bewijzen, net als de ingewikkeldheid van het oog. Zulke perfecte dingen moeten wel ontworpen zijn. Bloemen worden bevrucht door vlinders, die zo op hen lijken. Vliegende bloemen.

Voordat het alfabet op vlinders werd gevonden, was al bekend dat op vlinders vaak tekeningen staan. Vlinders zijn verbluffende schilders. Op de cocon van de blauwe vlinder Spalgis epius staat een aapje, op de pop van de Spalgis lemolea ook. De eerst vlinder komt in India voor en lijkt op een daar ook residerende makaak. Om te kijken wat voor aap er precies op de lemolea is afgebeeld, nam de Engelse zoöloog H.E. Hinton er een mee naar de dierentuin en ja hoor, op deze pop stond een Afrikaans aapje uit hetzelfde gebied.

Wie deze vondsten te kinderachtig vindt, hoeft toch niet af te haken. Hij kan zich verbazen met Nabokov, die op de vleugel van een mot misschien wel het subtielste vlinderschilderij vond, zoals beschreven in het verhaal Father's Butterflies: ,,Wat moet men zeggen van het `embleem' dat, op de echte mot, lijkt op een likje glans dat doet denken aan terpentijn, en dat daarom gekopieerd moet worden (en opnieuw gekopieerd!) op zo'n manier dat het werk van de schilder, naast al het andere, een gelijkenis met het werk van een schilder overbrengt!''

Vladimir Nabokov, zowel schrijver als vlinderkundige, zocht bij de vlinders wat hij niet, of niet genoeg, vond in de kunst. ,,`Natuurlijke selectie' in de darwiniaanse betekenis kon geen verklaring geven voor het wonderbaarlijk samenvallen van nabootsend uiterlijk en nabootsend gedrag, en evenmin kon een beroep worden gedaan op de theorie van `de strijd om het bestaan' wanneer een beschermingsmiddel werd doorgevoerd tot een mate van nabootsende verfijning, overdaad en weelde die het onderscheidingsvermogen van een roofdier ver te boven ging. Ik ontdekte in de natuur de onnutte verrukkingen die ik zocht in de kunst. Beide waren een vorm van magie, beide waren een spel van ingewikkelde betovering en misleiding.''

Van Nabokov wordt vaak gezegd dat hij een groot schrijver was maar geen groot vlinderkundige. Soms wordt zelfs beweerd dat hij de evolutietheorie afwees en eigenlijk een creationist was. Op basis van dit citaat uit Speak, Memory zou je geen van beide zeggen. Misschien wijst het eerder in de richting van een hoopvolle opvatting van kunst en biologie waarin scheppers niet zo belangrijk zijn en het toeval een belangrijke rol speelt.

Niets heeft nut, niets heeft een bedoeling. De natuur is geen boek. Leonardo da Vinci raadde schilders aan in vochtvlekken op muren gezichten te zien. De vlekken op vlinders zijn soms al gezichten, of vleermuizen, of letters. Ze zijn voor niemand bedoeld. Daarom bevredigen ze zo. Er is geen reden. Kale analogie. De puurste poëzie. Schoonheid als toevallig bijproduct.

Zandoogje

De Afrikaanse vlinder Bicyclus Anynana is een zandoogje. Er kruipt er elke paar minuten een uit zijn pop in het laboratorium van het Instituut voor Evolutionaire en Ecologische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Professor Paul Brakefield weet wanneer het bijna zover is. ,,Deze gaat uitkomen.'' Hij tikt tegen het coconnetje, en ja hoor, een paar seconden later wringt er zich een vlinder uit. Het zal nog een paar minuten duren voor de vleugels zich hebben opgepompt en open gaan.

,,Iedereen vindt vlinders mooi'', zegt Brakefield. Deze schoonheid is voor hem nuttig. Zijn onderzoek is door de gebruikte dieren `makkelijker te verkopen'. ,,Vlinders zijn goede pr. In fruitvliegjes, de meest gebruikte proefdieren in laboratoriumonderzoek, is niemand geïnteresseerd.''

Brakefield bestudeert in zijn instituut onder meer het ontstaan van de kleurpatronen op vlindervleugels. Welke genen zijn daarbij betrokken, en hoe worden die door de vlinder `aangezet'. Bij mensen blijken dezelfde genen een rol te spelen bij de aanleg van armen en benen. Het soort onderzoek dat Brakefield doet wordt wel `evodevo' genoemd, een term die slaat op de integratie van evolutie- en ontwikkelingsbiologie.

Ik krijg een zandoogje op mijn hand. Je moet hem met een pink aaien, zo klein is hij. Zouden de schubjes van deze vlinder onder de microscoop ook hartvormig zijn, zoals Sandved ontdekte bij een Boliviaanse verwant? Ik kan de vleugel niet met mijn vingertoppen voelen, zo zacht is hij. Dit zandoogje uit Malawi ziet er niet uit alsof het Nabokov tot lyriek zou inspireren. Het is een klein, bruin vlindertje, met zwart-gele oogvlekken. Geen weelde, geen overdaad, geen artistieke volmaaktheid. Het is makkelijk te aanvaarden dat de oogvlekken bij deze soort ontstaan zijn om vogels te misleiden. Vogels happen naar de oogvlekken en de vlinder kan ontkomen, al dan niet met een beschadigde vleugel.

,,We werken met deze soort omdat hij in het laboratorium makkelijk te houden is'', zegt Brakefield. De schubben liggen op een vlindervleugel dakpansgewijs naast elkaar. De kleur ligt daar vaak als een los poeder op. Ik bestudeer mijn pink. Is er bruin, zwart, wit, geel op achtergebleven?

Een van de technieken die in Leiden gebruikt wordt om de vlinders te bestuderen is het doden of verplaatsen van cellen op de vleugel. Dat moet gebeuren als de vlinder net in de pop zit. De cocon wordt onder een microscoop gelegd en met een fijne naald van wolfram wordt de vleugel in wording voorzichtig bewerkt. ,,Je moet er een vaste hand voor hebben'', zegt Brakefield. ,,Koffie drinken is er niet bij.''

De verplaatste cellen ontwikkelen op hun nieuwe plek weer oogvlekken. Zou het pijn doen? Brakefield weet het niet. Hebben vlinders een bewustzijn? Vroeger werden ze gezien als vehikels van de ziel (vlinders heten psyche in het Grieks). Nu denkt men in ieder geval dat ze geen zenuwcellen in hun vleugels hebben. ,,Over fruitvliegjes vragen mensen dit soort dingen nooit'', zegt Brakefield. ,,Bij die dieren kan het niemand wat schelen.'' De esthetiek beïnvloedt ook hier de ethiek.

Ik vraag Brakefield of de patronen op de vleugels die door zijn onderzoek worden gecreëerd wel eens mooier zijn dan de patronen die de vlinder zelf samenstelt. Hij lijkt het een irrelevante vraag te vinden. Hij is geen kunstenaar.

Lichtgevende kwal

Er heeft wel een kunstenaar in het laboratorium gewerkt. In 1999 was de Portugese kunstenares Marta de Menezes (Lissabon, 1975) een paar maanden in Leiden. Ook zij bewerkte de vleugels van de Biclycus anynana en de Heliconius melpomene, een andere soort die in Leiden gehouden wordt, met een hete naald, doodde en verplaatste cellen. Ze zette zelfs cellen van het zandoogje op de vleugel van de passiebloemvlinder.

Marta de Menezes woont nu in Oxford. Haar man is immunoloog aan Woolfson College. Zelf schreef ze er haar dissertatie over de overeenkomsten in de visuele schema's van natuurkundige Richard Feynman en kunstenaar Joseph Beuys. Ook maakte ze op het Imperial College of Science in Londen met behulp van geavanceerde scan-apparatuur een portret van haar hersenen terwijl ze aan het tekenen is. Binnenkort vertrekt ze naar Australië om in het kunstenlaboratorium van de universiteit van Perth sculpturen te maken van levende huidcellen. Ook wil ze proberen een zebravisje te fokken met verticale in plaats van horizontale strepen. Ik vraag waarom. Zij antwoordt waarom niet? ,,Er is al een zebravis te koop die in het donker rood oplicht. Wetenschappers hebben aan de vis een gen van een lichtgevende kwal en een zeeanemoon toegevoegd.''

De Menezes is gegrepen door de mogelijkheden die de wetenschap de kunst biedt. Ze kent inmiddels bijna alle kunstenaars die biologische middelen gebruiken, van de Amerikaan Joe Davis, die in het DNA van bacteriën `schrijft', tot het Australische duo SymbioticA, dat uit menselijke huidcellen biefstuk wil laten groeien, zodat je voor het eten van vlees geen dieren meer hoeft te doden. Van een beweging is volgens De Menezes geen sprake. ,,Het enige dat we gemeen hebben is dat we levend materiaal gebruiken.'' Menezes ziet het als een logisch gevolg van de zich steeds uitbreidende middelen waarmee kunstenaars werken. Na fotografie, computerkunst en land art hebben we nu levende kunst.''

,,Ik heb in Leiden 500 zandoogjes geopereerd'', zegt De Menezes. ,,En 300 passiebloemvlinders.'' De patronen die De Menezes op de vleugels van de Bicyclus maakte, zijn ingewikkelder dan die van de wetenschappers, die meestal maar één ding tegelijk veranderen om het effect ervan precies te kunnen meten. De Menezes liet verschillende oogvlekken in elkaar overvloeien, verwisselde de plaats van kleuren, maakte van acht oogvlekken een bloem. Een bloem op een vlindervleugel. Zit die er nu echt? ,,Het toevoegen, veranderen of verwijderen van oogvlekken maakt het onze verbeelding mogelijk bekende vormen op de vindervleugels te zien.''

De Menezes was er niet op uit om de vlindervleugels te verbeteren. ,,Het was niet mijn bedoeling iets moois nog mooier te maken.'' Om te zien of dat toch is gebeurd kan één vlinder volstaan. De Menezes bewerkte altijd maar een van de twee vleugels van een zandoogje. Meestal is het niet moeilijk te raden wat de bewerkte en wat de onbewerkte vleugel is.

Romantisch idee

De Menezes, die haar project in Nederland helaas niet tentoongesteld kreeg, wilde ook nog demonstreren dat interactie tussen kunstenaars en wetenschappers voor beiden vruchtbaar is. Maar het romantische idee dat de kunstenaar door zijn onorthodoxe aanpak wetenschappers op nieuwe ideeën kan brengen, ging in ieder geval niet op. ,,Ze heeft niet echt iets gedaan dat voor ons onderzoek direct van belang is'', zegt Paul Brakefield. Net als de vlindervleugels zelf ziet hij De Menezes' project vooral als goede publiciteit.

Andere kloven heeft De Menezes wel overbrugd. Kunst en leven, cultuur en natuur zijn in haar project niet meer zo eenvoudig te scheiden. Vroeger schilderde men vlindervleugels. Nu schildert men met vlindervleugels. Het zijn geen schilderijen die een lang leven beschoren zijn. Ze vervliegen. ,,De nieuwe patronen zijn nooit eerder in de natuur gezien en verdwijnen ook snel weer om nooit meer gezien te worden.'' Een zandoogje leeft hooguit een paar weken. ,,Dit is een vorm van kunst die leeft en sterft. Het is tegelijkertijd kunst en leven.''

De Menezes morrelt aan categorieën die voor Nabokov nog streng van elkaar gescheiden waren. Nu is dat niet meer zo.

Bicyclus anynana, ontpopt op 4 december om een paar minuten voor twaalf, spreidt zijn vleugels. Ik zie een oogvlek. Hij lijkt niet zo heel erg op een oog. Wel op een o. Zou een zandoogje het tot Sandveds vlinderalfabet geschopt hebben? De o is onder vlinders de meest voorkomende letter. Ook in het Latijnse alfabet is de o begonnen als oog, zoals de a oorspronkelijk, bij de Phoeniciërs, een tekening van een os was. Vogels kunnen van het vlinderalfabet tenminste één letter lezen.