De vertrutting van Nederland

2003 was het jaar van de Balkenendisering. Dit jaar zal nog sterker worden terug- gegrepen naar oude waarden en normen, voorspelt Max Pam. Vijf trends voor 2004.

Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van de Balkenendisering van Nederland. De verwachting is dat dit typisch Nederlandse verschijnsel in de komende tijd alleen maar aan kracht zal winnen. Vandaar dat een nadere precisering geboden is, opdat wij ook naar de toekomst toe de ontwikkelingen in de gaten kunnen houden.

Balkenendisering is een complex maatschappelijk verschijnsel, om met de socioloog te spreken. Verschillende factoren spelen daarbij een rol, om nogmaals met de socioloog te spreken. Maar de volgende trends zijn karakteristiek voor het fenomeen dat als een schaduw over ons land trekt.

1. De toenemende vertrutting van Nederland

Een goed voorbeeld is de herinrichting van het Catshuis, de ambtswoning van de premier. Het oude kneuterige Catshuis met al die luiken, dat kon natuurlijk helemaal niet meer. Vandaar dat ,,een artistiek team'' van de regering de opdracht kreeg het Catshuis voor vijftig jaar ,,smaakvast'' en ,,modebestendig'' te maken.

Wij proberen ons voor te stellen dat Lodewijk XVI de architect Louis le Vau bij zich laat komen en zegt: ,,Dat paleis in Versailles en die tuinen, die moeten minstens vijftig jaar smaakvast zijn. Compris!'' Daarop is Le Vau ongetwijfeld van zijn canapé gevallen. ,,Maar Sire, versta ik u goed? Bedoelt u niet vijfduizend jaar?'' riep hij toen hij weer was opgekrabbeld.

Het Catshuis is niet geopend voor het publiek, maar de foto's van de Herenkamer met dat bankstel en de Tuinzaal met die kroonluchter wekken de indruk dat de eerste 49 jaar van die vijftig modebestendige jaren al weer voorbij zijn. Erg mooi is trouwens ook de Catszaal, vooral door die tafel met die bureaulamp, waarvan de elektriciteitsdraad rechtstreeks van het bureaublad op de grond valt, om vervolgens een lange weg af te leggen naar het stopcontact in de hoek van de kamer. De premier en zijn hoge gasten zullen nog flink moeten opletten om daar niet over te struikelen.

2. De invoering van het

Louis de Funès-principe

Dit principe, genoemd naar de bekende Franse brigadier uit films als De Gendarme ziet ze vliegen en Gendarme in St. Tropez, is inmiddels onlosmakelijk verbonden met de Balkenendisering van Nederland. Het principe houdt in dat men een toenemende aandacht ontwikkelt voor kleine overtredingen, en tegelijk het onvermogen groeit om de grotere criminaliteit aan te pakken.

Beide delen van deze stelling zijn eenvoudig te illustreren. Zo werd vorige week hard opgetreden tegen binnenschippers die hun rijnaken ,,te uitbundig'' hadden versierd met kerstverlichting. Een varende kerstboom zou bij een tegenligger wel eens voor verwarring kunnen zorgen. Ook op het Centraal Station van Rotterdam heeft de politie serieus werk gemaakt van het herstel van normen en waarden. Wie daar een vrouw nafluit, riskeert voortaan voor ,,ongewenst fluitgedrag'' een boete van veertig euro.

In Amsterdam wilde de politie niet achterblijven. Daar werd wethouder Rob Oudkerk bekeurd, omdat zijn fietslampje het niet deed. Toen Oudkerk, tevens bekend van zijn kut-Marokkanen, ook nog eens een grote mond opzette omdat hij door de koddebeier werd onderhouden over zijn voorbeeldfunctie, bracht de politie het ongewenste gedrag van de wethouder in de publiciteit. Dit bleek in strijd te zijn met het voorschrift misdaadnieuws waarbij prominenten zijn betrokken zo veel mogelijk achter te houden. ,,Heel ongelukkig'', zei persofficier mr. D. Kruimel over de behandeling van deze kruimelovertreders.

Maar hoe afkeurenswaardig het gedrag ook is van de binnenschippers, de nafluiters en de Rob Oudkerken, hun behandeling staat in schril contrast met die van de drugskoeriers die op Schiphol met een handdruk worden teruggestuurd als zij minder dan drie kilo coke in hun koffer hebben. De scène laat zich eenvoudig beschrijven: zojuist heeft Louis de Funès een drugskoerier uitgezwaaid, om in de hal van Schiphol een willekeurige reiziger het liefst een vrouw met grote tieten te bekeuren voor de sigaret die zij op de grond heeft gegooid. Het is niet moeilijk om te voorspellen dat deze kwestie een testcase wordt voor de Balkenendisering van Nederland. Daar blijft iedereen over zeuren die voor iets onbenulligs wordt bekeurd.

3. Het optreden van het William Bligh-syndroom

Omdat de Balkenendisering teruggrijpt naar oude waarden en normen, zal weer de nadruk worden gelegd op de hiërarchische structuur die van boven naar beneden loopt. Deze ontwikkeling strookt bepaald niet met de bestuurlijke vernieuwing die de kleine regeringspartij D66 voorstaat, waardoor allerlei fricties zullen ontstaan.

William Bligh was de kapitein van de Bounty. Hij had de neiging zijn ondergeschikten de schuld te geven van zijn eigen fouten en hij deed dat ten slotte zo consequent dat hij een muiterij over zichzelf uitriep. Het William Bligh-syndroom komt op alle niveaus voor.

Een prachtig voorbeeld komen wij tegen in de kerstboodschap van koningin Beatrix. Gewoonlijk bevat de kerstboodschap niet veel meer dan de rituele opmerking dat Kerstmis het feest is van het licht. Dat is al jaren zo, maar dit keer ging het anders. Dat is niet verrassend, want 2003 is een moeilijk jaar geweest voor de Oranjes. Na de affaire met vader Zorreguieta te hebben overleefd, kreeg de familie te maken met Margaritagate en Mabelgate, en dan zullen wij de boete die prins Bernhard betaalde voor wetsovertreders maar buiten beschouwing laten.

Er was dus voor het staatshoofd alle reden excuses aan te bieden voor de wijze waarop de kroon in opspraak is gebracht. Maar niets daarvan. Integendeel, haar onderdanen werden gekapitteld voor hun vrijmoedig gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Het staatshoofd had het zelfs over ,,losbandigheid'', die eindigt ,,in verloedering van die vrijheid''. Dat de koningin uitgerekend in dit jaar hiermee komt, zou je met recht kunnen beschouwen als een onthutsend gebrek aan innerlijke beschaving. Maar omdat uiteindelijk de premier verantwoordelijk blijft, moeten wij de inhoud van de kersttoespraak zien als een fundamenteel element van de Balkenendisering.

4. Terugkeer van theologismen

Omdat de Balkenendisering de religie een centrale plaats wil geven, zet men zich vooral af tegen wat als gevaarlijk ongeloof wordt beschouwd. Komt in de krant een atheïst aan het woord, dan verschijnt steevast een ingezonden brief met dit argument: ,,Een atheïst kan ook niet bewijzen dat God niet bestaat.'' Daar hoort eigenlijk nog achteraan te komen: ,,Lekker puh!''

Ook Piet Hein Donner, de huidige minister van Justitie en een van de belangrijkste uitventers van de Balkenendisering, gebruikte onlangs dit argument, toen hem in de Volkskrant werd gevraagd of geen geloof eigenlijk niet ook een geloof is. ,,Zolang je het ene niet kunt bewijzen, kun je het andere ook niet bewijzen. Dat is geen kwestie van geloof, maar van logica.''

Daaruit blijkt dat onze minister totaal geen benul heeft van ongeloof en nog minder van logica. Wie een beetje nadenkt, beseft onmiddellijk dat je nooit kunt bewijzen dat iets er niet is. Je zult ook nooit kunnen bewijzen dat er in het heelal geen rugbybal ronddraait met twee flaporen. Het is ook niet aan de atheïst om te bewijzen dat God niet bestaat. Hij zal dat niet kunnen en het is ook helemaal zijn ambitie niet. Het is de gelovige die iets beweert, namelijk dat God bestaat. De atheïst vraagt alleen waarop de gelovige zijn uitspraak baseert, en tot dusver heeft de gelovige niets concreets aangedragen.

5. De verdere afkalving

van het onderwijs en

de Nederlandse taal

Deze trend is al langer aan de gang, maar past naadloos in de Balkenendisering van Nederland. Meer dan de helft van de Nederlanders weet al niet meer dat Nederland ooit een Gouden Eeuw heeft gehad. Wie wel eens naar zo'n truttig jeugdprogramma van BNN kijkt, begrijpt onmiddellijk dat die trend alleen maar erger zal worden.

Al eerder dit jaar hebben wij vastgesteld dat de staatssecretaris belast met het hoger onderwijs zelf op haar website zinnen schrijft als: ,,Een evenment dat toch in zekere zin ook bepalend zal zijn voor de sfeer tussen Kamer en Kabinet voor de komende periode. En wij streven allemaal naar een periode van vier jaar. De keizer heeft het verdient en ons land heeft het nodig. Ik zal mijn beste beentje voordoen.''

In dit letterlijke citaat staan twee tikfouten, een stoplap, een spelfout van het type vierde klas lagere school (heeft verdient) en een tante Betje, aangezien wij niet ons beste beentje voordoen, maar voorzetten. Inmiddels heeft de staatssecretaris dit citaat van haar site gehaald, maar nog altijd lezen wij in een toespraak van haar over alfabetisering, en ik citeer letterlijk: ,,Want ik wil niet verzanden in opmerkingen als: `De gemeenten zijn aan zet' of `nader onderzoek van het vraagstuk is geboden'. Ik wil ook niet afwachten of de campagne tot veel cursusaanmeldingen leidt, terwijl dan blijkt dat er niet genoeg aanbod is. Of verwachten van de regionale opleidingencentra dat zij méér aanbod ontwikkelen, terwijl de vraag nog niet duidelijk is. Dan gaan we een kip-of-ei-discussie opvoeren, en dat heeft niet mijn voorkeur!''

God mag weten wat hier niet bedoeld wordt, maar dat wij een mooie tijd tegemoet gaan, is zeker.