De rollator is de schaamte voorbij

De rollator is niet meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Jaarlijks komen er meer dan 50.000 exemplaren bij, van verschillende merken. Maar van een vrije markt is nog geen sprake. De zorgverzekeraar kiest, niet de gebruiker.

Gemak dient de mens. We kregen een magnetron en we hoefden niet meer te koken. Er kwam een mobiele telefoon en we waren altijd bereikbaar. Toen was daar de rollator en bejaarden die slecht ter been zijn, hoeven niet meer thuis te blijven zitten.

De rollator is voor velen een onmisbaar hulpmiddel geworden. Ga de straat op en vraag aan een paar willekeurige gebruikers wat ze ervan vinden en de antwoorden zijn eensluidend lovend. ,,Een geweldig ding.'' ,,Nu kan ik weer zelf de straat op.'' ,,Ik ben de uitvinder van de rollator zeer dankbaar.''

Inmiddels zijn er al zoveel gebruikers dat de schroom om ook achter zo'n karretje te gaan lopen steeds minder wordt, ook bij mensen van onder de 65. De rollator is een geaccepteerd onderdeel geworden van de maatschappij – net zoals de magnetron en de mobiele telefoon.

De rollator zoals wij die nu kennen, in al zijn variaties, stamt uit 1986. Er bestonden al wel looprekjes op wielen die ook al de naam `rollator' droegen, maar die waren niet gebruiksvriendelijk. ,,Je had van die ziekenhuisachtige dingen, van chroom en met harde wieltjes'', zegt directeur Ronald Keuning van Premis Medical. ,,En als je een rem wilde was je vijftienhonderd gulden kwijt.'' Hij merkte dat er behoefte was aan betere hulpmiddelen en hij ontwierp de Provo-rollator. De loophulp werd minder ziekenhuisachtig, kreeg een kleurtje, betere wielen en een rem. ,,Ik heb de rollator zoals we hem nu kennen, uitgevonden en populair gemaakt. Mensen die aan de arm van een ander liepen, konden weer zelf lopen.''

Premis Medical, een bedrijf dat producten levert voor ,,iedereen die oud wordt'', maakte de eerste rollators in eigen beheer. Maar het kon de vraag niet aan en week voor de productie al snel uit naar Azië. De Provo van Premis is nog altijd de meest gebruikte rollator in Nederland. Het kostte even tijd en moeite om mensen erachter te krijgen, zegt Keuning, maar als er in een bejaardentehuis een paar rollators werden gebruikt was er al gauw sprake van een sneeuwbaleffect. Vrij snel na de acceptatie werd het product verbeterd en aangepast aan de wensen van de gebruiker. De rollator kreeg een mandje en een zitje, soms ook een bel. Net als de kinderwagen is de rollator nu behalve een hulpmiddel ook een accessoire geworden.

Nederland en Scandinavië (waar een vergelijkbaar loophulpmiddel op de markt kwam) liepen voorop in het rollatorgebruik. In de afgelopen jaren zijn veel meer landen aan de rollator gegaan. Keuning zegt inmiddels een miljoen verkocht te hebben, waarvan driekwart in Europa en de rest in Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Israël. In de loop van de jaren negentig kwamen er andere rollators op de markt, van verschillende merken – klonen van de Provo, zoals Keuning ze noemt. Ook de Scandinavische variant, de Fellow-Roll, is sinds een aantal jaren in Nederland te krijgen.

Dat er nu verschillende merken op de markt zijn, betekent niet dat er ook sprake is van een vrije markt. De meeste gebruikers kopen niet de rollator die hun voorkeur heeft, maar het merk dat ze van hun zorgverzekeraar vergoed krijgen. Die koopt in grote aantallen in bij één leverancier en daar moet de verzekerde het maar mee doen. Het gaat hierbij om ruim 80 procent van de meer dan vijftigduizend rollators die ieder jaar in Nederland in gebruik worden genomen.

Zo wordt de markt beheerst door partijen – verzekeraars en leveranciers – die vooral op de prijs letten en blijkbaar minder op kwaliteit. Kwaliteitsverschillen zijn er wel degelijk, bleek uit een recente test van de Consumentenbond van zeven rollators. Vijf ervan worden door de grootste zorgverzekeraars vergoed, één merk kan (door verzekerden vaak met korting) gekocht worden in Welzorg-winkels en tot slot was de Fellow-Roll (die door geen verzekeraar wordt vergoed) opgenomen in de test.

Slechts drie rollators kregen het stempel `veilig': het nieuwste model Provo van Premis (score 53 op schaal van 100), de Easy Going van leverancier A1 Topgros (score 73) en de Fellow-Roll die met een score van 74 als de veiligste uit de bus komt. De Easy Going was dankzij de prijs-kwaliteitsverhouding de `beste koop'.

Floris Naber, de Nederlandse dealer van de Zweedse Fellow-Roll, verreweg het duurste merk, verkoopt jaarlijks zo'n duizend exemplaren in Nederland. Ligt de consumentenprijs voor de andere merken tussen de 115 en 150 euro, de Fellow-Roll kost 300 euro. Op prijs kan de Fellow-Roll dus nooit concurreren met de andere merken die vrijwel allemaal uit de lage-lonenlanden in Azië komen. Maar op kwaliteit wel, zegt Naber.

De Fellow-Roll en de Easy Going behoren tot de weinige merken die het GQ-keurmerk (`Guaranteed Quality') van de stichting KBOH heeft. KBOH (Kwaliteits- en Bruikbaarheidsonderzoek voor Hulpmiddelen) geeft voorlichting over het gebruik van hulpmiddelen en laat producten testen op kwaliteit en betrouwbaarheid. Onderzoeksinstituut TNO voert die testen uit. Rollators die in Nederland verkocht worden hoeven geen GQ-certificaat te hebben, de zorgverzekeraars eisten dat ook niet van hun leveranciers – al begint hier langzaam verandering in te komen.

De rollators die geen GQ-keurmerk hebben, voldoen wel aan de Europese normen voor medische hulpmiddelen. Maar T. Cruijff, die voor TNO de tests uitvoert, zegt dat die normen ,,vaag'' geformuleerd zijn. Ze gelden voor álle medische hulpmiddelen, ook voor bijvoorbeeld röntgenapparaten. Regel één van het eisenpakket waaraan de middelen moeten voldoen luidt: het medisch hulpmiddel moet veilig zijn. ,,Hoe bewijs je dat een product veilig is?''

De problemen met rollators kunnen zeer divers zijn: haperende remmen, zwenkende wieltjes, remkabels die achter deurklinken blijven haken en het plotseling inklappen van de rollator als de vergrendeling niet goed is ingesteld. Rollators met handmatige vergrendeling zijn een risico, want ,,vaak denkt de gebruiker er niet aan'', zegt Cruijff van TNO. Automatische vergrendeling is voor het GQ-keurmerk een vereiste, het ontbreken ervan leverde bij de Consumentenbondtest automatich het oordeel onveilig op.

Behalve veiligheid is ook de ergonomie belangrijk. Fysiotherapeut Leo Hermens zegt dat de Fellow-Roll hier ook aan voldoet. ,,Rollators hebben hun beperkingen, maar met de Fellow-Roll loop je het veiligst'', zegt hij. Hermens is fysiotherapeut in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwengein, dat ongeveer 25 rollators in huis heeft. Sinds een paar jaar gebruiken hij en zijn collega's de Fellow-Roll, waarvan de constructie wezenlijk anders is. De handgrepen steken niet naar achteren, maar naar voren, waardoor de gebruiker meer rechtop staat. ,,Dat is beter en veiliger'', zegt Hermens. ,,Je hoeft de rollator niet voor je uit te duwen. Je loopt als gebruiker meer erin dan erachter.''

Als dealer moet Naber het wat betreft de particuliere verkoop vooral hebben van mensen van wie de vader of moeder een rollator heeft van het ziekenfonds, maar daar niet tevreden over is. ,,Die kinderen betalen de Fellow-Roll dan uit eigen zak. Ze hebben zelf altijd een goede auto gehad, dan laten ze hun vader of moeder niet achter zo'n rollatortje van een paar euro aanlopen.'' Via een speurtocht op internet komen deze mensen bij Naber terecht.

Ronald Hiddes is er zo een. Zijn vader van 74 is slecht ter been. ,,De huisarts adviseerde mijn vader een rollator te gebruiken en ik heb hem zo ver gekregen.'' Ouderen denken altijd dat de mensen in hun omgeving ouder zijn dan zijzelf, zegt Hiddes. Een rollator? Nee, daar gaan ze niet mee lopen, dat hebben ze niet nodig – dénken ze. ,,Maar mijn vader kon nog maar amper met mijn moeder naar de supermarkt. Er zijn tegenwoordig steeds minder bankjes en als hij onderweg niet kan uitrusten, is het te vermoeiend voor hem.'' Nu gaat er een wereld voor zijn vader open. ,,We zijn laatst zelfs naar de Efteling geweest. Dat zouden we nooit gedaan hebben als hij die rollator niet had. Mijn vader is er erg trots op.''

Hiddes heeft de Fellow-Roll buiten de zorgverzekeraar om gekocht. ,,Ik wil het beste dat er is voor mijn vader. Dat dit merk wat duurder is, is dan jammer.'' Wat Hiddes steekt, is dat hij de kosten voor de aanschaf – al was het maar gedeeltelijk – niet vergoed krijgt.

Patiënten halen zich veel rompslomp op hun nek als ze bij de verzekeraar proberen een ander merk vergoed te krijgen. Daarbij komt dat senioren al snel tevreden zijn met wat ze hebben, zo bleek uit een rapport van de ouderenbonden over rollators uit 2000. Toch kan een assertieve houding lonen. Tiny Romans van A1 Topgros, dealer van de Easy Going (met GQ-keurmerk), zegt dat verzekeraars soms bereid zijn een rollator van een ander merk te vergoeden. ,,De ervaring leert dat als patiënten bij de verzekeraar doordrammen, dat ze dan krijgen wat ze willen.''