De fatale terugkeer van kapitein Kuki

Arbeiderszoon James Cook maakte grandioze zeereizen, bracht de onbekende wereld in kaart en bereikte op Hawaii een goddelijke status. Recente publicaties werpen licht op de reizen, op het natuurhistorisch onderzoek van zijn tijd, maar ook op duistere kanten, zoals de macht van rode veren en de beestachtige moord op Engelands modelheld.

In Peter Weirs historische spektakelfilm Master and Commander jaagt een Engelse kapitein van de Royal Navy op een Frans oorlogsschip. Aan boord bevindt zich een scheepsarts, `the master', die in zijn vrije tijd de natuur observeert en die zodra men aan land kan gaan, aan het botaniseren slaat. De film biedt een avontuurlijk beeld van schrander zeemanschap, loyale matrozen, klein en groot drama. Hoewel de ellende op die schepen de kijker niet bespaard blijft, is het geheel toch aan de rooskleurige kant. Gezonde kerels, ruime hutten en een opperbeste, loyale stemming. De titel verwijst naar de relatie tussen de kapitein en de scheepsarts. De laatste is een achttiende-eeuwse nerd: voorzien van een brilletje beheert hij de scheepsapotheek, behandelt hij de zieken en zet hij nadat slag geleverd is, benen en armen af. Zijn liefhebberij wordt afgedaan als gekkigheid, tot kapitein Aubrey uiteindelijk moet toegeven dat er misschien toch wel iets interessants zit in het verzamelen, beschrijven en tekenen van vissen, vogels, kruipende schepselen, bloemen en planten.

De film is karakteristiek voor het beeld van boeken en films over ontdekkingsreizen uit de achttiende eeuw. De inspiratie die deze vooral Engelse geschiedenis oplevert is schier onuitputtelijk en keer op keer duikt er één held op aan wie inmiddels honderden biografieën en studies zijn gewijd: James Cook (1728-1779).

Cook is een held die zijn status dankt aan de stoïcijnse wijze waarop hij driemaal een jaren durende ontdekkingsreis heeft geleid. Hij verkende streken waar nog nooit iemand was geweest, doorkruiste de Stille Oceaan, bracht Nieuw Zeeland en de oostkust van Australië in kaart en hele archipels, waaronder de New Hebrides, Tahiti, Hawaii en de Tonga-eilanden. Op zoek naar het vasteland van Antarctica waar men een heel bewoond en commercieel profijtelijk werelddeel vermoedde, daalde hij af tot 72 graden zuiderbreedte. Van de reusachtige ijsbergen merkte hij op dat ze voor het oog enkele ogenblikken nog wel `pleasing' waren, maar `when we reflected on the danger, the mind was filled with horror'. Terecht kwam hij tot de conclusie dat hier geen menselijk leven mogelijk was. Hij zocht naar een noordwest-doorgang naar Azië en kwam na de Beringstraat een heel eind tot hij, geteisterd door sneeuw, hagel, ijs en mist en met bevroren zeilen, meterslange ijspegels aan het want tot zijn spijt rechtsomkeert moest maken.

Cooks naam is vooral verbonden met het verblijf op de eilanden in de Stille Zuidzee. Van daar bracht hij tijdingen naar Europa over een aards paradijs, waar nobele wilden woonden en waar het zou ontbreken aan elk seksueel taboe. Hij werd al tijdens zijn leven een held. Daarbij speelde, behalve zijn reizen, ook zijn karakter en afkomst een rol. Hij was de zoon van een landarbeider in Yorkshire die opsteeg in de hiërarchische Royal Navy, waar je eerder door afkomst dan door zeemanskunde officier werd. Hij gold als een voortreffelijk commandant, een uitmuntend landmeter en journaalhouder, die in tegenstelling tot zijn ondergeschikten nauwelijks dronk en nooit is ingegaan op de invitatie van de schonen van de Zuidzee. Na zijn tweede reis werd hij een celebrity, een man met wie een ieder van allure gaarne dineerde en naar wiens lezingen graag werd geluisterd. Hij werd dus zowel een sociale held, op handen gedragen door zijn bemanning, als een society-held, al duurde dat maar kort. Op zijn derde reis werd hij op 14 februari 1779 op het strand van Kealakekuabaai op beestachtige wijze afgemaakt. Zo werd hij ook nog een tragische held.

James Cook is de hoofdpersoon van twee recente journalistieke boeken van twee Amerikanen. Martin Dugard heeft daarbij het minste te bieden. Hij belooft op weg te gaan om de sporen van Cook na te reizen. Maar hij meldt in dit hagiografische verslag niets nieuws. Hij vertelt het leven na, zoals dat in zoveel biografieën te vinden is, hamert op Cooks eenvoudige afkomst en geeft af op de natuuronderzoekers, die bij Cook aan boord waren. Het boek bevat geen literatuurlijst en het is zwak vertaald. Dan is De ongetemde wereld van Tony Horwitz veel beter. Horwitz werkte voor The Wall Street Journal en The New Yorker en dat is te merken. Hij schrijft goed en geestig en heeft zich uitstekend gedocumenteerd. Ook hij reist Cook na, of liever gezegd hij bezoekt plekken waar Cook is geweest en begint met een staaltje participating journalism door mee te zeilen op de nagebouwde Endeavour, het schip waarop Cook zijn eerste wereldreis maakte.

Horwitz maakt duidelijk welke ontberingen je zelf op een veilig schip als deze replica moet doorstaan. Al snel houdt hij het voor gezien, waarna hij besluit om met een oude makker, een Engelsman uit dezelfde streek in Yorkshire als waar James Cook vandaan kwam, per zeilboot en vliegtuig Cooks sporen na te gaan. Deze Roger, is een boomlange levensgenieter, hevig geïnteresseerd in zeilen, bier en vrouwen en ook hier zien we de spiegelbeeldige compagnons: de zorgeloze zeebonk en de intellectueel. Horwitz wil niet alleen daar zijn waar Cook gelopen heeft, hij wil ook weten wat de bewoners van die plekken nu nog van de man weten. Hij ontmoet een bonte stoet van Cook-fanaten, in armzalige oudheidkamertjes, in musea en archieven, hij bezoekt Cook-festivals en staat stil bij Cook-monumenten waar ook ter wereld en spoort nog een pijlpunt op die van een van Cooks botten zou zijn gemaakt. Cook mag in de blanke wereld, in Engeland, in Australië en Nieuw Zeeland een held zijn, maar op Tahiti of Hawaii is hij in het beste geval een schertsfiguur die met optochten en veel bier herdacht wordt, en in andere gevallen wordt gezien als een syfilitische imperialist die de Polynesische cultuur om zeep heeft gebracht.

Aan Horwitz' boek kleeft, net als bij dat van Dugard, het bezwaar dat het avontuur de overhand neemt en het zicht op andere aspecten, de imperialistische en de wetenschappelijke achtergronden verloren dreigt te gaan. Cooks eerste reis was opgezet door de Royal Navy en hoewel dat helemaal niet de bedoeling was, drong zich een nieuwsgierige passagier op: Joseph Banks, een 23-jarige steenrijke landeigenaar, en een enthousiast botanicus. Maar anders dan de bedeesde master/botanicus uit de film, was dit een man van de wereld, een bonvivant die zich voor deze reis inkocht voor 10.000 pond en daarbij bedong dat hij twee tekenaars, vier bedienden, twee botanici en twee honden mocht meenemen. Cook bereikte Tahiti op tijd voor de beoogde astronomische observaties en Banks stortte zich op de flora en de inheemse vrouwen.

Joseph Banks was in de ogen van Horwitz en Dugard een verwaande fat. De twee natuuronderzoekers die Cook begeleidden op zijn tweede reis, vader en zoon Forster, zien zij als zure Pruisen. De Engelse wetenschapshistorica Patricia Fara laat daarentegen in een klein boekje Sex Botany & Empire mooi zien in welk wetenschappelijk klimaat deze onderzoekers opereerden en hoe in deze decennia natuurhistorisch onderzoek en imperialisme waren verweven. Op een knappe, beknopte wijze beschrijft ze de wereld van mensen als Banks en Linnaeus en van de Royal Society, de Engelse academie van wetenschappen. Fara beschrijft geen avonturen, reisde Cook niet achterna, maar laat fijntjes en ietwat pinnig zien hoe zelfingenomen en op commercie ingesteld mensen als Linnaeus en Banks waren. Niet dat het geen geleerde en bezeten botanici waren, maar er zat veel meer achter. Hun obsessies zijn volgens Fara samen te vatten in de drie woorden Sex, Science en State. Linnaeus wordt terecht bewonderd om zijn classificatiesysteem en zijn nomenclatuur die universeel ingang hebben gevonden. Maar daarachter stak een benepen lutheraan, die allerlei plannen verzon om rijst, koffie en thee aan te planten in het hoge noorden. Al die projecten mislukten.

Behalve op de commerciële en de imperialistische motieven achter wetenschappelijke reizen, legt Fara de nadruk op de obsessie van de onderzoekers met seks. Van de opvarenden van de schepen is dat bekend en van Joseph Banks zijn vele avonturen vermaard geworden. Toen hij een keer met twee Tahitiaanse vrouwen in een kano aan het vozen was, werden zijn kleren gestolen. Hij moest gehuld in een inheemse mantel terugkeren naar zijn schip. Voor het Engelse publiek werd dit later een hilarisch evenement en op talrijke spotprenten zien we Banks in een vernederende pose. Maar het kon hem zelf weinig schelen; hij maakte van de nood een deugd en liet zich schilderen in exotische kledij. Banks werd een van de machtigste mannen in Engeland, 42 jaar voorzitter van de Royal Society en daarmee de koning van het natuurhistorisch onderzoek in Engeland.

De ervaringen van Cook en zijn mannen bereikten een groot Europees publiek. Vele opvarenden publiceerden over hun lotgevallen, afbeeldingen van land, natuur maar vooral van mensen werden verspreid, etnografica werden gretig verzameld en mensen uit Tahiti en Nieuw Zeeland traden op als levende curiositeiten. Dat prikkelde het denken over de mens, over beschaving en uiteindelijk over godsdienst en moraal. De edele wilde was waargenomen, zo was het idee, hij leefde gelukkig en ongeremd in ongerepte staat. Goed, er was ook kannibalisme en er werden vreemde goden aanbeden, maar de fascinatie voor het exotische was gewekt bij een groot Europees publiek. Historisch antropologen hebben al langer geprobeerd uit al die achttiende-eeuwse rapporten, in combinatie met onderzoek op de Zuidzee-eilanden mythe en werkelijkheid te ontrafelen. Ze probeerden door te dringen in de gecompliceerde wereld van goden, geesten en rituelen en greep te krijgen op de opvattingen over priester- en koningschap, eigendom en eergevoel. Daar steekt een wereld achter die Cook en zijn mannen onmogelijk hebben kunnen begrijpen, laat staan het publiek in het verre Europa.

De antropologische onderzoeken bereikten de vakgenoten, maar minder het brede publiek. Het is dan ook opvallend dat tegelijkertijd twee antropologen allebei een boek over het leven van Cook hebben geschreven. Nicolas Thomas is hoogleraar aan de University of Londen, Anne Salmond aan de universiteit van Auckland. Beiden beschrijven Cooks hele leven, beiden hebben oog voor de wetenschappelijke kanten van de reizen, voor de waarde van de observaties van Joseph Banks, van de Forsters en van de andere onderzoekers en tekenaars, en beiden hebben zich uitstekend gedocumenteerd. Hun boeken zijn gewoon goede historische chronologische beschrijvingen van Cooks leven en reizen waar de antropologische reflecties losjes doorheen zijn gevlochten. Thomas legt bijvoorbeeld sterk de nadruk op de massa's rode veren die de Resolution, het schip van Cooks twee laatste reizen, uit de Tonga-eilanden had meegenomen en die in de ogen van de Hawaïanen magische kracht bezaten. Ze deden werkelijk alles om die te bemachtigen. Hierin lag ook de verklaring van het verschijnsel dat de vrouwen zich en masse aanboden. De vrouwen op Tahiti waren helemaal niet zo vrijgevig met hun lichaam. Zij boden zich wel aan, maar lang niet allen deden dat en zeker niet getrouwde vrouwen. En als het gebeurde dan was dat niet uit een ongeremde lust, maar om iets te verkrijgen, namelijk macht die de westerlingen zouden bezitten. Die veren symboliseerden die macht.

Thomas en Salmond zijn zich bewust van de extremen in de beeldvorming: de westerse modelheld James Cook en de `syphilitic racist' zoals antiwesterse Maori, Tahitianen, Hawaïanen het zien. Hun boeken ontlopen elkaar niet veel, maar dat van Salmond is iets beeldender geschreven. Zij lijkt mij ook beter ingevoerd in de lokale tradities op Hawaii, Tahiti en de Tonga-eilanden en verklaart beter de ingewikkelde hiërarchische structuren, waar macht, status, afkomst, goddelijkheid niet alleen op zo'n groot deel van de aarde uiteenliep, maar ook nog eens ter plekke niet statisch was, maar volgens bepaalde regels kon veranderen. Bovendien stelt zij zich meer dan Thomas boven de partijen op. Ze probeert het handelen van de mensen in de Pacific en hun reacties op de Europeanen te verklaren, maar ze beschouwt ook Cook en zijn mannen als antropologische objecten van studie. De titel van haar boek wijst daar op. Die slaat op een zeemansritueel dat zich tijdens Cooks eerste reis afspeelde voor de kust van Nieuw Zeeland. De bemanning had een wilde hond van de (kannibalistische) inwoners aan boord genomen. Maar het dier beet ieder die hem nabij kwam. De bemanning sleepte hem daarom voor hun krijgsraad. Het dier werd ter dood veroordeeld, geëxecuteerd, gevild, gekookt en opgegeten.

Er is vaak op gewezen dat tijdens de derde en laatste reis in de koele Cook iets veranderd moet zijn. Hij lijkt roekelozer te zijn geworden, misschien overspannen, misschien aan de drank. Hij treedt veel wreder op tegen zijn eigen mannen en tegen inlanders die gestolen hebben. In deze recente boeken worden ook Cooks eigen twijfels benadrukt. Hij zag in dat de motieven van de volkeren waarmee hij in contact kwam veel ingewikkelder waren dan hij kon vermoeden, ze waren helemaal niet zo edel en nobel; hij zet ook vraagtekens bij de betrouwbaarheid van reisverslagen in het algemeen.

Talloze pennen hebben al Cooks laatste maanden beschreven: ingehaald op Hawaii door een vloot van 1.500 kano's met tienduizenden juichende en feestende mannen en vrouwen, vereerd met varkens, fruit, groenten, vis en bloemenkransen. De vrouwen boden zich aan en Cook werd door het hoogste stamhoofd vereerd. Ze ruilden zelfs hun kleren en hun namen, waardoor Cook niet alleen het aanzien van dat hoofd kreeg, maar ook zijn hele reeks voorouders overnam. Hij heette voortaan Kalani`opu`u, en deze leider kreeg de naam van Kuki.

Diezelfde mensen hebben hem vermoord. Werd Cook inderdaad aangezien voor Lono, de god van vrede en vruchtbaarheid, die ooit voor een bepaalde periode zou terugkeren, en wel op het moment en op de plaats waar de Resolution de kust bereikte? Dit is betwist, het werd gezien als een onderschatting van de Hawaiianen. Die zouden veel rationeler hebben gehandeld en Cook en zijn mannen als bondgenoot hebben willen gebruiken in hun conflicten met bewoners van andere eilanden. Thomas en Salmond komen tot de conclusie dat de Lono-identiteit van Cook wel degelijk een rol speelde, maar dat het oneindig subtieler lag. Ze zijn het er onderling bijvoorbeeld niet over eens of die Lono nu een goddelijke status bezat of niet. Salmond benadrukt daarbij dat de Lono-identificatie alleen maar opging voor een deel van de bevolking en dat anderen daar juist niet in geloofden.

En dan zijn dood. Waarom werd de zo vereerde Cook afgemaakt? Beide auteurs komen tot de conclusie dat dit een onafwendbaar drama was, een `clash of cultures' in het kwadraat. Cook had afscheid genomen en was weggezeild, maar in een storm was de fokkemast gebroken en hij keerde terug. Dat was vreemd. De goddelijke Lono hoorde helemaal niet terug te keren, dat zou weer in een volgend seizoen hebben kunnen gebeuren. Sommigen Hawaïanen begonnen daarom te twijfelen aan zijn bovenmenselijke status. Ziekte en een aardbeving wezen ook al op de aanwezigheid van een kwaad. Er ontstond irritatie over die Europeanen die al te lang waren gebleven en te veel voedsel en vrouwen vroegen en er geslachtsziekten voor terugbrachten.

De spanningen namen bovendien toe omdat de voortdurende diefstal door de Hawaïanen op bevel van Cook steeds strenger werd bestraft, sommige daders werden zelfs neergeschoten. Een actie van Cook op het strand om een dief te pakken te krijgen liep uit de hand en hij werd door een overmacht gestoken, gestenigd en verdronken. Salmond voegt daar nog een andere verklaring aan toe. Ook de Europeanen waren in grote verwarring. Cooks positie aan boord was veranderd. Niet al zijn mannen zagen hem nog als de standvastige commandant. Hij werd gehaat omdat hij steeds strengere straffen uitdeelde en de omgang met vrouwen verbood. Hij werd door de mariniers die hem op zijn laatste tocht aan wal begeleidden niet goed beschermd en dat zou volgens Salmond niet zijn gebeurd als zij nog aan hem gehecht waren zoals voorheen.

Dat was het eind van de man die als niemand tevoren zoveel van de wereld in kaart had gebracht. Hij was heel ver gekomen, `not only farther than any man has been before me,' zoals hij in 1774 had geschreven, `but as far as I think it possible for man to go'. De Hawaïanen sneden Cooks lichaam in stukken, delen werden gekookt, zijn botten – belangrijke relikwieën van een godheid – werden verspreid bewaard. Pas dagen na de moord brachten berouwvolle eilandbewoners enkele delen van zijn lichaam naar de Resolution. Dankzij een litteken op zijn linkerhand konden de Engelsen die indentificeren. Later kregen ze nog een stuk van zijn hoed.

Martin Dugard: De grootste ontdekkingsreiziger aller tijden. Triomf en tragedie van Captain James Cook. BZTôHH, 304 blz. euro 12,50

Tony Horwitz: De ongetemde wereld. Op reis met kapitein Cook. De Bezige Bij, 470 blz. euro 29,90

Patricia Fara: Sex, Botany and Empire. The story of Carl Linnaeus and Joseph Banks. Icon Books, 168 blz. euro 19,60

Nicolas Thomas: Discoveries. The Voyages of Captain Cook. Penguin, 468 blz. euro 42,60

Anne Salmond: The Trial of the cannibal Dog. Captain Cook in the South Seas. Penguin, 506 blz. euro 46,35