Boete wethouder na `lekken' naam

Het gerechtshof in Arnhem heeft woensdag de Wageningse oud-wethouder J. Bogers een boete opgelegd van 500 euro wegens schending van het ambtsgeheim. Door toedoen van Bogers lekte op de dag van de moord op Pim Fortuyn de achternaam van de aangehouden verdachte uit.

De straf komt overeen met de eis van de advocaat-generaal A. Schut. Volgens het gerechtshof heeft Bogers op de avond van 6 mei 2002 de identiteit van de inmiddels veroordeelde moordenaar, Volkert van der G. bekendgemaakt terwijl hij wist dat hij deze geheim had moeten houden. Doordat de naam in een vroeg stadium bekend werd, zou het mogelijk zijn geweest voor eventuele betrokkenen om sporen uit te wissen.

Bogers ontving op de dag van de moord vorig jaar twee telefoontjes van toenmalig burgemeester Sala van Wageningen. Sala vroeg Bogers om informatie over Van der G.

Bogers belde daarop de voorzitter van de Wageningse Vereniging Milieu Offensief (VMO), S. van der Wouw. Van der Wouw was toendertijd de directe collega en een persoonlijke vriend van de verdachte. Hij belde een aantal mensen waardoor de naam in steeds grotere kring bekend raakte. Een van de mensen die hij belde, was de echtgenote van Volkert van der G.

Volgens burgemeester Sala heeft hij Bogers tijdens de telefoongesprekken tweemaal verzocht om vertrouwelijkheid. Bogers ontkent dit. Het hof oordeelt nu dat Bogers vanuit zijn functie had moeten weten dat informatie van deze aard, op dit tijdstip verstrekt, vertrouwelijk was.

In mei werd Bogers al door de politierechter in Arnhem veroordeeld tot een geldboete van 500 euro. Hij ging tegen dat vonnis in beroep. Volkert van der G. werd op 18 juli van dit jaar in hoger beroep veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor de moord op Pim Fortuyn, bedreiging van diens chauffeur en twee gevallen van verboden wapenbezit. Tijdens de behandeling van de rechtszaak is van mededaders niet gebleken. Van der G. heeft zelf altijd verklaard dat hij alleen handelde.