Alsmaar balanceren op het koord van de rede

Ze was de geliefdste schrijfster van de DDR. Ze hóórde bij de DDR en toen de Muur viel, viel haar productie stil. Nu is er dan toch weer iets van Christa Wolf verschenen. Geen roman helaas maar wel een heel dik boek. Ein Jahr im Tag omvat meer dan zeshonderd bladzijden en precies veertig levensjaren.

Het begint in 1960, als de Moskouse krant Isvestija de `auteurs van de wereld' oproept de 27ste september zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. En het eindigt in het jaar 2000. Al die jaren zet Wolf zich op 27 september trouw achter haar typemachine. Ook alledaagse dingen probeert ze aan de vergetelheid te ontrukken. Boterhammen smeren en boodschappen doen, koken en kinderen naar bed brengen, tukjes doen en televisie kijken: het hoort er allemaal bij. Sterker nog: het moet verdedigd worden.

Tegen de boze buitenwereld. Tegen de openbaarheid. Tegen een staat die haar opeist. Aan zijn ijzeren greep tracht Wolf zich te onttrekken. De zachte greep van haar gezin is haar liever en Ein Tag im Jahr is in de eerste plaats een kennismaking met de familie Wolf. Met echtgenoot Gerd, ook een schrijver en even kritisch als steunend. En met hun bijdehante dochters Annette en Tinka. Ze vormen een hecht gezin en leiden een geregeld leven. Maar de burgerlijke stabiliteit wordt voortdurend bedreigd.

Door Wolfs innerlijke onrust, haar gespletenheid. Enerzijds wil zij dolgraag bij de communistische functionarissen in de smaak vallen. Al sinds haar kinderjaren in het Derde Rijk is ze op gehoorzaamheid getraind. Hoe dat in z'n werk ging, lees je in haar magistrale roman Kindheidsmuster (1976). Uit dat autobiografisch getinte boek komt een beeld naar voren van een streberig meisje, hunkerend naar een complimentje van haar leraressen die allemaal nazi's zijn. En in haar nieuwe kroniek zet het oude patroon zich voort. Een autoriteitsgevoelige vrouw probeert krampachtig te voldoen aan de eisen: `Ik lijd kennelijk aan een afhankelijkheid van het welwillen en van de sympathie van anderen', schrijft ze ergens onzeker.

Ze beseft dat ze zich anders moet voordoen dan is, dat ze in het openbaar een rol moet spelen die geweld doet aan haar ware aard. Dat is het anderzijds en ook dát is al een patroon sinds Kindheitsmuster, ja, zelfs al sinds het zeven jaar oudere boek Nachdenken über Christa T.: steeds betaalt de heldin haar aanpassingsdrang met een pijnlijk rollenspel, dat vroeg of laat niet meer vol te houden is en omslaat in wanhoop en ziekte. De heldin van Ein Tag im Jahr heeft last van slapeloosheid en hoofdpijn, van hart- en maagklachten. Want ze wil niet alleen braaf zijn maar ook dapper.

Misstanden in haar land, vindt Christa Wolf, moet ze melden, en dat er dingen niet kloppen heeft ze al vroeg in de gaten. De luchtvervuiling en de bedrukte sfeer op straat, de censuur en de leugens in de kranten, de botte bureaucratie en de brutale uitsluiting van andersdenkenden: Wolf lijdt er al begin jaren zestig aan en meer dan eens vraagt ze zich af of ze wel in de DDR moet blijven. Maar het Westen is voor haar geen alternatief: `Je weet welk vuil spel daar gespeeld wordt en dat je daar niet thuishoort.' Het Westen associeert ze met grote kilheid, de DDR ondanks alles met warmte, met een Heimat-gevoel dat haar bindt.

Door haar neiging om de zwaktes van het systeem te analyseren en tegelijk een hand over het hart te strijken raakt ze vaak tussen de fronten. In 1965, als de Partij een extreem repressieve koers tegen de kunstenaars vaart, durft Wolf er tijdens een vergadering iets van te zeggen, zonder succes. Haar slingerende conclusie: ze zal het land niet verlaten, `hoewel de muren steeds meer op ons afkomen, maar in de diepte zit nog veel ruimte'. Dus blijft ze lid van de Partij die haar zoveel migraine geeft. En juist die migraine houdt haar aan het werk. Ze hoopt er hen die eveneens lijden mee te kunnen helpen. Haar twijfels aan die missie en eigenlijk aan alles klinken eerlijk. Ze doen je haast vergeten dat de schrijfster in haar protocollen een heleboel verzwijgt.

Dat ze van 1959 tot en met 1962 een spionne van de Stasi was bijvoorbeeld. Of dat ze geen moment protesteerde tegen de bouw van de Muur. Wolf schrikt ervoor terug om al te concreet te worden, maar als het haar siert, zoals haar protest tegen de uitzetting van Wolf Biermann, dan noemt ze ineens wel naam en toenaam.

Hier werkt iemand aan haar zelfrechtvaardiging door zich selectief bloot te geven. Waarbij het echte bloot, dat van het lijf, zorgvuldig buiten beeld blijft. Ouderwetse schaamte weerhoudt Christa Wolf ervan om voor onze ogen uit de kleren te gaan. Al het alledaagse houdt ze vast, behalve erotiek en seks. Het is haar goed recht om haar intieme leven tegen de blikken van voyeurs te beschermen, maar haar kuisheid maakt haar wel een beetje saai. Heeft ze dan nooit eens een ondeugende droom? Fantaseert ze dan nooit eens over dingen die haar in het huwelijk niet zijn toegestaan?

De dagboekschrijver Thomas Mann ging door waar het fatsoen ophield. In plaats van vulgair werd hij er kwetsbaar door en groots in zijn onvolmaaktheid. Niets vereist meer moed dan het openbaren van onbewuste verlangens: lelijke verlangens vaak, onpassend en verstorend. Wolf brengt die moed niet op. IJverig bestudeert ze de vakliteratuur over driften en de locatie daarvan in onze hersenen, maar een plek in haar eigen leven vindt ze er niet voor. Ze wordt ook nooit eens kwaad omdat een dwingend stemmetje haar zegt dat agressie niet mag. En zo legt zij zichzelf nog meer censuur op dan de staat al doet. Het is de alledaagse censuur van degenen die goed willen zijn. Gehoorzaam en tegelijk kritisch. Teruggetrokken en tegelijk geëngageerd. Aangepast en tegelijk in de oppositie.

Gematigdheid, en dat is het spannende van deze lectuur, is niet zo'n gemakkelijke toestand. Hij kost een hoop vitaliteit en wat er overblijft is een evenwichtsoefening op het vervaarlijk strak gespannen koord van de rede.

Christa Wolf: Ein Tag im Jahr. Luchterhand, 655 blz. euro 25,–