Z-Amerika ziet kansen dankzij BSE

Nu de Amerikaanse exportmarkten hun deuren dichtgooien voor vlees uit de VS lonken er nieuwe kansen voor veeboeren in Zuid-Amerika.

Een kerstcadeau voor de Zuid-Amerikaanse veeboeren. De uitbraak van de gekkekoeienziekte (BSE) in de Verenigde Staten wordt in Latijns Amerika dankbaar en op de voet gevolgd. Heel erg wat de Noord-Amerikaanse collega's overkomt, is de reactie. Maar toch vooral ook: hier valt geld te verdienen.

De berichten in de Braziliaanse en Argentijnse kranten zijn nog steeds redelijk ingetogen. Alleen tussen de regels door is in Zuid-Amerika enig triomfalisme te bespeuren over de tegenslag van de exporteurs van koeienvlees in de Verenigde Staten.

Weer drie landen sluiten de grenzen voor rundvlees uit de Verenigde Staten, meldde het Argentijnse dagblad La Nacíon op de voorpagina afgelopen maandag. Het echte nieuws is: weer drie mogelijke nieuwe klanten voor Argentijnse exporteurs.

De landen van het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur, Brazilië (de derde rundvleesexporteur ter wereld na Australië en de VS), Argentinië (achtste), Uruguay (negende) en Paraguay, exporteren jaarlijks gezamenlijk zo'n twee miljoen ton rundvlees. En de landen zijn zeer wel in staat dit getal flink te verhogen.

Het grote voordeel van koeienvlees uit Zuid-Amerika, zo is hier de opvatting, is namelijk niet alleen dat het in het algemeen malser is. Het is ook `schoon' vlees. In Latijns Amerika eten runderen voornamelijk sappig groen gras. Een uitbraak van BSE als gevolg van het gebruik van dierlijk veevoeder is in Zuid-Amerika nog nooit geconstateerd.

De Argentijnse minister van Landbouw, Miguel Campos, heeft in een eerste voorlopige reactie gezegd rekening te houden met extra inkomsten van tussen de vijfhonderd miljoen en twee miljard dollar. De eerste effecten van de Amerikaanse vleescrisis zijn al merkbaar. De prijs van soja, dat gebruikt wordt voor veevoeder, is al omhooggegaan. Brazilië en Argentinië zijn samen verreweg de belangrijkste producent en exporteur van soja.

Ingetogen is de blijdschap ook omdat in Zuid-Amerika enige angst bestaat voor het psychologische effect dat de gekkekoeienziekte kan hebben op het consumentengedrag. Het is zeer wel mogelijk dat de geconstateerde ziekte in de Verenigde Staten als gevolg heeft een in het algemeen dalend vertrouwen in het eten van vlees in de hele wereld.

En er mogen dan weliswaar geen gekke koeien rondlopen in Zuid-Amerika, ook hier komen ziektes voor die de export belemmeren. In het noorden van Argentinië, bij de grens met Paraguay, is deze winter opnieuw mond- en klauwzeer geconstateerd. Vlees uit dit gebied mag niet worden uitgevoerd.

Een opsteker voor veeboeren kwam in Argentinië deze week ook nog uit eigen land. Voor het eerst in jaren is de vleesconsumptie weer gestegen. De 36 miljoen inwoners van Argentinië eten jaarlijks gemiddeld ruim zestig kilo rundvlees. In de jaren negentig is die hoeveelheid nog wel eens hoger geweest, maar toch zijn de consumptiecijfers voldoende om zich naar eigen zeggen wereldkampioen in het eten van rundvlees te mogen noemen.

De hoeveelheid is extra indrukwekkend als in ogenschouw wordt genomen dat meer dan de helft van de Argentijnen onder de armoedegrens leeft.

    • Marcel Haenen