Record komt niet uit de lucht vallen

Voor de Rotterdamse haven is 2003 een belangrijk jaar geweest. Er komt een tweede Maasvlakte, het havenbedrijf wordt verzelfstandigd en de overslag ging naar een record.

Rotterdam begint volgende week aan lastige onderhandelingen over de financiële afwikkeling van de aanleg van een tweede Maasvlakte. De gemeente wil van het rijk een bijdrage van 600 miljoen euro, ongeveer een kwart van de totale kosten, voor ondermeer de aanleg van een zeedijk. In de haast die de stad met de uitbreiding van zijn haven heeft, is Rotterdam zelfs bereid dat bedrag wel even voor te schieten.

Belangrijker voor Rotterdam is echter dat minster Peijs (Verkeer) zich veel minder dan één van haar voorgangsters – Netelenbos, met in haar kielzog minister Zalm – de vraag stelt: `wat stop je er in en wat levert het op?'

,,Heel veel'', benadrukt havendirecteur van Rotterdam Willem Scholten. Hij becijfert dat de directe werkgelegenheid in de Rotterdamse haven al zeven, acht jaar rond de 60.000 schommelt. Een knappe prestatie in een tijd dat afslanking van bedrijven in de mode is en ondernemingen alleen maar geïnteresseerd zijn waar zij het goedkoopst, het snelst en het meest efficiënt kunnen opereren.

Tegen die achtergrond doet Rotterdam er alles aan het beste jongetje van de klas te zijn. De overslagcijfers zijn gestegen naar een nieuw record, er wordt met een nieuwe Maasvlakte ruimte gecreëerd voor de containersector en bedrijven in de petrochemie, die mega-investeerders zijn in het havengebied. En of dat nog niet genoeg is, wordt morgen ook nog eens het havenbedrijf verzelfstandigd. De aandelen van het bedrijf blijven weliswaar in handen van de overheid en ook de komende jaren zullen er jaarlijks tientallen miljoenen euro's van de haven naar de Rotterdamse gemeentekas blijven stromen. Maar Rotterdam heeft ingezien dat een verzelfstandigd bedrijf voor een goede commerciële exploitatie van de haven een betere oplossing is dan een gemeentelijke dienst. Hoe goed ook bedoeld, de commissieleden in de raad hebben geen kijk meer op wat er in de directiekamers in Hongkong, Singapore of Houston gebeurt. En daar wordt toch in hoge mate de toekomst van de Rotterdamse haven bepaald.

Het best wordt dat geïllustreerd door de stormachtige ontwikkelingen in de containervaart. Vandaag werd bekend dat het Hongkongse conglomeraat Hutchison Whampoa zijn belang in het containeroverslagbedrijf ECT uit Rotterdam verder heeft vergroot. Voor 10,4 miljoen euro neemt Hutchison 19 procent van de aandelen van de participatiemaatschappij RCPM over. Daarmee krijgt het concern uit Azië 98 procent van de aandelen van ECT in handen. Hutchison neemt ook leningen ter waarde van 567 miljoen euro over. De resterende aandelen van ECT zijn eigendom van de werknemers van het overslagbedrijf. Het is geen toeval dat Rotterdam uitgerekend in de containeroverslag met de komst en expertise van Hutchison Whampoa in de Maasstad een inhaalslag heeft gemaakt. Hoewel havens als Hamburg, Bremen en Antwerpen het relatief beter doen dan Rotterdam is de Chinese inbreng evident. Met PSA (Singapore), P&O Ports en het Deense MaerskSealand vecht Hutchison een mondiale strijd uit waar Rotterdam sterk van profiteert.

Want wat voor prachtig diepzeewater Rotterdam ook heeft en welke schitterende achterlandverbindingen er ook liggen, records in de overslag komen niet zomaar tot stand. Zij zijn het gevolg van marktontwikkelingen. Een goed voorbeeld is ruwe olie, waar Rotterdam 100 miljoen ton op jaarbasis van overslaat. Die olie is slechts voor 23 procent afkomstig uit het Midden-Oosten en voor 60 procent uit Europa (Noordzee). Uit Rusland gaat via Primorsk en de Baltische staten 20 miljoen ton naar Rotterdam. Dat wordt 60 miljoen. Ook dat zijn leuke cijfers voor minister Peijs.

    • Marc Serné