`Op weg naar het echte werk'

Charlotte Margiono zingt vanaf 1 mei 2004 bij de Nederlandse Opera de rol van Sieglinde in Wagners Die Walküre, het begin van een reprise van de complete cyclus Der Ring des Nibelungen in 2006.

,,Voor mij is het de eerste keer dat ik Sieglinde zing, ik heb op het theaterpodium zelfs nog nooit in Der Ring des Nibelungen gezongen. En deze produktie van regisseur Pierre Audi en dirigent Hartmut Haenchen heb ik de vorige keer in het Amsterdamse Muziektheater ook niet gezien.

In Amsterdam heb ik al wel Eva gezongen in Die Meistersinger von Nürnberg, en Elsa in Lohengrin. Dat is een geweldige partij, toen ben ik in extase geraakt van Wagner. En ik ga hier nog Elisabeth zingen in Tannhäuser. Sieglinde spreekt mij het meest aan. Ze is een echte vrouw. Eva is een meisje, Elsa is niet in orde en Elisabeth is een schaap. Maar Sieglinde! Ze heeft een opgedrongen huwelijk met Hunding en dan komt er een kerel, haar tweelingbroer Siegmund die ze voor het eerst ziet. Ze bedrijven de liefde met elkaar en daaruit wordt Siegfried geboren, de grote held van Der Ring des Nibelungen.

Die eerste acte van Die Walküre, die eindigt met het liefdesduet Du bist der Lenz is een spannende mini-opera. Sieglinde is zó verbonden met het noodlot. Die partij is warm en vol en met veel laagte, het drijft me in een andere richting. Ik heb een heel vol leven. Ik ben niet totaal gedreven met mijn vak bezig, ik heb een gezond huwelijk, een heerlijk huis, ik speel altviool en maak met vrienden kamermuziek, dat kost tijd. Ik verdiep me wel in rollen, maar ga ook vaak op mijn intuïtie af.

Hoe ouder je wordt in dit vak, hoe meer je je realiseert dat bij opera ontzettend veel compromissen moet sluiten, vooral met regisseurs maar ook soms met dirigenten. De allergie die mij een tijd lang de naam van onbetrouwbaarheid heeft bezorgd, is nu overwonnen. En ik wil voortaan in de opera minder Mozart zingen. Dat is passé, mijn stem is enorm gegroeid, dat verleden wil ik afschudden.

Mijn toekomst is: minder opera, meer les geven aan jonge collega's, meer kamermuziek, meer liederen en concerten. Ik heb een geweldige pianist, mijn coach Peter Nilsson, met wie ik in de Kleine Zaal van het Concertgebouw ga optreden. Voor het eerst ga ik dan solo liederen zingen, niet geflankeerd door mijn kwintet. Ik durfde dat nooit, die `naaktheid' van het in je eentje zingen bij de vleugel. En dan zing ik gewoon Haydn, Schubert, Strauss en Mahler. Of misschien Wagner, de Wesendonck-Lieder. Ik wil niet vluchten in Spaanse liederen of onbekend repertoire, ik wil het èchte werk.''

    • Kasper Jansen