Onderzoek FBI zonder Ashcroft

De Amerikaanse minister van Justitie John Ashcroft, heeft zich gisteren teruggetrokken uit het onderzoek naar de betrokkenheid van het Witte Huis bij het bekend maken van de naam van een geheim agent van de inlichtingendienst CIA. Democraten hebben al maanden aangedrongen op verwijdering van Ashcroft om een objectief onderzoek te garanderen en belangenverstrengeling te voorkomen.

Het ministerie van Justitie heeft inmiddels een onafhankelijke aanklager naar voren geschoven die de leiding krijgt over de kwestie.

De Amerikaanse federale recherche onderzoekt of Witte Huis-functionarissen of andere ambtenaren de identiteit van de CIA-agent, Valerie Palme, opzettelijk hebben doorgespeeld aan journalist Robert Novak. Het Witte Huis ontkent betrokkenheid. Aanklager James Comey, die de taken van Ashcroft heeft overgenomen heeft dan ook gezegd dat Ashcroft zich niet heeft teruggetrokken uit vrees voor belangenverstrengeling.

Verschillende Democraten zien de plotselinge stap van Ashcroft echter als een bevestiging van hun donkerbruine vermoedens; dat de FBI op bewijzen is gestuit die dichter in de buurt komen van het Witte Huis en de directe omgeving van de minister. Het vrijgeven van de identiteit van CIA-agenten is strafbaar in de VS.

Het onderzoek van het ministerie van Justitie concentreert zich op de beschuldiging dat het Witte Huis de naam van Palme heeft doorgespeeld aan een journalist om de echtgenoot van Palme, voormalig ambassadeur Joseph Wilson, te straffen voor zijn uitgesproken kritiek op het Irak-beleid van president Bush.

De naam van Palme kwam in juli in de openbaarheid, enkele dagen nadat Wilson in een artikel in The New York Times onthulde dat een onderzoeksmissie naar Niger in 2002, waar hij de leiding over had, niet had aangetoond dat Irak had getracht uranium te importeren uit dat land. Bush noemde de uranium-kwestie in zijn State of the Union-toespraak in januari als een van de bewijzen tegen Irak en om een oorlog te rechtvaardigen.