Kogellagers als een eendenfamilie

Tussen 1918 en 1932 verscheen in Amsterdam het vernieuwende tijdschrift voor `bouwen en sieren' Wendingen. Een historische aflevering van het typografisch troetelkind van de excentrieke architect-vormgever H. Th. Wijdeveld was het Schelpennummer. Het verscheen in november 1923 met 46 `gewone' foto's en achttien röntgenopnamen van schelpen uit de verzameling van het Zoölogisch Museum in Amsterdam. De aflevering oogstte internationaal bewondering, zelfs de grote Franse architect Le Corbusier schreef Wijdeveld een dankbriefje voor `un magnifique album de Wendingen consacré aux coquillages'.

De belangrijkste fotograaf van het succesnummer was Bernard F. Eilers (1878-1951). Op de uitgebreide overzichtstentoonstelling die het Gemeentearchief Amsterdam van zijn werk heeft ingericht, is een apart kabinetje aan zijn schelpenfoto's gewijd. Transparante schoepenwaaiers en abstracte vormen die aan elegante bouwwerken doen denken, zoals de bergkristallen die Eilers fotografeerde voor een later nummer van Wendingen, gewijd aan `wondervormen uit de natuur'.

Bernard Eilers was een fotograferende duizendpoot. Zijn spectrum van onderwerpen was vrijwel onbeperkt, van mistige stadsgezichten tot industriereportages, haarscherpe reclamefoto's en eerlijke, ongepolijste portretten van anonieme buurtbewoners en bekende Amsterdamse kunstenaars en architecten.

Zijn visie op de stad was romantisch, nog getekend door de negentiende eeuw. Hij bewonderde de schilders George Breitner en Willem Witsen en zoals deze twee fotograferende kunstenaars waren, zo was Eilers als vakfotograaf een kunstenaar. Met Breitner en Witsen had hij ook een intense passie voor Amsterdam gemeen. Hij beschouwde zijn geboortestad als `de spiegel van zijn ziel' en maakte honderden stemmingsbeelden van de historische grachten en het drukke handelscentrum rond Dam en Damrak.

Zoals bouwputten voor Breitner toonbeelden waren van het `moderne epos van de stad', richtte Eilers in de eerste decennia van de twintigste eeuw zijn camera op de stadsuitbreidingen, vooral in Amsterdam-Zuid. Zo werd hij de ongeëvenaarde fotografische vertolker van de zwierige baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School. Omdat dit ook de favoriete school van Wijdeveld was, kreeg Eilers in Wendingen alle ruimte voor zijn meesterlijke architectuurfoto's van onder andere het Scheepvaarthuis en de Spaarndammerbuurt.

Het is toepasselijk dat de eerste grote Eilers-tentoonstelling wordt gehouden in het monumentale Asschergebouw, een voormalige diamantslijperij, rond 1906 gebouwd met veel geelrode baksteen. De vader van Bernard Eilers was diamantbewerker en stierf toen Bernard vijf jaar oud was, zijn vrouw met vier kinderen in behoeftige omstandigheden achterlatend. Bernard werd schildersleerling en volgde vanaf 1890 de avondcursus van de Teekenschool voor Kunstambachten die hem bracht tot leerling-lithograaf. In 1907 richtte hij zijn eigen Fotochemiegrafische Inrichting Eilers & Wolf op. Omdat hij voor een groeiend aantal opdrachtgevers niet alleen de clichés maakte, maar steeds meer ook de fotografische opnamen, ontwikkelde hij zich tot een van de eerste professionele beoefenaren van de fotografie als modern métier.

Progressieve afkomst, opvoeding, leerschool en veelzijdige beroepspraktijk vormden hem ook tot een idealistisch voorstander van het samengaan van kunst en industrie. Zelfs in de reclamefotografie hield Eilers vast aan de overtuiging dat schoonheid de mens kan `verheffen'. Hij fotografeerde campagnes voor Philips met gloeilampen als edele bergkristallen. Een stilleven met steeds kleiner wordende kogellagers wist hij de aandoenlijkheid te geven van een overstekende eendenfamilie. En de Gemeentelijke elektriciteitscentrale in Nijmegen is op een foto uit 1916 nauwelijks van een hemelse kathedraal te onderscheiden.

De tentoonstelling laat niet alleen alle fotografische gedaanten van Eilers zien. Ook zijn ontwikkeling als kleurengoochelaar wordt getoond. Kleur brengen in de fotografie, noemde hij `mijn oude liefde die mij nooit met rust laat'. Het was ook een liefde die hem, vooral te zien aan de stijve, heel teer gekleurde stillevens, veel geploeter moet hebben gekost.

De Eilers-expositie doet volkomen recht aan het veelzijdige talent van de kunstzinnige vakfotograaf. Een kleine kanttekening bij de inrichting: die is hier en daar te overvloedig waardoor de rust wordt verjaagd. Door originele foto's te hangen op een achtergrond van enorme uitvergrotingen ontstaat een beeld dat niet uitnodigt tot geconcentreerd kijken. Ach, het is niet meer dan detailkritiek.

Tentoonstelling:'Bernard Eilers, kunstvakfotograaf te Amsterdam (1878-1951)', tot en met 29 februari 2004 in het Gemeentearchief Amsterdam. Open: ma t/m zo 11.00-17.00 uur.

`Bernard F. Eilers (1878-1951)'. Tekst Anneke van Veen. Uitgeverij Focusmedia. Prijs 55 euro.

`Eilers, fotograaf van Amsterdam; twee wandelingen en een fietstocht door de stad, 1896-1936'. Tekst Betsy Dokter en Mariëlle Hageman. Uitgeverij Toth. Prijs: 8,90 euro.

    • Max van Rooy