Kneuzen zijn de koersknallers van de beurs

Alle factoren die de beurs van Amsterdam in het verleden lieten uitblinken, zorgen er nu voor dat zij achterblijft. Wat resteert is een flinterdun jaarrendement.

Van de beurzen die er in de wereld toe doen is de Amsterdamse beurs dit jaar de slechtst presterende. En toch zullen de beleggers die schande snel vergeten.

Voor het Damrak is 2003 het jaar van de tegenstellingen. Om te beginnen het rendement zelf. Quitte draaien is een verademing voor de belegger die de AEX-index in 2000 met 5 procent zag dalen, in 2001 met 20 procent en vorig jaar met 36 procent. Even zag het er dit jaar naar uit dat de misère nog groter zou worden. In maart zakte de index alweer eenderde onder het nieuwjaarsniveau, mede door verkoopdwang onder verzekeraars en pensioenfondsen die hun solvabiliteit in gevaar zagen komen. Die neerwaartse spiraal werd in maart, anderhalve week vóór de aanval op Irak, gestuit op een indexniveau van 218 punten. Het wereldwijde herstel op de financiële markten boog de scherpe waardedaling van de AEX om in een jaarrendement van ruim 4 procent. Eigenlijk werd die al op de eerste handelsdag van 2003 gerealiseerd. Toen steeg de belangrijkste index van Amsterdam van 322 naar 337 punten, een winst van 4,5 procent. Als de transactiekosten worden meegerekend staat iedere doorsnee Nederlandse aandelenportefeuille dit jaar op verlies.

Alle rugwind die het Damrak eind jaren negentig genoot, is nu tegenwind geworden. Toen excelleerde de Amsterdamse beurs door een stijgende dollar en een bovengemiddelde toestroom van particuliere beleggers. Nu doet de overgevoeligheid voor de Amerikaanse dollar en de wijdverspreide afwezigheid van teleurgestelde kleine beleggers in Amsterdam extra pijn.

Uit statistieken blijkt weliswaar dat de particulier langzaamaan terugkeert, maar hij moet van heel ver komen. Toen World Online in maart 2000 naar de beurs ging telde het Amsterdamse onderzoeksbureau CMA 1,9 miljoen beleggende huishoudens. In mei van dit jaar waren dat er 1,37 miljoen: net zoveel als in 1998. De marktplaats heeft ruwweg een half miljoen bezoekers verloren.

Onder de afwezigen zit een grote groep die wellicht helemaal nooit meer terugkeert. Want op de Amsterdamse beurs zat achteraf gezien extra veel lucht. De ingrediënten: royale fiscale aftrekbaarheid van consumptief en hypothecair krediet en een leger assertieve financiële adviseurs. Honderdduizenden beleggers kochten in de vette jaren aandelen met geleend geld, in veel gevallen zonder goed geïnformeerd te zijn.

De kopers stapten in de Rente Remmer, Sneeuwbal Effect, Koers Klimmer of het Altijd Doen Plan. Nu zijn zij verenigd in stichtingen als Leaseverlies, Eegalease, Juniorlease, Leaseleed of Pay Back en eisen zij hun geld terug. Achter de miljarden euro's restschuld schuilen tienduizenden familiedrama's. Of het nu hun eigen schuld is of niet, het financiële schandaal rond leaseverkopers als Dexia, Aegon of Spaarselect wordt waarschijnlijk in veel meer huiskamers gevoeld dan de boekhoudfraude bij Ahold, dat andere schandaal van 2003.

Het supermarktconcern uit Zaandam was een van de probleemgevallen die de Nederlandse beurs naar beneden drukte. In het buitenland wordt van de Dutch Discount gerept na de snel elkaar opvolgende debacles van Baan, World Online en nu Ahold. Zijn Nederlandse koopmannen nog wel te vertrouwen? De Autoriteit Financiële Markten maakt zich zorgen en popelt om het toezicht op financiële verslaglegging van bedrijven uit te gaan oefenen. Tot op de dag van vandaag is er in Nederland geen actief onafhankelijk toezicht op financiële rapportage en eist de belegger korting op de aandelen van Nederlandse bedrijven. De eerste vingeroefeningen van de toezichthouder lijken dat gemis te onderstrepen. Bestuurder Paul Koster van de AFM zei eerder deze maand in Het Financieele Dagblad `geschrokken' te zijn van de vijftig willekeurige jaarverslagen die de toezichthouder onderzocht. Bij maar liefst 46 hiervan plaatste hij `serieuze vragen', onder meer bij de `rare' uiteenlopende winstbegrippen die bedrijven gebruikten.

De aandelenkoers van Ahold daalde dit jaar hard nadat het boekhoudschandaal bij Amerikaanse en Europese dochters bekend werd. Met een verlies van 42 procent is het een van de grootste dalers van de AEX-index met de 25 grootste beursfondsen. Er zijn twee bedrijven in de graadmeter die nog harder onderuitgingen (zie tabel). Beursbedrijf Van der Moolen is onderwerp van onderzoek op de New York Stock Exchange. De beursmakelaar wordt verdacht van benadeling van beleggers bij de uitvoering van effectentransacties. Boetes, rechtszaken en terugvorderingen dreigen. En handelshuis Hagemeyer was de grootste daler van dit jaar. Het bedrijf balanceerde op de rand van de afgrond, maar lijkt nu gered door een aangekondigde kapitaalinjectie en een noodkrediet van de banken.

Waren de winnaars van dit jaar dan die veilige relatief goed draaiende multinationals als Heineken, Unilever of Shell? Integendeel. Zulke defensieve beleggingen zijn na de probleembedrijven de sterkste dalers op de beurs. Sterker, de koersknallers van 2003 zijn voor een belangrijk deel óók zwakke broeders. Binnen de AEX-index boekte Getronics het grootste succes met een koersexplosie van 143 procent. Het automatiseringsbedrijf wankelde aan de rand van de afgrond, maar overleefde. Hetzelfde gold voor telecombedrijf Versatel. Dit lokale beursfonds ging na een doorstart van 29 eurocent naar 1,60 euro, een winst van 452 procent. Stork (lokale markt), Numico, Buhrmann – allemaal bedrijven middenin een financiële en strategische herstructurering – kregen dit jaar eveneens het voordeel van de twijfel van beleggers en schitterden.

Voor het eerst sinds het leeglopen van de internetluchtbel presteerden technologiebedrijven bovengemiddeld op de beurs. De eerste tekenen van macroeconomisch herstel waren direct terug te zien in de koersen van uitzendbedrijven, in zekere zin de windvanen van de economische verwachtingen. Randstad, Vedior en United Services Group zijn allemaal in de top-tien stijgers terug te vinden.

In zo'n klimaat houdt de manager zich stil op het fusie- en overnamefront. Geen duizelingwekkende acquisities dit jaar en dus ook geen overnamepremies en daar bijbehorende koersoplevingen. Enige uitzondering is KLM dat door Air France zal worden overgenomen. De koers van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij ging ruim 40 procent omhoog, een waardegroei die het bedrijf in jaren niet heeft gezien.

KLM was niet het enige `kleine' bedrijf dat het goed deed. Voor het eerst sinds jaren kreeg het small cap-effect een geheel andere betekenis. De aandelenkoersen van kleine ondernemingen bleven jarenlang achter bij die van grote doordat professionele beleggers internationaliseerden en steeds vaker de grootste bedrijven selecteerden omdat die alleen in de internationale indices zitten waartegen de prestaties van de fondsbeheerders worden afgezet.

De inhaalslag kwam dit jaar, al was het maar door de dalende dollar. Kleine ondernemingen hebben minder activiteiten in de VS. De waardedaling van de dollar raakt de grote concerns daardoor harder. Onder de tien grootste dalers bevindt zich slechts een bedrijf uit de Midkap-index van 25 middelgrote bedrijven. De rest komt uit de AEX-index.

    • Jeroen Wester
    • Heleen de Graaf