`Je moet klaarstaan en gaan'

Astrid van Genderen Stort (36), woordvoerster VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Haar overplaatsing van West-Afrika naar Irak ging niet door toen het VN-hoofdkwartier in Bagdad werd getroffen door een aanslag.

,,Ik zat in de auto op weg naar een vluchtelingenkamp in Liberia toen ik via de radio het nieuws van de aanslag op het hoofdkwartier in Irak hoorde. Er zaten daar veel mensen die ik ken en kende. Het was ook de eerste grote aanslag op de VN. Wij waren een doelwit geworden, dat was een enorme klap. Grote kans dat ik bij die persconferentie was geweest [in het gebouw waar de VN-gezant voor Irak, Sergio Vieira de Mello en zeker twintig anderen op 19 augustus om het leven kwamen].

Een maand daarvoor had ik te horen gekregen dat ik de baan als pervoorlichter in Irak had gekregen. Of ik `gisteren' wilde komen. Ik was blij en tegelijk bezorgd, want ik wilde mijn werk in Liberia en Ivoorkust afmaken. Het was toen nog volop crisis en we zaten midden in een campagne om het negatieve imago van de Liberiaanse vluchtelingen in Ivoorkust te verbeteren. Op stel en sprong vertrekken vond ik onverantwoord. Daarom vroeg ik om uitstel. Men was er niet echt blij mee in Genève, maar ik kreeg wel toestemming. Ik zou midden september zijn begonnen.

Feitelijk moet je klaarstaan en gaan. Ik heb sinds 1999 als veldwerker in crisisgebieden gewerkt, eerst in Kosovo toen in Zuid-Servië, Macedonië, Sierra Leone, Ivoorkust en Liberia. Ik wilde zelf naar Irak, hoewel ik af en toe ook verlangde naar een rustiger plek waar je een privéleven kunt hebben. Maar in mijn vak zijn crisisgebieden nu eenmaal fascinerend. Het heeft ook met idealisme te maken. Je kunt bijvoorbeeld in een kleine Servische enclave zoals Orahovac/Rahovec in Kosovo met minimale middelen veel doen. Bovendien vind ik het ook geweldig om in die landen te zitten, de cultuur te leren kennen en met de mensen daar samen te werken.

Uiteindelijk is na de aanslag in Bagdad niemand meer naar Irak gegaan. Onze mensen zijn zelfs teruggehaald. Sindsdien verkeren we in onzekerheid. Mijn baan in Irak bestaat nog op papier en ik wacht af tot de UNHCR het werk in Irak weer kan oppakken. De tussenliggende tijd heb ik wel zinvol besteed: ik ben twee en een halve maand in Liberia gebleven.

Hoe het verder moet met Irak weet niemand. Het is er nu te gevaarlijk. Je kunt je leven wel in dienst stellen van humanitair werk, maar als het ten koste gaat van je eigen leven heeft het geen zin.''

    • Floris-Jan van Luyn