`In de bush jaag je op vlees, niet op botten'

Hij was een van de eersten in zijn land die traditionele lokale muziek als basis ging gebruiken voor moderne pop. En dankzij hem hoef je je niet meer te schamen voor je lolo's. Tweede aflevering in een serie over lokale muzikale helden.

De damesborsten die afgedrukt staan op de toegangskaartjes laten er geen twijfel over bestaan. Als Meiway over grote boezems zingt, bedoelt hij grote boezems. Borsten zo fors als ballonnen of, zo je wilt, rijpe papayas. Borsten die op en neer schudden alsof ze willen dansen. `Lolo's' heten ze in de taal van de straat. Meiway vindt ze prachtig. Magere meiden interesseren hem niet. De eerste regels van `Miss Lolo', zijn laatste hit, luiden dan ook: ,,Je gaat de bush niet in om op botten te jagen, je gaat de bush in om op vlees te jagen.'' De zwoele meezinger is een doorslaand succes. Bijna iedereen is het met Meiway eens. Mannen, maar ook vrouwen. En vrouwen met grote borsten helemaal. Dankzij Meiway hoeven zij zich niet langer voor hun lolo's te schamen.

Het is zaterdagavond en het is feest in Abidjan. Straks treedt Meiway op, een van de grootste sterren van Ivoorkust, een altijd strak geklede zanger die het hart heeft gestolen van duizenden vrouwen en die even zovele mannen heeft geïnspireerd tot het schrijven van hun eigen muziek.

,,Als je wilt weten waarom Meiway populair is, moet je eerst een concert meemaken'', zegt de voorzitter van de fanclub, een jongen die zich Morrisson noemt. ,,Meiway is een podiumdier en een perfectionist. Hij laat nooit een steek vallen.'' De show heeft plaats in het Paleis der Cultuur, op het openluchtpodium van een door Chinezen ontworpen schouwburg. In de lucht tekent zich onweer af. Op straat proberen gendarmes het verkeer te regelen dat zich klem rijdt tussen de straatverkopers. Voor het hek stijgt een wolk van parfum op, rond de meisjes die speciaal voor deze avond naar de schoonheidsspecialiste zijn gegaan.

Meiway, in 1962 geboren als Fréderic-Désiré Ehui, is niet de beroemdste artiest van Ivoorkust, en ook niet de rijkste. Bovenaan de hiërarchie staat Alpha Blondy, een wereldwijd bekende reggaezanger die nog wel een gigantische woning in Abidjan heeft staan, maar die het nationale circuit allang ontstegen is. Toch beschouwen de meeste Ivorianen reggae niet als Afrikaanse muziek. Meiway wordt gekoesterd omdat hij een van de eerste artiesten was die traditionele lokale muziek als basis ging gebruiken voor moderne pop. Dat was veertien jaar geleden. De Ivoriaanse muziekindustrie stond in de kinderschoenen. De meeste artiesten werden nog sterk beïnvloed door muziek uit Nigeria en Senegal. Meiway was een pionier. Hij maakte pop van eigen bodem door inspiratie te putten uit de ritmes van zijn stam, de Apollo. Die stijl – Zoblazo – maakte onmiddellijk school en stimuleerde de ontwikkeling van de muziekindustrie. Na acht albums heeft Zoblazo wel wat aan originaliteit ingeboet, maar Meiway is inmiddels boven alle kritiek verheven.

Als Meiway na een korte opwarming door aspirant-sterren het podium bestijgt, klinkt gegil uit duizend meisjeskelen. De mannen houden zich rustig tot vier danseressen in geruite minirokjes komen aanhuppelen. Vanaf dat moment is de toon gezet. Er mag niet gerookt worden, de dansruimte is krap, gewapende gendarmes schermen het podium af en drinken kan alleen als je de aandacht weet te trekken van de weinige verkopers die met een koelbox rondsjouwen. Maar van dat soort ongemakken trekt het publiek zich niets aan. Als je acht euro voor een kaartje hebt betaald, ga je je avond niet laten bederven. Meiway is een knappe man met een androgyne stem die het best omschreven kan worden als een West-Afrikaanse crooner. Soms zoet en sensueel, dan weer opzwepend, maar steeds een beheerst en professioneel entertainer.

In Ivoorkust hoort muziek bij het leven van alledag, het bindt mensen en stammen en biedt een welkome afleiding van de politiek. Veel artiesten zingen in meer dan één lokale taal. Meestal maken ze er een mengelmoes van. Meiway zingt in Apollo, Dioula, Bété, Frans, Engels en Beninees. Maar het publiek kent alle refreinen van de grote hits, ook die waarin hij de lof zingt van zijn eigen stam.

Meiway is een trotse pleitbezorger van de Apollo, die hij aanprijst als de mooiste jongens van het land, een bewering die hij kracht bijzet door ostentatief met de heupen te schokken. Dat veroorzaakt een uitzinnig gefladder met witte zakdoekjes die de fans voor een habbekrats bij de ingang konden kopen. De witte zakdoek hoort bij een concert van Meiway, omdat die volgens hem vreugde en zuiverheid symboliseert.

Natuurlijk doelt hij daarmee op zuiverheid in spirituele zin. Met opvattingen over kuisheid hoeft een beetje Afrikaanse zanger niet aan te komen. Het wordt dan ook als vanzelfsprekend beschouwd dat een van de concertsponsors een condoomfabrikant is. Want Meiway's zwoele Zoblazo is niet alleen een feest voor Ivorianen onder elkaar, het is vooral een eerbetoon aan de vrouw. In al haar verschijningsvormen. Aan het slot komen zes rondborstige dames onder luid gejuich het podium op. Eerst geeft Miss Lolo, de vrouw die op de toegangskaartjes staat vereeuwigd, een demonstratie `dansende borsten'. Daarna mag het publiek zijn eigen Miss Lolo van de avond kiezen. Vijf jonge, nerveuze vrouwen schudden met hun uitpuilende decolletés. Het stevigste meisje wint.

Platvloers? Welnee. ,,Meiway houdt van vrouwen. Hij laat ze tot hun recht komen'', roept Sylvie, een meisje dat onophoudelijk met haar zakdoek heeft staan zwaaien. ,,Ja'', knikt haar vriend. ,,En wij mannen herkennen onszelf daarin.''

Het eerste deel verscheen op 20 december.

    • Pauline Bax