`Het lijkt hier nu wel oorlogstijd'

Vanavond geen oudejaarsvuur voor de bewoners van Floradorp in Amsterdam-Noord. De gemeente heeft het verboden, en nu wordt er al sinds zaterdag gevochten. ,,Ik wil later ook bij de ME. Lekker rossen.''

Maarten Sommels (29) trekt het snoer van de stofzuiger door het wc-raampje en doet de stekker in het stopcontact. Hij heeft zijn auto net gewassen, nu moet de bekleding van de stoelen nog schoon. Sandra Hulscher (37), zijn vriendin, zit binnen op de bank naar een tekenfilm te kijken. De honden liggen in hun mand, de baby (Melissa van 3 maanden) slaapt. Het is dinsdagochtend half twaalf, de dag voor oud en nieuw. Op straat is het stil – geen politie te zien, en al helemaal geen ME. Alleen de vuurwerkresten en de kruitdamp doen nog denken aan de gevechten van de avond ervoor, en de twee avonden dáárvoor. Bewoners van Floradorp die stenen en eieren naar de politie gooien en overal brandjes stichten. De politie die samen met de ME charges uitvoert. En dat omdat de gemeente het grote vuur op oudejaarsavond verboden heeft. Vorig jaar hadden de bewoners een brandstapel van veertig bij veertig meter gemaakt. Toen de vlammen hoog oplaaiden, reden ze er twee gestolen auto's in. Die ontploften.

,,Het is gewoon provoceren'', zegt Sandra Hulscher. ,,Mijn oudste zoon loopt gistermiddag met zijn vriend op straat, niks aan de hand, roept de smeris: waar lullen jullie over? Mijn zoon zegt: waar bemoei jij je eigen mee? Was het meteen: hup, moven, doorlopen. Hij moest godverdomme andere schoenen komen aantrekken omdat hij niet hard genoeg kon rennen.'' Haar oudste zoon is 21. 's Nachts werd Sandra Hulscher nog bozer. Om kwart voor één riep de politie door een megafoon dat iedereen naar binnen moest, wie buiten bleef werd verwijderd. ,,Je zal godverdomme net je hond aan het uitlaten zijn.'' En ze was een paar uur daarvoor al met de kinderwagen van de stoep afgereden door een motoragent. ,,Ik kom gewoon bij mijn schoonouders vandaan. Zit ik opeens middenin een slagveld. Dat is toch niet normaal meer.''

Een teringbuurt is het, zegt ze. Maar dat vindt ze al sinds ze er is komen wonen, vijf jaar geleden, in de Dotterbloemstraat. De buren links hebben nog nooit wat tegen haar gezegd, de buren rechts proberen al die tijd al haar katten te vergiftigen. En haar tweede zoon, van 16, is hier helemaal de verkeerde kant uit gegaan. ,,Het begon met eieren gooien naar bussen, daarna werd het brommers stelen.'' Hij zit nu voor een jaar in Den Engh, een justitiële jeugdinrichting. ,,Daar sta ik helemaal achter. Hij was 57 keer met de politie in aanraking geweest.'' Maar het komt door de buurt dat hij zo geworden is, zegt ze. Hij kreeg altijd overal de schuld van, omdat hij uit Blauwe Zand kwam, aan de andere kant van het kanaal. ,,Je moet hier geboren zijn. Anders sarren ze je net zo lang tot je weer weggaat.'' In Floradorp wonen geen Marokkanen en Turken.

Sandra Hulscher gaat verhuizen, ze zit te wachten op de sleutel van het huis dat haar vriend heeft gekocht in Purmerend. Hij is schilder, hij kon het betalen. Zij werkt in de Thuiszorg, maar ze zit al twee jaar in de ziektewet wegens een ingegroeide voetwrat. En ze durft niet naar het ziekenhuis. De verhuizing is noodgewongen, zegt ze. Eigenlijk zou haar vriend daar alleen gaan wonen, want samen ging het niet meer. Maar toen kwam de baby, en nu zijn er de rellen om het grote vuur. ,,Ik wil niet in een dorp wonen dat 's nachts wordt afgezet door de ME.''

Om de hoek, in de Korenbloemstraat, komen net Wil (62) en Cor (68) Heyblom op hun brommers aanrijden. Ze hebben boodschappen gedaan op het Mosveld. Hun dochter Carla (37) staat snel op van de bank in de voorkamer en rolt haar slaapzak op. De honden worden naar hun mand gejaagd. Ze logeert bij haar ouders voor oud en nieuw, en voor de verjaardag van haar vader, op 1 januari. In het gangetje bij de voordeur staan twee grote zakken met aardappelen. Haar moeder gaat een konijn braden. En oliebollen bakken, de hele familie komt. ,,Gezellig'', zegt ze.

Wil en Cor Heyblom zijn allebei als baby in Floradorp komen wonen, hun ouders kwamen uit de krotten van de Amsterdamse binnenstad. Voor hen was Floradorp gebouwd: lage huizen met puntdaken, en tuintjes voor en achter. ,,Ideaal'', zegt Cor Heyblom. ,,Je hebt hier je vrijheid, je hebt hier je blijheid, je hebt hier je frisse lucht.'' Zijn kinderen – Carla heeft ook nog een broer – hebben altijd zwaar astma gehad, en zelf is hij er ook niet vrij van. Hij is zijn leven lang kraandrijver bij de vuilverbranding geweest.

Het zijn de ME'ers, zeggen Wil en Cor Heyblom. Die lopen de hele dag in ,,een dreighouding'' door Floradorp, en daarom zijn de bewoners boos. ,,Het lijkt godverdomme wel oorlogstijd'', zegt Cor Heyblom. ,,Zíj zijn begonnen, en dan moeten wij zeker binnenblijven?'' Maar was de ruzie met de gemeente niet begonnen omdat het vuur vorig jaar wel erg groot was geworden? ,,Onzin'', zegt Cor Heyblom. ,,Dat is onze traditie. Ze moeten ons onze gang laten gaan en zich er niet mee bemoeien.'' Wil Heyblom: ,,Het is het schorem uit de Banne dat hier de boel komt verstieren.'' Cor Heyblom: ,,Ho, hou je mond.'' Wil Heyblom: ,,Maar zo is het wel. Dat schorem komt hierheen...'' Cor Heyblom: ,,Hou je mond, we hebben zo een steen door de ramen.'' Wil Heyblom: ,,Maar ik zeg, laat de ME naar de Banne gaan en daar de boel afzetten.''

Verderop, in de Campanulastraat, staan Patrick en Amanda Groen (allebei 15) te praten met hun vriendjes Willem en Aron en Stefan, een paar jaar jonger dan zij. Ze vertellen over de brandstapel van vorig jaar, die hoger was dan het hoogste huis in het dorp. En ze vertellen dat ze nu iedere avond uit het raam hangen om te kijken wat er op straat gebeurt. ,,Hartstikke spannend.'' Maar met oud en nieuw wordt het pas echt spannend, denken ze. Ze hopen dat hun ouders naar buiten gaan, dan kunnen zij ook naar buiten. ,,Ik wil later bij de politie'', zegt Amanda. ,,Kan ik boetes geven, leuk.'' Haar broer Patrick zegt: ,,Jij gaat in de babyverzorging.'' Amanda: ,,Als ik de politie niet kan halen wel, ja.'' Patrick: ,,Ik ga later bij de ME. Lekker rossen.''

    • Jannetje Koelewijn