Een rondje aardbevingsdiplomatie Iran-VS

Er zit een beetje schot in de verstandhouding tussen de Verenigde Staten en Iran, respectievelijk Grote Satan en lid van de As van het Kwaad. Maar voor een èchte doorbraak is het misschien nog te vroeg.

Amerikaanse legervliegtuigen vliegen dezer dagen af en aan om Amerikaanse hulp aan te voeren voor de aardbevingsslachtoffers in Iran. Tientallen Amerikaanse artsen en andere hulpwerkers zijn in het rampgebied aan de slag gegaan. Het is tijd voor een rondje aardbevingsdiplomatie.

Op zich is hulp van de Grote Satan aan dit lid van president Bush' As van het Kwaad niet nieuw. De Amerikaanse regering stuurde vorig jaar óók hulp na een aardbeving (met enkele honderden doden) in Iran. ,,Menselijk lijden kent geen politieke grenzen'', zei president Bush toen, ,,wij staan klaar om het volk van Iran zoals nodig en zoals gewenst te helpen.''

Verder leverde deze episode niets op. Integendeel, de onderlinge woordenoorlog liep eerder dit jaar zo hoog op dat de directe contacten tussen beide landen die in Genève aan de gang waren werden afgebroken en wel gespeculeerd werd over een gewapende Amerikaanse interventie à la Bagdad.

Maar de nieuwe, veel zwaardere aardbeving volgt op een serie verzoenende gebaren van de Iraanse regering in de afgelopen maanden en versnelt nu een heel voorzichtig proces van toenadering. Iran stemde (onder zware westerse druk) in oktober in met extra inspectie van zijn nucleaire installaties en zette zijn uraniumverrijkingsprogramma in de ijskast, het maakte avances naar Amerika's vriend Egypte en het werkte van het begin af aan nauw samen met de Iraakse regeringsraad die uiteindelijk een Amerikaans creatuur is. Ja, Iran was het eerste land dat die regeringsraad erkende en leden daarvan zijn herhaaldelijk te gast in Teheran.

Gisteren liet de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in een vraaggesprek met de Washington Post weten dat Amerika ,,openstaat'' voor een dialoog met Iran ,,op een geschikt moment in de toekomst''. Hij wees daarbij op bovenstaande ,,bemoedigende'' activiteit van Teheran. Later op de dag bleek dat dit niet alleen een idee is dat op het State Department leeft, dat zich doorgaans verzoenender opstelt jegens Iran dan het Witte Huis en met name het Pentagon. Een hoge Amerikaanse regeringsfunctionaris verklaarde dat president Bush inderdaad overweegt een dialoog met Teheran te openen. Hij voegde er wél aan toe dat Washington van de Iraanse regering eerst nog een reeks gebaren verwacht. ,,Iran is aan zet.''

Hij gaf geen bijzonderheden daarover, maar de Amerikaanse wensen zijn overbekend: onder andere uitwijzing van Al-Qaeda-terroristen in Iraanse handen en intrekking van steun aan moslimextremistische organisaties als Hezbollah en Hamas die de VS als terroristische- maar Iran als verzetsgroepen beschouwt. De functionaris zei dat een discussie die al binnen de regering over de politiek jegens Iran aan de gang was door de aardbeving ,,een soort impuls heeft gekregen''.

En nu is het afwachten of dit proces doorzet. De Iraanse president Khatami, leider van de pragmatische vleugel in Iran, toonde zich gisteren niet erg onder de indruk. ,,Ik denk niet dat dit incident de betrekkingen met de Verenigde Staten zal wijzigen'', zei hij, tenzij er ,,een diepgaande verandering'' in de Amerikaanse opstelling zou plaatshebben.

Het idee van een normalisering met Amerika is in Iran allang niet meer uit den boze; integendeel, van tijd tot tijd wordt daarover publiekelijk fel gediscussieerd. Maar zonder duidelijk quid pro quo is het voor de machtige conservatieve factie nog steeds een stok om haar hervormingsgezinde tegenstanders mee te slaan (in Washington zitten er trouwens ook machtige groepen die pas willen praten als er een nieuw regime in Teheran zit). Over twee maanden worden in Iran weer parlementsverkiezingen gehouden, en daardoor is dit op de keper beschouwd geen erg geschikte periode voor een toenadering. Relaties met Amerika als leus in de verkiezingscampagne – dat is nog een dikke stap te ver.

    • Carolien Roelants