Bewoners van Bam wachten nog altijd op hun tenten

De laatste dodelijke slachtoffers van de aardbeving in Bam zijn begraven. Nu groeit de onvrede over de hulpverlening.

Op de begraafplaats van het Iraanse woestijnstadje Bam tuurt een groep mensen door de achterruiten van een stationcar. In de auto staan twee laptops die foto's van slachtoffers van de aardbevingsramp tonen. Voor de meeste geïnteresseerden is het de eerste keer dat ze een laptop van dichtbij zien. Het is ook de eerste keer dat ze zoveel foto's van lijken zien. Bij de doden op de foto's staan nummers, om ze eventueel later te kunnen identificeren.

Op de achtergrond zijn graafmachines bezig met het aanleggen van nieuwe massagraven, al komen er op dit moment bijna geen doden meer binnen. Geestelijken met een tulband om en een mondkapje voor leiden gedisciplineerd het gebed als er weer een lijk klaar is om de grond in te gaan.

De Iraanse overheid gaat nu al uit van 50.000 doden in Bam, maar er is niemand die dat kan verifiëren. Bam is volledig vergruisd, hele families hebben de dood gevonden en er is dus niemand die hen mist. Meer dan 1.400 buitenlandse hulpverleners hebben hun kampementen opgeslagen in de stad, maar ze hebben sinds hun aankomst slechts één persoon levend uit de puinhopen weten te halen. Veel reddingsteams zijn maar naar huis gegaan: er viel niets meer te redden.

De bewoners van Bam hebben geen huis meer. Nu, zes dagen na de grote schok, proberen sommigen hun huisraad te vinden in de mengeling van verkruimeld leem, stenen, balken en cement. Vrouw en kinderen van Mohammad Rezapour beklimmen steeds opnieuw de puinhoop die ooit hun huis was, op zoek naar spulletjes. De familie Rezapour heeft al heel wat gevonden: vader houdt trots een paar groene rolschaatsen omhoog en moeder heeft net de televisie aangetroffen. Het beeldscherm is heel, maar de achterkant is kapot. Veel schoenen hebben ze ook teruggevonden. Dat kwam doordat die allemaal voor de voordeur stonden toen de aardbeving toesloeg. Iedereen sliep toen de grond op vrijdagochtend begon te schudden.

,,Ik wil graag de hele wereld bedanken'', zegt vader Rezapour. Hij heeft de teams met buitenlandse hulpverleners gezien en is ontroerd. Een van zijn kinderen loopt rond in een dun truitje en met een grote snottebel aan haar neus. ,,Alle mensen ter wereld zijn goed, het zijn de overheden die problemen maken'', zegt Rezapour. Zijn familie knikt instemmend.

De buren van de Rezapours zijn het volmondig met hen eens, al is het voornamelijk de Iraanse overheid die problemen veroorzaakt, zo menen de twee broers die nu in de koude wind op hun steenhoop zitten. Ze wijzen naar het onderkomen dat ze hebben gefabriceerd; een paar stokken met wat lappen erover. ,,Waar zijn onze tenten'', vraagt de een zich af. ,,Waarom zitten we nog in de kou'', wil de ander weten. En in koor: ,,Waar is al dat geld dat vanuit het buitenland naar Bam wordt gestuurd?''

Volgens de broers krijgen ze meer hulp van het Iraanse volk dat vanuit alle windstreken toesnelt, dan van de overheid. ,,Gisteren moest ik achter een bus aanrennen van waaruit soldaten conservenblikken gooiden. Als een bedelaar. Pas na een kilometer gaven ze me wat. Ze spelen gewoon met ons!'', vindt de oudste. Zijn snor is wit van het stof. ,,Ik heb gisteren een andere broer en zijn kinderen uit het puin getrokken. We hebben geen water, dus heb ik me nog niet kunnen douchen'', zegt hij verontschuldigend. [Vervolg IRAN: pagina 5]

IRAN

'Hier in Bam leeft niemand meer'

[Vervolg van pagina 1] Verderop in de stad houdt het Zuid-Afrikaanse reddingsteam dapper vol. Ze worden rondgereden door leden van een speciale politiedienst , die vandaag bepakt met machinegeweren en sigaretjes de stad beveiligen. De Zuid-Afrikaanse reddingshond Falcon, een onrein dier volgens de islam, wordt geknuffeld door leden van de Iraanse Rode Halve Maan, de islamitische versie van het Rode Kruis.

De politieagenten weten nog iemand die levend onder het puin ligt. ,,Zal wel weer niks zijn'', zegt teamleider Hugh Price-Hughes. Zijn mannen hebben geholpen bij de aardbevingen in Turkije en Algerije. ,,Maar we hebben nog nooit zoveel verwoesting gezien als hier.'' Met hoge snelheid rijden ze naar een hoop stenen waar bovenop twee groene Iraanse politiepetten liggen. ,,Hier ligt agent Abbas Beghname. Hij leeft nog, denk ik'', zegt de buurman. De Zuid-Afrikanen laten Falcon rondsnuffelen en de hond lokaliseert uiteindelijk de plek waaronder iemand ligt. ,,Zeg maar dat ze een bulldozer moeten halen; wie hieronder ligt is zeker dood'', zegt Price-Hughes tegen een tolk.

Als ze van de puinhopen omlaagklimmen staat er een verwarde man die smeekt of de hond ook bij hem komt zoeken. Maar Falcon wil alleen nog maar in de auto en naar huis. ,,De hond is moe. We komen morgen wel terug'', belooft een van de Zuid-Afrikanen. De man kijkt alsof zijn wereld instort. ,,Het is vreselijk om soms `nee' te moeten zeggen, snelheid betekent alles na aardbevingen'', zegt Price-Hughes. ,,Maar hier in Bam leeft niemand meer.''

    • Thomas Erdbrink