Waakzaam Canada nu slachtoffer eigen succes

De ontdekking in de VS van een uit Canada afkomstige, met BSE besmette koe is een nieuwe tegenslag voor de Canadese vleessector. `We waren hard op weg om terug te komen op de wereldmarkt.'

John Copithorne, een veehouder in de West-Canadese provincie Alberta, laat zich niet makkelijk van zijn stuk brengen. Voor de tweede keer dit jaar worden zijn sector en zijn regio internationaal in een kwaad daglicht gesteld in verband met gekkekoeienziekte (BSE). Maar de 43-jarige Capithorne, die een bedrijf runt van ongeveer driehonderd koeien ten westen van Calgary, op de weidse Canadese prairies met uitzicht op de Rocky Mountains, gaat elke morgen met goede moed aan het werk.

,,Het is beslist een nieuwe tegenslag,'' zegt Capithorne telefonisch vanuit Alberta in reactie op het nieuws dat een koe in de Amerikaanse staat Washington waarbij vorige week BSE werd vastgesteld naar alle waarschijnlijkheid afkomstig was uit Alberta. ,,Maar we komen er wel doorheen.'' Hij wijst erop dat de Canadese vleesindustrie een fors herstelvermogen aan de dag legde na te zijn opgeschrikt door een geval van BSE in mei van dit jaar. In reactie daarop staakten afzetmarkten als de Verenigde Staten, Mexico, Japan en Zuid-Korea hun importen van Canadees vee en vlees, wat de sector tot nog toe 1,9 miljard Canadese dollar (1,2 miljard euro) heeft gekost.

,,We waren hard op weg om terug te komen op de wereldmarkt,'' zegt Capithorne. Hij zal de nieuwe tegenslag direct voelen in zijn portemonnee. Hij had gehoopt om een kudde te verkopen aan Amerikaanse afnemers zodra de grens weer openging voor vleeskoeien. Nu zullen zijn inkomsten dit jaar 25 à 30 procent lager uitvallen, zegt hij. ,,Dit maakt de vooruitgang die we hadden geboekt weer gedeeltelijk ongedaan.''

Hetzelfde geldt voor de hele vee- en vleessector van Canada, in omvang de derde exporteur van rundvlees ter wereld. Canadese producenten van rundvlees exporteerden vóór het geval van BSE in mei zo'n 60 procent van hun productie, ofwel 4 miljard Canadese dollar (2,4 miljard euro) aan vee en vlees. Het grootste deel daarvan, 3,5 miljard dollar, ging naar de VS.

Vorig jaar exporteerde Canada 1,7 miljoen stuks levend vee en 373.000 ton aan rundvleesproducten naar de zuiderbuur. Maar nadat de VS en andere afnemers hun grenzen sloten voor Canadese vleesproducten, daalde de prijs van Canadees rundvlees scherp, van 1,07 dollar naar 30 cent per pond.

Een belangrijke stap op weg naar herstel van de sector was de heropening, in september, van de Amerikaanse markt voor Canadese vleesproducten zonder beenderen, zegt Robert Meijer van Cargill Foods, een van de grootste vleesverwerkers in Canada. Cargill, dat normaal gesproken zo'n 4.000 koeien per dag verwerkt, viel aanvankelijk terug naar 2.000 a 2.200 en moest een vijfde van zijn 2.000 werknemers in de vleesafdeling ontslaan. Inmiddels is de productie hersteld naar ongeveer 80 procent. Dat komt voornamelijk doordat de vraag niet is ingestort als gevolg van de Canadese BSE-crisis. ,,De vraag van consumenten is aan beide kanten van de grens sterk gebleven'', aldus Meijer.

Ben Thorlakson, president van de Canada Beef Export Federation, hoopt dat het consumentenvertrouwen ook nu gehandhaafd blijft, ondanks het feit dat Canada opnieuw wordt afgeschilderd als een bron van BSE. ,,Als het dier inderdaad uit Canada kwam, dan is het betreurenswaardig dat het is geëxporteerd'', zegt Thorlakson, eigenaar van een grote veehouderij van 20.000 koeien buiten Calgary. ,,Het zou beter zijn om de ellende tot een land te beperken.''

Thorlakson bestrijdt echter met klem de indruk dat Canada slordiger zou zijn bij de opsporing en de bestrijding van BSE dan de VS. ,,Dat is onterecht,'' zegt hij stellig. Hij wijst erop dat Canada voldoet aan alle internationale richtlijnen ter voorkoming en bestrijding van BSE, waaronder een verbod op het terugvoeren van veeresten aan koeien, een vermoedelijke oorzaak van de ziekte. Dat verbod is sinds 1997 in heel Canada van kracht. Gisteren werd duidelijk dat het zieke dier in Washington kort daarvoor werd geboren – en dus wellicht nog schadelijk voedsel heeft gegeten.

Als er een verschil zou zijn tussen de twee landen, dan is het eerder zo dat Canada voorop loopt, meent Thorlakson. Nadat in 1992 een gekke koe werd aangetroffen in Canada die was geïmporteerd uit Engeland, volgde Canada een agressieve strategie van slachting van alle dieren die waren ingevoerd vanuit Europa. ,,Door die ervaring zijn we meer op onze hoede'', zegt hij. ,,Binnen zes maanden waren alle dieren uit Europa dood. In de Verenigde Staten werd meer een aanpak gevolgd van observatie dan slachting.''

Ook bij het jongste geval van BSE in elk van de twee landen hoeft Canada zich niet te schamen, meent Copithorne. Zo werd de Canadese koe die in mei BSE bleek te hebben wegens ziekte volledig afgekeurd voor de voedselketen. Vlees van de koe in de staat Washington is juist wel aan verwerkers geleverd, en is in winkels beland in tenminste acht Amerikaanse staten en Guam.

Canada heeft, in tegenstelling tot de VS, een nationaal identificatiesysteem voor vee. Canadese koeien hebben sinds vorig jaar allemaal een oorklip met een barcode, meldt Julie Stitt van het Canadese Agentschap voor de Identificatie van Vee. Over een jaar moeten ze allemaal een button met een radiofrequentie hebben, die kan worden geregistreerd door een lezer waar het dier voorbij loopt. Voor de Amerikanen is tracering van een koe ,,momenteel moeilijker omdat ze geen nationaal systeem hebben'', aldus Stitt.

In zekere zin is Canada wellicht het slachtoffer van zijn eigen succes bij de opsporing van gekke koeien. Hoe agressiever er gezocht wordt, hoe groter de kans dat er een geïnfecteerde koe wordt gevonden. ,,We hebben een detectiesysteem waar mensen in Canada en de rest van de wereld op kunnen vertrouwen'', redeneert Copithorne. Zijn leven zou makkelijker zijn als de besmette koeien nooit aan het licht waren gekomen. ,,Maar de consument kan zich een stuk comfortabeler voelen wanneer hij gaat zitten voor een biefstuk in de wetenschap dat het een zorgvuldig testsysteem heeft doorstaan.''

    • Frank Kuin