Simon Rattle verdrijft het spook Karajan

De Berliner Philharmoniker, een van de beroemdste orkesten ter wereld, komt eindelijk uit onder de zware slagschaduw van Herbert von Karajan, de legendarische en voor het leven benoemde chef-dirigent die het orkest leidde van 1954 tot zijn dood in 1989. Dat zegt Sir Simon Rattle, chef-dirigent sinds september 2002, in een gisteren verschenen interview met de Duitse krant Der Tagesspiegel. De Brit Rattle (48) is de opvolger van de Italiaan Claudio Abbado. Hij dirigeerde de Berliner in het tijdperk tussen Karajan en Rattle, maar Abbado heeft het volgens Rattle niet voor elkaar gekregen om het spook Karajan te verdrijven.

Rattle: ,,Een voorbeeld. Vanaf de eerste repetitie heb ik erop gehamerd dat de laatste noot van een stuk niet noodzakelijkerwijs de luidste hoeft te wezen. Langzamerhand zijn de musici opgehouden te beantwoorden aan die reflex, een erfenis van Karajan.''

Een ander verschijnsel uit het Karajan-tijdperk was volgens Rattle de `pizzicato-fobie'. De Berlijnse strijkers hadden een angst voor deze speelwijze, waarbij de snaren van hun instrumenten niet worden bespeeld met de strijkstok, maar met de vingers worden getokkeld, zoals bij een gitaar. ,,Karajan was zeer bevreesd voor pizzicato en heeft die angst overgedragen op twee generaties van orkestleden. Tegenwoordig maken we ons daar vrolijk over.''

Sir Simon Rattle zegt dat het zijn ideaal is de Berliner Philharmoniker te laten klinken als een groot kamerorkest. Rattle weigert Amerikaanse orkesten te dirigeren. ,,In Europa is de klassieke muziek een integraal onderdeel van de cultuur, in de Verenigde Staten is klassieke muziek een marginaal verschijnsel.''

Simon Rattle werd op 15-jarige leeftijd aangenomen als slagwerker bij het Royal Liverpool Orchestra en verwierf wereldfaam als leider van het Birmingham Orchestra, dat hij van 1980 tot 1998 leidde. Vanaf 1978 stond Rattle als gast-dirigent voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest, vanaf 1980 als vaste gast-dirigent. Ook daarna hield hij goede relaties met het orkest. Bij de Nederlandse Opera dirigeerde hij de Rotterdammers in Debussy's Pelléas et Mélisande (1993) en Wagners Parsifal (1997).