Nostalgie naar Oudhollandse winters

Als het koud is en helder, en de zon schijnt over besneeuwde velden en bevroren vaarten, dan is de winter op zijn mooist. Die sfeer ademen veel van de geschilderde wintergezichten uit de periode 1875-1940 in een expositie in het Stadsmuseum Woerden. Een klein werk van de Leidenaar Floris Verster (1895) bijvoorbeeld toont een prachtig sneeuwlandschap met op de beschaduwde voorgrond een pad en een sloot met schetsmatig aangegeven geknotte wilgen, en in de achtergrond huisjes die opgloeien in het roodachtige licht van de late winterzon. Voor de schilder moet de weergave van zo'n winterlandschap bij uitstek een uitdaging zijn, met alle effecten van licht en kleur, de vele schakeringen van wit en grijs, en een ongewone kijk op het landschap die de tijdelijke bedekking door een pak sneeuw veroorzaakt.

De tentoonstelling brengt, tot in het trappenhuis van het museum, ruim vijftig Nederlandse winterlandschappen bijeen, waarvan een groot gedeelte uit de kunsthandel of particuliere collecties afkomstig is. In stijl zijn het heel uiteenlopende werken, nu eens met trekjes van Romantiek of Haagse School, dan weer geïnspireerd door het impressionisme en in één geval zelf het pointillisme. De enige verbindende factor is de winterse thematiek. Als de keuze representatief is, dan valt het op dat landschapschilders uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw de winter kennelijk grotendeels vereenzelvigden met sneeuw en ijs aan zee of op het platteland. Van de Haagse specialist Louis Apol is er een gedetailleerd geschilderd sneeuwlandschap onder een hoge, rode lucht met ondergaande zon (1879) en van Hendrik Willem Mesdag een strandgezicht met in ijsschotsen gevangen vissersboten (1891). Willem Hendrik van der Nat schilderde in een pasteuze stijl een sterk geabstraheerd gezicht op een besneeuwde hooiberg (1907) en Willem Bastiaan Tholen maakte in 1905 een aantrekkelijke, vlotgeschilderde voorstelling van schaatsers op een bevroren vaart. De recreanten, op de rug gezien, bewegen zich gracieus en op hun gemak voort over het ijs, waarin de schilder met de achterkant van zijn penseel in de nog natte verf heeft gekrast om het effect van schaatsen op het ijs na te bootsen.

Het lijkt wel of het in die tijd elk jaar zo hard sneeuwde en vroor, maar de tentoonstelling benadrukt dat deze werken vaak een ideaalbeeld van de winter zullen hebben gegeven. Uit de meteorologische statistieken blijkt namelijk dat echt strenge winters vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw niet vaker voorkwamen dan tegenwoordig. Een element van nostalgie naar `echte winters' zal dus zeker een rol hebben gespeeld. Maar ze waren er natuurlijk wel, die Oudhollandse koude winters. Dat wordt in de expositie fraai gedocumenteerd door de vertoning van het 13 minuten durende filmpje Holland in ijs dat de filmpionier Willy Mullens in 1917 maakte op verschillende plaatsen in Friesland en in dorpen rond de Zuiderzee. Korte fragmenten tonen opnames van onder meer Hindeloopen waar vrouwen in streekdracht een prikslee in beweging pogen te krijgen, de ijsgang op het strand bij Volendam en de Elfstedentocht van dat jaar. Bij een controlepost zien we de rijders een gebouwtje binnenklunen waar we de stempelaars warm bij de kachel vermoeden.

Het was vermoedelijk in diezelfde winter dat de schilder Jan Mankes het uitzicht in beeld bracht dat hij had vanuit het raam van zijn villa in het Veluwse Eerbeek. Een van de mooiste werken in de tentoonstelling toont in een bijna naieve stijl de witbepoederde akkers rond Mankes' huis, met een eenzame boerderij achter een bladloze boom. Nu eens is het niet de machtige koning Winter die badend in gloeiend zonlicht de hoofdrol speelt. Dit winterlandschap is een ingetogen, melancholische symfonie van wit en grijs.

Tentoonstelling: Echte winters; Nederlandse landschapschilders 1875-1940. Stadsmuseum Woerden (Kerkplein 6), geopend di-zo: 13-17 uur. T/m 7/3. Inl.: 0348-431008 of www.stadsmuseumwoerden.nl