`Malinese vrouwen boycotten mij'

De Malinese zangeres Rokia Traoré mengt op Bowmboï haar woestijnblues met het Kronos Quartet.

Ze werd finaal voor gek verklaard toen ze vijf jaar geleden haar studie sociologie in België opgaf en terugkeerde naar Mali. Maar Rokia Traoré's besluit stond vast. Ze wilde muziek maken en vond dat ze dat alleen kon doen in haar geboorteland. ,,Ik werd voortdurend op straat aangehouden door mensen die me ongevraagd het advies gaven terug te gaan naar Europa'', vertelt Traoré over haar eerste jaren als professioneel muzikant. ,,In Mali is iedereen bezig met emigreren, als je terugkeert ben je raar. En als vrouw is het helemaal moeilijk om een plek te veroveren. Zangeressen worden getolereerd maar een vrouw die ook gitaar speelt, componeert en arrangeert is onacceptabel voor velen.''

En dan ging ze ook nog eens op de nodige puristentenen staan. Want Traoré ziet er geen been in om een traditionele balafoon en ngoni te combineren met een westerse gitaar of, zoals op haar nieuwe album Bowmboï, een strijkkwartet. Ze mengt het kabbelende Wassoulou-geluid en de woestijnblues uit eigen land met de westerse singer-songwritertraditie en jazz. Dat gaat veel inheemse muzikanten te ver. Die weigeren met haar op te treden. Maar ook onder het publiek maakt Traoré niet makkelijk vrienden. Terwijl ze alles in zich heeft om uit te groeien tot vrouwelijk rolmodel, maakt ze zich bij leeftijdgenoten niet populair met haar gezongen kritiek op vrouwen die zich financieel laten onderhouden door vriendjes. ,,Die teksten worden me niet in dank afgenomen'', realiseert Traoré zich. ,,De vrouwen die mijn concerten bezoeken zijn of heel jong of heel oud. De rest is man.''

De kiem voor al deze eigenzinnigheid is gelegd in haar jeugd, toen Traoré als diplomatendochter de halve wereld over verhuisde. Al vroeg schreef ze eigen liedjes, maar serieus nadenken over een muziekcarrière deed ze niet. Ze was immers geen jelimusolu, was niet geboren in de kaste van de griotten, de traditionele troubadours. ,,Ik heb nooit een echte muziekopleiding gehad. Zelfs veel van de Bamana-liedjes heb ik nooit geleerd. Pas toen ik in 1996 de Radio France Internationale prijs won en mijn liedjes op tv mocht laten horen, werd ik me ervan bewust dat dit wel eens meer dan een hobby zou kunnen zijn.''

Niet alleen haar stijl maar ook Traoré's stem wijkt sterk af van de jelimusolu-standaard. In plaats van hoog en nasaal, is haar geluid intiem, bijna timide. ,,Maar omdat ik geen professionele opleiding heb gehad, heb ik lange tijd mijn stem verkeerd gebruikt'', vertelt de zangeres. ,,Na een concert was ik hees, soms was ik mijn stem zelfs volledig kwijt. Daarom ben ik na mijn debuutalbum op zangles gegaan. Ten tijde van mijn tweede plaat was de techniek nog niet helemaal doorgesijpeld. Nu pas begrijp ik waar mijn leraar het precies over had. En dat geeft me meer zelfvertrouwen om te experimenteren met mijn stem.''

Behalve stemtraining nam Traoré ook lessen muziektheorie. Maar ze geeft direct toe dat het lezen en schrijven van notenschrift haar nog steeds zwaar vallen. ,,Ik neem liever composities op dan dat ik ze uitschrijf. Zo heb ik een hele stapel cassettebandjes met melodietjes. Het is een soort reservoir waar ik uit put als ik een tekst heb geschreven. Op Bowmboï speelt het Kronos Quartet mee in twee nummers en daar moest ik dus partijen voor schrijven. Dat was misschien wel het moeilijkste dat ik ooit gedaan heb. Uiteindelijk heb ik de partijen voor cello, violen en altviool op mijn gitaar gespeeld en die drie bandjes naar een arrangeur gestuurd. Het heeft me zes maanden gekost voor ik dat voor elkaar had!''

Ondanks de moeite die het kostte is Traoré heel tevreden over de samenwerking met het befaamde Amerikaanse strijkkwartet. ,,Ik was diep onder de indruk van het respect dat het Kronos Quartet heeft voor allerlei soorten muziek. Als klassiek geschoolden staan zij toch aan de top van de muzikale hiërarchie. Maar ze hebben nog steeds die openheid van geest om zich te verplaatsen in bijvoorbeeld Malinese muziek. Dat heeft deze cd ook gemaakt tot wat hij is: een diep menselijk project.''

Rokia Traoré: Bowmboï (Indigo, LBLC 2594 BIS) Distr Culture

    • Edo Dijksterhuis