Kersttoespraak 1

Met een mengeling van instemming en verwondering, om niet te zeggen teleurstelling heb ik de kersttoespraak van koningin Beatrix gevolgd.

Het was een op zich goed gecomponeerd verhaal met enkele persoonlijke uitspraken die nog eens duidelijk maakten hoe moeilijk het moet zijn als staatshoofd ook nog eens een eigen leven te hebben en dat te beschermen.

Over het hoofdthema, de vier vrijheden zoals die tijdens de Tweede Wereldoorlog door president Roosevelt onder woorden werden gebracht, sprak de koningin behartigenswaardige dingen. Zoals over de vrijdom van angst als basis voor vrede. Terecht ook wees Hare Majesteit op de twee wegen die ter wille van het vertrouwen op vrede in de wereld gelijktijdig bewandeld moeten worden: het tegengaan van directe bedreigingen en het bestrijden van onderliggende frustraties.

Jammer was wel dat de toespraak, ondanks deze `opening' in de tekst en er waren nog wel enkele andere gelegenheden niet geleid heeft tot een voor de hand liggende concretisering. Zijn er immers niet honderden Nederlandse militairen die op dit ogenblik op talrijke locaties buiten ons land ingezet worden juist om `directe bedreigingen' tegen te gaan en `onderliggende frustraties' te bestrijden? Wat anders doen de ongeveer drieduizend soldaten en mariniers in Bosnië, Irak, voor de kust van Liberië en waar ook? Zou vermelding van en waardering voor hun werk niet een toepasselijke illustratie geweest zijn? En zouden koninklijke woorden van die strekking het loffelijke, maar toch wel hoge abstractieniveau van de kersttoespraak niet ten goede zijn gekomen door de directe situatie van de betrokkenen en hun familie erbij te betrekken? Zijn zij het niet, tenslotte, die plaatsvervangend voor ons, 16 miljoen landgenoten, middelijk of onmiddellijk gevaar voor lijf en leden lopen?

    • Antonie C.A. Dake den Haag