Het jaar van Kees en Kelder

Je wordt minister-president van Nederland en je blijft dan toch gewoon gezellig wonen in een lullig twee-onder-één-kapje in Capelle aan den IJssel. Vind je het gek dat je dan wat satire over je heen krijgt?

Dat is de strekking van de ergernis die de jonge hoofdredacteur van Quote, Jort Kelder, onlangs in de Volkskrant uitsprak over het gebrek aan stijl van Nederlandse politici. ,,Onze minister-president woont in een twee-onder-een-kap nieuwbouwhuis in Capelle aan den IJssel'', verzuchtte Kelder in een brutaal openhartig gesprek. Wat een ellende, inderdaad. Zelf heeft de man van Quote overigens geen zin om in de politiek te gaan, want: dan ,,zit ik naast een vent met spekzolen in een fractievergadering die anderhalve week duurt en waarin niets wordt besloten''. Nee, Kelder wil live life to the max. Niet dat hij rechts is (,,alleen op economisch gebied''), hij is zelfs ,,zo links als de neten''. Maar ,,gelukkig zijn en een zevenplus bestaan met een huis in Amstelveen is Jort Kelder niet genoeg''. Prima hoor, Jort. Prima.

Het klinkt allemaal onuitstaanbaar arrogant. En toch is deze provocateur, volgens de kerstweekbladen een van de rijzende sterren van 2003, helemaal niet het prototype van de yuppie die alleen maar denkt aan status of geld. Zijn stoïcijnse burgermoed na de aanslagen op het kantoor van Quote door onbekende gangsters getuigt van iets heel anders, evenals zijn lage irritatiedrempel over bureaucratisch ongemak en politieke indolentie. Deze jonge held heeft journalistieke durf en een onmiskenbare betrokkenheid bij de koers van de samenleving, alleen: mag het ook met de juiste schoenen aan?

Met die combinatie van onbeschaamd hedonisme (in de jaren zestig werd het klootjesvolk verweten dat het te materialistisch was, door Kelder nu juist dat het niet materialistisch genoeg is, namelijk met de foute smaak) én een altijd stellige mening over van alles en nog wat, typeert Kelder het tweeslachtige karakter van de moderne Nederlandse burger. Want zó uniek is hij nu ook weer niet: we hebben allemaal een kleine Kelder in ons, tegenwoordig, naast trouwens een kleine Balkenende. Ook twee onder één kap, om het zo maar eens te zeggen.

Enerzijds de drang om alles mee te maken en ons niets te laten ontzeggen, anderzijds de behoefte aan consequente daadkracht en duidelijkheid in de politiek en openbare moraal. ,,Ik kan me oprecht opwinden als ik de krant open sla'', zegt Kelder, met het `oprecht' er nadrukkelijk bij. ,,Aan het gebrek aan fantasie, aan durf. Aan de illusie van politici dat ze mensen gelukkig maken door alles met ambtenaren en regeltjes af te dekken.''

Wie daar meer over wil lezen, hoeft niet terecht bij Quote, maar kan ook het rapport Waarden, normen en de last van het gedrag opslaan, opgesteld door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op verzoek van Balkenende om het debat over onze waarden en normen aan te zwengelen. Het is een rapport dat door de aanjagers van morele paniek tandenknarsend zal zijn gelezen: de raad constateert namelijk, tegen de tijdgeest in, dat er geen sprake is van een crisis in de waarden en normen van de Nederlandse samenleving. Integendeel, het besef van waarden en normen is waarschijnlijk nog nooit zo sterk geweest: juist daarom ergeren we ons zoveel.

Een sterke toename van het pessimisme over de ontwikkeling van `zeden en gedrag', aldus het rapport, samengesteld onder leiding van de socioloog Kees Schuyt, ,,is samengegaan met een afname van onzekerheid over wat goed en slecht is. Dit suggereert dat Nederlanders steeds zelfbewuster worden en minder in verwarring verkeren over goed en kwaad, maar wel zeer kritisch staan tegenover het gedrag van hun landgenoten''.

Daar hebben we in één keer de Kelder-paradox te pakken: toenemende irritatie over hufterigheid en incompetentie vormt de keerzijde van een steeds grotere stelligheid in opvattingen en steeds stringentere eisen aan het gedrag van anderen. Niet voor niets spant Kelder zich in zijn vrije tijd ook nog eens in voor het dierenwelzijn: bewust consumeren en moralisme gaan hier samen.

De morele onrust in de samenleving is zo bezien de keerzijde van een ontwikkeling naar steeds duidelijker gedeelde waarden en normen. Grote bron van onrust is vooral het gebrek van de overheid de afgelopen decennia om op naleving van die normen toe te zien en wangedrag te bestraffen.

Het rapport van Schuyt is een waardevolle wanklank in het alarmistische getrompetter over de algehele verloedering van Nederland. Met de naleving van normen is veel mis, zeker (en daar ligt volgens de raad een taak voor overheid en samenleving) maar een diepe `waardencrisis', een verval van de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving, die is niet aan de orde. Het conservatieve `decadentie-idioom', dat ons voorspiegelt dat we wegens gebrek aan karakter teloorgaan aan linksige softheid en relativisme, heeft daarmee een nuchter weerwoord gekregen. ,,De steun onder de Nederlandse bevolking voor de waarden van de rechtsstaat en de democratie is groot en lijkt eerder toe dan af te nemen'', aldus de WRR.

Opmerkelijk is ook het lijstje waarden die volgens de WRR sinds de Verlichting typisch zijn voor de westerse cultuur: toekomstgeloof, gelijkheid, rede, universaliteit, persoonlijke vrijheid en rechtvaardigheid. Die staan tegenover een lijst `tegenwaarden': eerbied voor het verleden, hiërarchie, traditie, particularisme, collectiviteit en privileges. Laten dat nu net de waarden zijn die conservatieve revolutionairen ons tegenwoordig proberen aan te praten als enige redmiddel voor een bedreigde Verlichting.

De winst valt dus te halen in de praktijk, niet in een algehele ideologische herverkaveling of in het hameren op patriottische karakterdeugden die de overheid in een open, pluralistische samenleving nu eenmaal niet van bovenaf kan opleggen. Dat een praktische benadering ook werkt, bewijst het succes van de Rotterdamse politie, die de laatste tijd met een veel stringenter toezicht het gevoel van onveiligheid in die stad probeert terug te dringen.

Geen paniek. Met die combinatie van ambitieuze zelfzucht en normbesef die Kelder tentoonspreidt, en die Kees Schuyt analyseert, is de ondergang van Nederland nog lang niet in zicht. Laat Kelder dan intussen maar opscheppen over zijn schoenen zonder spekzolen.

    • Sjoerd de Jong