...de vuile lucht uit de VS

Toen George W. Bush, koud beëdigd als president, het Kyoto-protocol over het terugdringen van broeikasgassen naar de prullenbak verwees, hadden we er meteen mee moeten beginnen: de bouw van een stevige spouwmuur om de Amerikaanse lucht.

Natuurlijk had Bush groot gelijk dat `Kyoto' weinig voorstelt. Maar niet, zoals hij beweerde, omdat uitvoering ervan te duur is en de economische schade onevenredig op Amerikaanse schouders drukt. Nee, Kyoto is juist veel te goedkoop. De kooldioxide-uitstoot reduceren met een schamele 5,2 procent (let vooral ook op die twee achter de komma!) en vervolgens denken dat de opwarming van de aarde daardoor wordt tegengegaan, is grotesk.

Bush sleepte er van alles bij. Zoals dat er geen wetenschappelijke zekerheid bestaat over de menselijke invloed op het broeikaseffect. Hij vergat voor het gemak dat wetenschappers nu eenmaal niet graag, zoals hijzelf, in zekerheden spreken. Het internationale wetenschapspanel dat namens de VN klimaatontwikkelingen bestudeert gaat er wel degelijk van uit dat menselijke factoren waarschijnlijk een rol spelen.

Niet dat Bush daarna zijn mening veranderde. De Amerikaanse regering kondigde hapsnap maatregeltjes aan (onder meer subsidie voor auto's op waterstof) en presenteerde die als een consistent alternatief voor Kyoto. En intussen draaiden de energiebedrijven op volle toeren door en reden de energieverslindende Sport Utility Vehicles er lustig op los.

De VS zijn in hun eentje verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide. Maar de rotzooi blijft niet boven Amerika hangen, maar verspreidt zich over de wereld. Juist daarom is een wereldwijde overeenkomst à la Kyoto van belang. Milieubeleid is misschien wel de beste reden om globalist te worden.

Het treurige is dat – als je klimatologen moet geloven – de gevolgen van het broeikaseffect het hardst aankomen in gebieden die er zelf weinig aan kunnen doen. Kleine eilandstaatjes is het water al tot de lippen gestegen. De droogte in toch al droge regio's lijkt toe te nemen, terwijl het altijd al door overstromingen geteisterde Bangladesh moet vrezen voor nog veel meer water. Ook Amerika zal, mede door zijn eigen gedrag, weliswaar vaker geconfronteerd worden met extreme weersomstandigheden, maar het land beschikt over het geld en de technologie om de scherpe kantjes van de gevolgen eraf te halen.

Daarom moet de Amerikaanse lucht ommuurd worden. Wie niet horen wil, moet maar voelen. Als Bush en de zijnen dan nog geen actie ondernemen, zijn het tenminste hún bossen die in vlammen opgaan, hún rivieren die opdrogen en hún orkanen die met toenemende frequentie en kracht tegen de kust opbeuken.