Confronterend: zelf slavenketting torsen

`Hier rust de Nederlandse slavernij, 1528-1863.' De grafsteen met deze tekst ligt naast een voorouderaltaar uit de Antilliaanse voodoocultuur, en naast voorouderbeelden van de marrons, van Surinaamse plantages weggelopen slaven. Dat de tentoonstelling De erfenis van de slavernij in het Wereldmuseum Rotterdam met de voorouderverering begint is passend. Immers, het leed dat de voorouders als slaven ondergingen, of als slavenhandelaren aan anderen toebrachten, dat is de erfenis waarvan we ons rekenschap moeten geven.

Volgens gastconservator Felix de Rooy hebben de trauma's, ontstaan door de `grote stilte' die al meer dan een eeuw lang heerst rond de Nederlandse slavernijgeschiedenis, `het fundament van onze multiculturele samenleving ernstig aangetast'. De Rooy (ook beeldend kunstenaar, dramaturg en oprichter van het Cosmic Theater) wil met zijn tentoonstelling de `arrogantie van de onwetendheid' doorbreken, de onwetendheid waar volgens hem nog een groot deel van de Nederlanders mee behept is. Daarnaast hoopt hij Antillianen en Surinamers kennis van hun verleden te bieden, ,,want kennis is macht''.

De discussies die de afgelopen jaren over het Nederlandse slavernijverleden werden gevoerd noemt De Rooy `abstract'; met de tentoonstelling wil hij de geschiedenis eindelijk een gezicht geven. Dat gebeurt bijvoorbeeld door middel van interviews met nazaten van slaven en slavenhouders, gefilmd in Suriname, Curaçao en Nederland, en ook door het tentoonstellen van het versleten skelet van een slaaf, opgegraven in Suriname. (De beslissing om het skelet te gebruiken werd genomen na overleg met het Medisch Wetenschappelijk Instituut in Paramaribo en de Ethische commissie van de Stichting Volkenkundige Collectie Nederland.)

De directe confrontatie wordt niet geschuwd. Een van de videofilms laat de reacties zien van zwarte en witte Nederlanders die een half uur lang een authentieke, zware slavenketting omkregen. ,,Ik zou rechtop willen staan, maar dat gaat niet'', zegt een vrouw. Een jongen met rastahaar: ,,Het is je nek, je kop naar beneden zodat je vernederd wordt''. Museumdirecteur Stanley Bremer is zichtbaar onder de indruk: ,,Ik voel misschien maar één promille van wat zij doormaakten''. De `klaagmuur' aan het slot van de tentoonstelling maakt duidelijk dat er bij de bezoekers ook heel wat losgemaakt wordt. `Ik ben wit. Ik schaam me', heeft iemand met krijt geschreven. `Goed om te weten waar je roots liggen', staat er ook, en `dit mag nooit meer gebeuren!'.

De Rooy begint de tentoonstelling welbewust bij het heden: een tijdkaart voert de bezoeker terug in de tijd, van 1 juli 2002 (de onthulling van het Slavernijmonument in het Oosterpark) via 1975 (de onafhankelijkheid van Suriname) naar 1883. Toen werd er een Koloniale Tentoonstelling gehouden in Amsterdam, waar 28 Surinamers te zien waren: indianen, marrons, creolen en één Hindoestaanse. Eén journalist constateerde teleurstelling onder de Surinamers: hen was namelijk een ontvangst door koning Willem III beloofd, en `vuurwapenen, kruit en lood' om mee terug te nemen. `Thans zien zij zich als vreemdsoortige beesten te kijk gesteld'. Twintig jaar eerder was de slavernij op Suriname en de Antillen officieel afgeschaft, maar de manier van denken die daarbij hoorde was nog lang niet ten einde.

Als we dan een bullepees van nijlpaardenhuid zien liggen, en ijzeren voet- en nekboeien, zitten we opeens midden in de gruwelen van de Nederlandse slavenhandel. Visueel gezien laat de tentoonstelling niets aan duidelijkheid te wensen over: twee enorme galgen met daaraan prenten van gehangen slaven verbeelden het onderwerp `straf'. Op een enorme lijst met gestraften lezen we bijvoorbeeld dat Manuel Elias Penso in 1858 voor het werpen van stenen op straat 15 touwslagen kreeg. Anderen moesten vier weken dwangarbeid verrichten omdat ze iets gestolen hadden, of veertien dagen in de kettingboei wegens `herhaalde weglooperij'. Hartverscheurend zijn soms de teksten die erbij uitgekozen zijn. Zo verhaalt John Gabriël Stedman in Reize naar Surimanen (1790) over een meisje van achttien dat tweehonderd zweepslagen kreeg omdat `zy de omhelzingen van haaren vervloekten beul standvastig geweigerd had'.

Tentoonstelling: De erfenis van slavernij. T/m 7 november 2004. Wereldmuseum Rotterdam, Willemskade 25. Di-zo 10-17u. www.wereldmuseum.rotterdam.nl