Boksers uit Irak trainen zich suf voor de Spelen

Boksers uit Irak proberen zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Athene. Met de hulp van een Amerikaanse coach.

Iraq is back. Dat staat op de T-shirts van de nationale boksploeg van Irak die voor het eerst in ruim tien jaar weer deel gaat nemen aan een olympisch kwalificatietoernooi. Tijdens het bewind van Saddam Hussein had boksen nauwelijks aanzien en konden boksers alleen deelnemen aan regionale wedstrijden.

Met de hulp van een Amerikaanse coach trainen 's lands beste boksers nu sinds een maand in de Hilla Sporting Club, 75 kilometer ten zuiden van Bagdad. ,,Sinds we hier kunnen trainen, zijn we de club niet meer uitgeweest'', zegt vlieggewicht Najah Salah (23) met zweetdruppeltjes op z'n voorhoofd. ,,We trainen minstens zes uur per dag.'' Salah is een van vier boksers waar coach Maurice `Termite' Watkins veel in ziet. Watkins, een oud-bokser uit Texas, nam zelf deel aan de Olympische Spelen van 1976.

Deze week vertrekt de negentien leden tellende boksploeg van Irak voor een trainingsstage naar Koeweit, op uitnodiging van het land dat Saddam in 1990 binnenviel. Daarna vliegen de Irakezen door naar Manila, waar het eerste Aziatische kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen van volgend jaar zomer plaatsvindt.

Na het toernooi in de Filippijnen volgen nog plaatsingstoernooien in China (maart) en in Pakistan (april). De laatste keer dat boksers uit Irak deelnamen aan een olympisch kwalificatietoernooi was voor de Spelen van Barcelona in 1992. Geen enkele Irakees wist zich toen te plaatsen.

Udai, de oudste zoon van Saddam, was jarenlang voorzitter van het nationaal olympisch comité van Irak. Zijn meeste aandacht ging uit naar voetbal. Udai martelde atleten die volgens hem onvoldoende presteerden, ook liet hij sporters opsluiten. In juli van dit jaar overleed Udai in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen.

De voorzitter van de Irakeze boksbond, Saied Abdel Hussain, hoopt dat deze generatie boksers de sport in Irak weer aanzien kan geven. ,,In het verleden werden we vervolgd. We moesten zelfs het geld dat in ons was geïnvesteerd weer terugbetalen toen we geen medailles wonnen'', zegt hij. ,,Nu zijn we optimistisch.''

,,Ik voel me geestelijk vrij'', zegt Bahaa al-Hussain, een 26-jarige bokser. ,,Vroeger stonden we onder enorme druk om te presteren.''

Coach Watkins kwam als werknemer van een Amerikaans bedrijf naar Irak om ,,ongedierte onschadelijk te maken''. Daarnaast wilde hij iets in zijn vrije tijd doen. Iets met boksen. Toen hij de boksers leerde kennen, hadden ze geen materiaal en geen kleding. Met geld uit de kluizen van Saddam kon kleding en schoenen voor de boksers worden aangeschaft. Watkins, die samenwerkt met vier Irakese coaches, realiseert zich dat de boksers een trainingsachterstand hebben en ook weinig wedstrijdervaring, omdat ze de afgelopen jaren niet aan internationale wedstrijden hebben deelgenomen. ,,We zitten op de bodem, vanaf nu kunnen we alleen nog maar omhoog.''

Vlieggewicht Salah raakt vooral opgewonden van het vooruitzicht te gaan reizen. Onder Saddam bokste hij in Egypte, Syrië en Jordanië. ,,In het verleden was reizen een en al stress. We moesten documenten ondertekenen dat we ons enkel en alleen met sport zouden bezighouden. En er waren eindeloze veiligheidscontroles. Het was vreselijk.''

De Amerikaanse gezant in Irak, Paul Bremer, heeft onlangs laten weten te hopen dat Irakeze sporters in Athene van de partij zijn. En over de boksploeg die op het punt van vertrekken staat, zei hij vorige week: ,,Volgens veel Irakezen is veiligheid het voornaamste probleem. Daarom is het zonde dat zo'n goede groep vechters het land gaan verlaten.''