BIJSTAND

TOELICHTING

De bijstandsuitkeringen gaan per 1 januari 2004 omhoog. Dit gebeurt in verband met wijzigingen van belastingtarieven en verzekeringspremies. De verhoging van het netto bijstandsbedrag voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden per 1 januari 2004 bedraagt 16,90 euro per maand. De nieuwe Wet werk en bijstand (WWB) kent net zoals de vorige Algemene bijstandswet landelijke normbedragen voor de hoogte van uitkeringen. De invoering van de WWB per 1 januari 2004 heeft geen gevolgen voor de hoogte van de bedragen. Er zijn normbedragen voor mensen van 21 tot 65 jaar, voor mensen die 65 jaar of ouder zijn, voor gehuwden of ongehuwd samenwonenden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Voor elk van deze groepen geldt een apart bedrag. Voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden tussen de 21 en 65 jaar is dat 100 procent van het nettominimumloon, voor alleenstaande ouders tussen de 21 en 65 jaar 70 procent en voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar 50 procent. Bij alleenstaande ouders en alleenstaanden geldt dat de (woon-)kosten met anderen kunnen worden gedeeld. Is dat niet of slechts gedeeltelijk het geval, dan kan de gemeente een toeslag geven van maximaal 20 procent van het nettominimumloon. De normbedragen voor mensen van 65 jaar of ouder zijn gelijk aan de netto AOW-bedragen. Voor hen geldt geen aparte toeslagenregeling. Bepaalde categorieën bijstandsgerechtigden hebben recht op een Voorlopige Teruggaaf (VT). Deze moet zelf worden aangevraagd. De gemeente houdt het bedrag van de VT in op de netto-uitkering. Dit geldt voor mensen die een uitkering ontvangen op grond van de WWB of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars. Dit geldt niet voor de kinderkortingen en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting en de combinatiekorting.